bakkie troost

We zaten bij ons vertrouwde griekse restaurant in Breda te wachten op de door ons bestelde gerechten, toen er een ouder echtpaar met hun glaasje in de hand naar binnen kwamen schuifelen en naast ons kwamen zitten. “Het ging regenen” verontschuldigde de oude baas zich bijna. Zijn wederhelft schoof op de bank aan het tafeltje voor twee en keek even opzij. Ze had diepblauwe ogen, die wat paniekerig rondkeken. Ik groette vriendelijk, maar ze leek me niet op te merken. Ober Yannis bracht de kaart en ze gingen de keuzes uitgebreid, luid fluisterend, bespreken.
Inmiddels werd onze keuze gebracht en verloor ik even de aandacht voor onze bejaarde buren. Het smaakte ons uitstekend en we genoten ook van elkaar. Lekker samen uit eten is één van mijn favoriete bezigheden. Vooral bij ‘de griek’, in Breda of in Oud-Beijerland.
Toen ik een slokje wijn nam keek ik opzij en zag, dat de senioren tot een culinaire beslissing waren gekomen. Het gekozene werd door Yannis genoteerd en tevreden nam de met uitzonderlijk grote oren gezegende oude heer een slok van zijn biertje.
Toen wij klaar waren zaten de oudjes lekker te smikkelen. Ik moest even glimlachen. Die mensen genoten nog van het leven, alhoewel me niet geheel duidelijk was, of de ‘old lady’ dat nog helemaal besefte.
Toen ik even naar het toilet was, zag Elly, dat zij een groot stuk vlees in een servetje rolde en in haar tasje stopte. Mijn lief kon er wel om lachen, ook omdat Yannis het desgevraagd graag voor haar zou hebben ingepakt. Maar bij haar generatie was dit nog uiterst ongepast.   Vandaar, dat ze wat schichtig om zich heen keek, of iemand het gezien had. Iedereen dus.
Wij namen nog een kopje koffie en de oude baas vroeg om de rekening. De ober telde alles op, en toen begon de klant een klein beetje te klagen. Het was prima geweest, maar hij had toch een kleine opmerking. De griek luisterde aandachtig en bood zijn klanten een versnapering aan ter tegemoetkoming van het ongemak. Terwijl hij wegliep om de bestelde bakkies troost te halen grijnsde de oude baas en knipoogde naar zijn tafelgenote. Het lukte hem toch iedere keer weer…

Mobieltje

Aan een tafeltje zat een mannetje in blauwrood voetbaltenue ingespannen op zijn telefoontje een spelletje te doen en tegelijkertijd een frietje te eten. Naast het bakje frites met mayonaise stond een glaasje cola. Geobsedeerd door zijn spel doopte het ventje een frietje in de cola. Die stond net naast de mayonaise. Ik moest even grinniken om het tafereel, vooral toen hij het patatje in zijn mond stopte en daarna met een vies gezicht weer uit zijn mond nam en er naar keek. ‘Pliep’ klonk het uit zijn mobiel. “Shit” mompelde het mobiele eenheidje en startte een nieuw spel.
Het is de vooruitgang, het is de huidige tijd. Je kunt er tegen zijn, je kunt er voor zijn, het maakt niks uit, het gebeurt gewoon. Ik wandelde met mijn biertje naar het zonovergoten terras en keek om me heen. Het was niet echt druk, maar wel gezellig. De boys speelden met veel inzet met het besef, dat in deze fase ieder punt belangrijk is.(het werd uiteindelijk gelijk) Aan de statafels stonden vijf mannen druk te vingeren op hun mobiele telefoons. “NBSVV staat voor” mompelde de één, “Rockanje staat achter” zei de ander. Gedachtenloos zocht de vrije hand één hunner aarzelend het verschraalde biertje, dat voor hem op tafel stond.
Ik liep langs de lijn naar de oude garde. Daar was de mobiele dichtheid een stuk minder. Aad Vink zat naast Joop Snel het eerste te bekijken. “Hoe is het, Aad?” vroeg ik, wijzend op het verband om zijn knie. Hij had vorige week een kunstknie geïmplanteerd gekregen. “Gaat prima” zei onze nestor, “Weinig pijn, maar dat zal ook met de medicijnen te maken hebben” Hij was tevredener over de knie dan over het door het blauwrode keurkorps vertoonde spel. Maar dat is hij zelden. Met zijn staat van dienst neemt niemand het hem kwalijk.
Het frietventje liep voorbij, al kijkend op zijn speelfoon. “Shit” zei hij. “Weer verloren?” vroeg ik belangstellend. “Nee, mijn batterij is leeg” mopperde hij, al rondkijkend, “En ik kan hem hier nergens opladen” “Eigenlijk zouden er rond het veld oplaadpunten voor mobieltjes moeten komen” opperde ik, quasi serieus, “Misschien kun je dat eens voorstellen bij de Blauwrode Heerenclub” en ik wees richting Melle van der Giesen. “Dan moet je bij die meneer zijn” Het mannetje keek mij aan, daarna naar Melle, toen weer naar mij, en moest lachen. “Mij neem je niet in de maling” zei hij, terwijl hij zijn mobiel in zijn broekzak stak en op zoek ging naar een bal om mee te spelen. Gelukkig!

Innerlijke beschaving

Mijn vader vond het zijn belangrijkste taak in de opvoeding ons ‘innerlijke beschaving’ bij te brengen. Wat hij daarmee bedoelde was het leven en denken volgens normen en waarden, die wellicht teruggaan tot de 10 geboden. Normen en waarden, die geen vrije interpretatie toelaten. Een goedkope ballpoint meenemen van je werk is gewoon stelen. Een ‘beetje stelen’ bestaat niet. Punt uit.
Wanneer ik bij onze voetbalclub Zinkwegse boys een gratis kop koffie krijg aangeboden, denk ik wel eens terug aan die ouwe. Die kop koffie wordt betaald door alle leden. Een biertje van de vereniging wordt betaald door alle leden. Het is goed om dat te blijven beseffen. Bij iedere kop koffie en bij ieder ‘gratis’ biertje. En dan zwijg ik nog over hele kratten bier. Innerlijke beschaving.
Bij het eerste hebben we een pot, waar iedere speler en iedere betrokkene (dus ook technische staf) iedere week €5,- aan betaalt. Van dat geld wordt iedere week het biertje na de wedstrijd betaald en van wat er overblijft, wordt iets leuks gedaan. Die biertjes smaken mij altijd geweldig. Ik heb er gewoon voor betaald. Ook dit is innerlijke beschaving.
Ik erger me aan mensen, die allerlei uitvluchten bedenken om hun gebrek aan innerlijke beschaving te verklaren. Een directeur van een bank, een goed-doel stichting of een zorginstelling, die hun graai-salaris met droge ogen verdedigen door te zeggen, dat dit ‘marktconform’ is. Oftewel: ‘Anderen stelen fietsen, dus mag ik ook fietsen stelen’.
Hier is de innerlijke beschaving ver te zoeken. Maar dat geldt net zo goed voor die paar biertjes, die niet afgerekend worden in de kantine van een sportvereniging. Een ‘beetje’ innerlijke beschaving bestaat ook niet.
De jongens van het eerste geven het goede voorbeeld!

Voetbalschoen

Vorige week zat ik te kijken naar een voetbalwedstrijd van de nationale dames tegen Noord-Ierland. Elly was naar de quiz-avond van de Poldermeiden, dus ik kon me ongestoord verbazen. Het was een redelijk amusante partij, waarin de Noord-Iersen weinig te vertellen hadden. In het stadion van PSV zaten 30.000 mensen enthousiast te doen, deels vanwege het voetbal, deels, omdat het nou eenmaal feministisch gezien helemaal correct is. Dat publiek maakte ook de nodige herrie, in die mate, dat de keepster van Noord-Ierland, gezegend met een paar enorme flaporen, nog erger dan die van haar Hollandse collega, iets niet goed verstond en haar hand achter haar oor hield, alsof ze het dan beter zou horen. Ik schoot in de lach. Die enorme hand met die enorme keepershandschoen achter dat enorme oor! Gelukkig was Elly er niet om mij vernietigend aan te kijken.
Ik kan het niet helpen, soms zie ik van die dingen.
De volgende dag, zaterdag, moesten de boys thuis voetballen. Als gebruikelijk werden de voorbereidingen getroffen. De portefeuille-houder ‘hoekvlaggen’ had zijn werk gedaan, evenals de portefeuille-houder ‘krijten’. Robert stond met zijn hamburgertang in de aanslag en ook het meisje met de stroopwafels was er weer.
Toen zag ik de voetbalschoen van van Zuuren. Er zat een sporttape zorgvuldig omheen gewikkeld om de boel bij elkaar te houden. Ik keek onze spits vragend aan en vroeg of ik het stroopwafelmeisje moest vragen haar goede doel om te buigen naar het inzamelen voor nieuwe voetbalschoenen voor een behoeftige selectie-spits. “Ik heb al nieuwe besteld”, zei Martijn met een ietwat rood hoofd, “maar de schoenen, die geleverd werden, waren een 1/2 maat te klein” Hij snelde gauw het veld op voor de warming-up om geen verdere uitleg te hoeven geven. Later hoorde ik, dat zijn vrouw de schoenen besteld had. En daar vrouwen nooit fouten maken, moest ik concluderen, dat Roodbaard sinds een aantal jaren op grotere voet is gaan leven. Zeker een halve maat. En dat met een vrouw en een kind.

‘Het hok van Piet’.

In de kleedkamer stond de deur van het toilet tegen een muurtje. Er hingen losse elektriciteitsdraden aan het plafond. Lijmresten van oude posters bladderden aan de buitendeur. DRL, De Rotterdamse Leeuwen, was altijd een gerenommeerde club. En nu zag ik slechts vergane glorie.

Onze Boys hadden zich die zaterdagmiddag verzameld bij de Zinkweg. Het was er stil geweest; de doelnetten hingen omhoog als visnetten, die in een oud vissershaventje te drogen hingen. De Zinkweg-kantine was vrijwel leeg, zelfs de stamtafel van de blauwrode Heeren was leeg. Ik hoorde later van Vos, dat hij er die ochtend alleen had gezeten. Vroeger zaten daar, behalve Vos ook de Mop (Arno Letterman), Kees van Dijk (die hoefde voor een bakkie alleen maar even over de plank over de sloot achter zijn huis), Piet de Groot en wisselende anderen. Maar Kees is verhuisd, de Mop is tegenwoordig milieustraatagent en werkt vaak op zaterdag, (al ben ik bang, dat dat niet de echte reden is), en Piet is overleden, een beetje vergeten in een verpleeghuis.

Onze jongens gingen zich omkleden voor de wedstrijd. Ik ging met verzorger Leo en hersteltrainer Henk een bakkie doen in de kantine. Ook daar was het leeg. De dame en de heer achter de bar waren uiterst vriendelijk en er klonk echte voetbalmuziek. Nederlandse hits. Men deed erg zijn/haar best om het gezellig te maken. Maar op sommige dagen wil dat niet echt lukken.
De wedstrijd ging hopeloos verloren, maar gelukkig hadden we met de trouwe ouwe garde van de Zinkweg langs de lijn veel plezier. Oude verhalen vol humor.

Opeens kreeg ik een beetje een triest gevoel. Zou onze kantine er over pakweg 10 jaar ook zo uitzien als hier? Zouden onze onlangs schitterend gerenoveerde kleedkamers dan ook vervallen zijn? Want het lijkt altijd zo vanzelfsprekend dat alles zo netjes is. Het lijkt altijd zo vanzelfsprekend, dat er op zaterdagmorgen om 07.00 uur iemand is om de consul, die de velden komt keuren een bakkie koffie te schenken en alles klaar te zetten voor de dag. Het lijkt altijd zo vanzelfsprekend dat we het verleden vergeten. Hoelang heet ‘het hok van Piet’ nog ‘het hok van Piet’? Wie weet nog wie Piet de Groot was? De licht gebogen gestalte met de onafscheidelijke sigarenpeuk in zijn mondhoek. Meestal uitgedoofd, want hij was te druk met en in zijn Zinkweg-secretariaat om er opnieuw de brand in te steken. Zijn beeld begint steeds meer te vervagen. Later zal ‘het hok’ wel een mooiere naam krijgen. Meer van deze tijd.
Ik moet er niet aan denken….

Stroopwafels

Naast onze enorme in lederen voorschoot gehulde hamburgergigant en snertkoning Robert lijkt het meisje nog kleiner. Hij heeft een hoekje van zijn kraam afgestaan aan haar om stroopwafels te verkopen. Een grote doos vol met koopwaar moet die middag aan de man gebracht worden. Voor haar vriendinnetje, die ernstig ziek is. Wat er precies met het geld gedaan gaat worden weet ik niet, maar ik weet zeker, dat zij er een geweldige bestemming voor gaat vinden.
Ze heeft een goede dag uitgekozen; het is druk. Vandaag wordt het speeltuintje voor de kleintjes geopend. Er zijn ballonnen er is muziek en Harry de wethouder komt.
Het eerste moet een belangrijke thuis-wedstrijd spelen en er is alles aan gedaan om de juiste sfeer te creëren. De wedstrijdbal wordt als altijd op het veld gebracht door de pupil van de week, alleen deze keer doet deze (Milan) dit gezeten in een heuse supercar. (McLaren?) Met de vleugeldeuren omhoog wordt onze held het veld opgereden en volgens mij vallen er een paar monden bij de tegenstander van vandaag (Rockanje) spontaan open. Een prima start.
De wedstrijd verloopt moeizaam, maar door veel inzet en strijd van onze boys wordt er gewonnen. Ondanks het gemis van drie vaste krachten. De invallers verdienen erg veel respect voor hun instelling.
Ik sta langs de lijn het gezellige gemopper van Daan aan te horen, wanneer iemand verderop vertelt, dat er een wedstrijd van de allerkleinsten is gestaakt omdat de tegenstandertjes van het veld zijn gehaald door hun boze ouders. Deze waren het niet eens met de leiding. Of die bal nu wel of niet over de zijlijn was geweest. De kleine Zinkweggertjes niet-begrijpend achterlatend.
Gelukkig zitten onze kleintjes inmiddels zorgeloos in het nieuwe klimrek te spelen.
Na de wedstrijd is de stemming in de kantine door de winst van het eerste opperbest. Het meisje met de stroopwafels gaat nu iedereen langs en doet geweldige zaken. Voor haar vriendinnetje. Voor haar is het geen spel, ze is bloedserieus. Dit is veel belangrijker dan een bal, die wel of niet over de zijlijn is geweest.

De krijter

“Nou, dan heb ik mooi weer voor niks gekrijt” zei Stefan (Bestebreur) naast me. Zojuist had de ‘mobiele brigade’ op hun telefoontje doorgekregen, dat het voetballen voor zaterdag was afgelast. Het is dan een soort wedstrijdje wie het eerste het nieuwtje door de kantine kan roepen. De triomfantelijke winnaar nam een slok van zijn biertje en de gesprekken gingen verder waar ze gebleven waren.
Het was vrijdagavond en het Heerendiner stond op punt van beginnen. De vergadering voorafgaand aan dit culinaire hoogtepunt (Echt waar! Hofleverancier ‘Het schippershuis’ te Numansdorp weet er altijd een verrassend goede ‘eenvoudige, doch voedzame maaltijd’ van te maken. Hulde hiervoor is op zijn plaats!) van het jaar is doorgaans uiterst kortdurend, omdat zelfs Heer Daan teveel honger heeft om zijn waffel open te trekken. Rond 21.00 uur wordt de muziek regelmatig overstemd door knorrende Heerenmagen.
Ik zit op een barkruk aan een tot tafel omgedoopte gekantelde kabelhaspel en vermaak me met luisteren naar het inmiddels gevoerde werkoverleg tussen Daan, Kees en Nico. Het gaat over straatwerk bij de bankjes rond het veld. Ik noem dat altijd de ‘leugenbankjes’, omdat er tijdens wedstrijden van onze jongens door de erop zittende ouwe knarren flink op los ge-ouwehoerd wordt. Oudemannenhuisdiscussies. (Dit is een term voor discussies waarin alleen gepraat wordt en vrijwel niet geluisterd.) Voor een onafhankelijke toehoorder uiterst vermakelijk.
Inmiddels is het buffet geopend. Hongerige Heeren lopen met bordjes eten naar hun tafel. Ik ga zelf graag iets later, als de grootste druk voorbij is. Bertus helpt bij het opscheppen. Ik mis Arno (de Mop) die ook altijd heel veel ‘voor niks’ doet.
‘Voor niks iets doen’ heeft een dubbele betekenis. Bij de Zinkweg wordt heel veel ‘voor niks’ gedaan, maar vrijwel nooit ‘zinloos’. Ook het krijten voor een afgelaste zaterdag niet.
Ik las deze week in het AD een interview met de voorzitter van een voetbalclub, waarin hij zei (citaat): “Wij doen niet aan vergoedingen en betalingen. Zo simpel is het. Het enige dat wij hebben, is een puntenpotje. Dat betekent dat als je goed presteert, je een paar centjes kunt verdienen” (einde citaat) Hij had het over de spelers van het eerste elftal.
Toen ik dit las, vroeg ik me af hoe deze man zijn vaste ‘krijter’ in de ogen durft te kijken.

Verjaardag

“Weet je, wie er ook dood is?” “Wilders?” probeer ik hoopvol, waarop ik vernietigend aangekeken wordt. Verjaardagen zijn niet leuk. Tenminste het vieren ervan. Zeker, wanneer je boven de zestig komt. “En de broer van Piet heeft ook K” Er wordt ietwat mysterieus bij gekeken en door de anderen bedroefd geknikt, terwijl het dure gebak achteloos naar binnen geschoven wordt. “Kinkhoest?” probeer ik weer de aandacht van al die morbide onderwerpen af te lijden. Het lukt niet. Het lukt nooit. Vandaar, dat ik dit jaar mijn verjaardag heb overgeslagen. Tenminste; anders heb ingevuld. Ik ben gevlucht. Terug naar mijn jeugd, samen met vrienden al sinds een grijs verleden ging ik naar andere vrienden uit datzelfde grijze verleden. Toen we als jonge gasten zeilles gaven op een kleine zeilschool aan het Haringvliet en we droomden over onze toekomst. Toen we nog pijp of sigaren rookten en goedkoop bier zopen, ’s avonds laat en ’s nachts vroeg uitkijkend over het donkere water van de jachthaven van Hellevoetsluis.
Ik had mezelf uitgenodigd en net als in dat grijze verleden werd mijn komst ‘gewoon’ gevonden.
Oude tijden herleefden en nieuwe tijden werden omarmd. Dick en Ineke, onze vrienden in Middenmeer, want daar vond de mini-reunie plaats, hadden een geweldige dag bedacht: Eerst een broodproeverij. Zoon Jaap is brood-uitvinder en had een flink aantal nieuwe broodsoorten meegenomen om te proeven. Wat een feest; hij legde brood uit met een frisse jeugdigheid, die we soms zo nodig hebben. Pure passie.
Daarna dronken we een pint in een kroeg in Schagen en nog een paar pinten terug in Middenmeer, daarna kwam de andere zoon, Rogier, ook nog even langs en aten we aan een lange houten tafel kalkoen met patat. We bleven lang zitten en ik waande me weer in de warme huiskamer van de zeilschool-woonark in de haven van Hellevoet.  We boomden met elkaar over het verleden en met die jonge gasten over de toekomst en de te maken keuzes. Net als toen wij zo oud waren. ‘We lachten de krampen in onze kaken, terwijl we ook ernstige zaken bespraken’. Het zou zomaar een prachtige songtekst kunnen worden.
Bedankt kanjers!

Service

Met een knal sprong het glas van het zijraam van mijn Subaru Forester, en de scherven lagen op mijn schoot en bij mijn voeten. Ik schrok. Het was net alsof ik beschoten was. Het was vroeg in de avond, het regende en ik kwam net de Heinenoordtunnel uit. Ik belde Carglass. Deze konden me niet helpen, want ze hadden geen zijruit van een Forester op voorraad. Een nood-ruit werd ook lastig, vanwege het ontbreken van raamstijlen bij mijn auto. Een tikkie nijdig brak ik het telefoongesprek af en belde Gertjan van der Velde, mijn dealer. Deze had wel een oplossing. Ondanks het late uur: “Breng je auto maar hierheen, dan staat’ie droog binnen, dan krijgt u van mij een vervang-auto. Morgen kijken we dan verder” Hij zei toen nog ‘u’ tegen me.
Zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag, ergens rond het middaguur belde hij. “Uw auto is klaar” Ik was stomverbaasd, zeker toen bleek, dat Gertjan een ruit uit een nieuwe Forester showmodel had gehaald, teneinde mij weer snel op weg te helpen.
Echte service bestaat nog. Tot één april, en dat is geen grap. Daarna zal een dergelijke service niet meer te vinden zijn.
Want vorige week kreeg ik een brief, dat Gertjan dan gaat afbouwen, om uiteindelijk te stoppen. Met pensioen. En dat vind ik doodzonde, alhoewel ik het hem natuurlijk van harte gun. Maar wat me een beetje dwarszit is de manier waarop. Een briefje. Waar huisartsen en kantoormedewerkers vaak uitgebreide afscheidsrecepties krijgen, krijgt hij slechts een vertrek met stille trom. En dat klopt niet,
daarom dit verhaal.

 

IJsmeester

Vroeger dacht ik, dat een ijsmeester iemand was, die bepaalde hoeveel krenten er in Malaga-ijs moest zitten, maar sinds ik lid ben van een ijsclub weet ik beter. De ijsmeester is een belangrijk man. (mag ook vrouw zijn, alhoewel ijsmeesteres een tikkie erotisch klinkt) Zijn aanzien stijgt tot grote hoogte, wanneer hij ‘IR’ of ‘ING’ voor zijn natuurlijk friese naam heeft: Ir. Hoppe Bokma. (Deze official schijnt na 20 jaar zonder elfstedentocht alcoholist geworden te zijn, uiterst triest.)
Wanneer het gaat vriezen zijn in het buurtschap ‘De Zuidzijde’ alle ogen op onze lokale official gericht, wanneer hij als eerste de ijsvloer van ijsclub de ‘Kom’ betreedt. Vanwege zijn functie mag de functionaris natuurlijk niet te zwaar zijn, want dan zakt hij door het ijs. Letterlijk en figuurlijk. De man gaat, soms vergezeld van een eveneens lichtvoetige hulp het ijs op, gewapend met een boor. Bij voorkeur een handboor, zo’n ouderwetse omslag, maar tegenwoordig worden onze ijsvloeren ook wel eens ontsiert door ijsmeesters met een accu-boormachientje. Traditioneel gezien uiterst ongepast.
Het in een dikke jas gehulde en met een dikke bontmuts getooide Zuidzijdse Rayonhoofd knielt voorzichtig op de ijsvlakte, laat zich de boor overhandigen door zijn hulpje en boort een gat in het ijs. Er wordt een rolmaat in het gat gestoken en gemeten. En er wordt hoofd-geschud. Te dun. Ze herhalen dit ritueel nog enige malen om vervolgens achter een bekertje ’troostpunch’ uitgebreid uit te leggen, waarom het echt nog niet kan. Liefst met allerlei technische kreten, die ijs-leken niet kunnen begrijpen.
Iedere vorstperiode wordt er uitgebreid in de media aandacht besteed aan de eerste ijsclub, die zijn ijsvloer ter beschikking stelt aan haar leden. Nooit krijgt ijsclub ‘De Kom’ de aandacht die het verdient, vanwege het feit, dat zij steevast als allerlaatste haar, ietwat lullige, hekje opent.
IJsclub ‘de Kom’ is zuinig op haar leden. Wij gaan niet over één nacht ijs….