Vroeger dacht ik, dat een ijsmeester iemand was, die bepaalde hoeveel krenten er in Malaga-ijs moest zitten, maar sinds ik lid ben van een ijsclub weet ik beter. De ijsmeester is een belangrijk man. (mag ook vrouw zijn, alhoewel ijsmeesteres een tikkie erotisch klinkt) Zijn aanzien stijgt tot grote hoogte, wanneer hij ‘IR’ of ‘ING’ voor zijn natuurlijk friese naam heeft: Ir. Hoppe Bokma. (Deze official schijnt na 20 jaar zonder elfstedentocht alcoholist geworden te zijn, uiterst triest.)
Wanneer het gaat vriezen zijn in het buurtschap ‘De Zuidzijde’ alle ogen op onze lokale official gericht, wanneer hij als eerste de ijsvloer van ijsclub de ‘Kom’ betreedt. Vanwege zijn functie mag de functionaris natuurlijk niet te zwaar zijn, want dan zakt hij door het ijs. Letterlijk en figuurlijk. De man gaat, soms vergezeld van een eveneens lichtvoetige hulp het ijs op, gewapend met een boor. Bij voorkeur een handboor, zo’n ouderwetse omslag, maar tegenwoordig worden onze ijsvloeren ook wel eens ontsiert door ijsmeesters met een accu-boormachientje. Traditioneel gezien uiterst ongepast.
Het in een dikke jas gehulde en met een dikke bontmuts getooide Zuidzijdse Rayonhoofd knielt voorzichtig op de ijsvlakte, laat zich de boor overhandigen door zijn hulpje en boort een gat in het ijs. Er wordt een rolmaat in het gat gestoken en gemeten. En er wordt hoofd-geschud. Te dun. Ze herhalen dit ritueel nog enige malen om vervolgens achter een bekertje ’troostpunch’ uitgebreid uit te leggen, waarom het echt nog niet kan. Liefst met allerlei technische kreten, die ijs-leken niet kunnen begrijpen.
Iedere vorstperiode wordt er uitgebreid in de media aandacht besteed aan de eerste ijsclub, die zijn ijsvloer ter beschikking stelt aan haar leden. Nooit krijgt ijsclub ‘De Kom’ de aandacht die het verdient, vanwege het feit, dat zij steevast als allerlaatste haar, ietwat lullige, hekje opent.
IJsclub ‘de Kom’ is zuinig op haar leden. Wij gaan niet over één nacht ijs….