De krijter

“Nou, dan heb ik mooi weer voor niks gekrijt” zei Stefan (Bestebreur) naast me. Zojuist had de ‘mobiele brigade’ op hun telefoontje doorgekregen, dat het voetballen voor zaterdag was afgelast. Het is dan een soort wedstrijdje wie het eerste het nieuwtje door de kantine kan roepen. De triomfantelijke winnaar nam een slok van zijn biertje en de gesprekken gingen verder waar ze gebleven waren.
Het was vrijdagavond en het Heerendiner stond op punt van beginnen. De vergadering voorafgaand aan dit culinaire hoogtepunt (Echt waar! Hofleverancier ‘Het schippershuis’ te Numansdorp weet er altijd een verrassend goede ‘eenvoudige, doch voedzame maaltijd’ van te maken. Hulde hiervoor is op zijn plaats!) van het jaar is doorgaans uiterst kortdurend, omdat zelfs Heer Daan teveel honger heeft om zijn waffel open te trekken. Rond 21.00 uur wordt de muziek regelmatig overstemd door knorrende Heerenmagen.
Ik zit op een barkruk aan een tot tafel omgedoopte gekantelde kabelhaspel en vermaak me met luisteren naar het inmiddels gevoerde werkoverleg tussen Daan, Kees en Nico. Het gaat over straatwerk bij de bankjes rond het veld. Ik noem dat altijd de ‘leugenbankjes’, omdat er tijdens wedstrijden van onze jongens door de erop zittende ouwe knarren flink op los ge-ouwehoerd wordt. Oudemannenhuisdiscussies. (Dit is een term voor discussies waarin alleen gepraat wordt en vrijwel niet geluisterd.) Voor een onafhankelijke toehoorder uiterst vermakelijk.
Inmiddels is het buffet geopend. Hongerige Heeren lopen met bordjes eten naar hun tafel. Ik ga zelf graag iets later, als de grootste druk voorbij is. Bertus helpt bij het opscheppen. Ik mis Arno (de Mop) die ook altijd heel veel ‘voor niks’ doet.
‘Voor niks iets doen’ heeft een dubbele betekenis. Bij de Zinkweg wordt heel veel ‘voor niks’ gedaan, maar vrijwel nooit ‘zinloos’. Ook het krijten voor een afgelaste zaterdag niet.
Ik las deze week in het AD een interview met de voorzitter van een voetbalclub, waarin hij zei (citaat): “Wij doen niet aan vergoedingen en betalingen. Zo simpel is het. Het enige dat wij hebben, is een puntenpotje. Dat betekent dat als je goed presteert, je een paar centjes kunt verdienen” (einde citaat) Hij had het over de spelers van het eerste elftal.
Toen ik dit las, vroeg ik me af hoe deze man zijn vaste ‘krijter’ in de ogen durft te kijken.