“Weet u waar ik mijn moeder kan vinden?” vroeg de oude dame aan een verhuizer, die haar, zeulend met een gedateerd kastje, passeerde in de lange gang van het verzorgingshuis. “Die is vast al verhuisd, mevrouw, u kunt het beste naar de uitgang gaan, daar staat de bus”. De man sjouwde verder. De dame liep wat verdwaasd door de lange gang. Het was een voorlopige huisvesting geweest, en nu werd er druk verhuisd naar het fonkelnieuwe gebouw aan de andere kant van het dorp. Een vrijwilligster kwam haar tegemoet. “Wat zoekt u? U had allang in de bus moeten zitten! Ik zal u er wel even naartoe brengen”. “Maar ik wil naar mijn moeder, ik zou haar helpen met verhuizen.” stamelde de oude dame. “Natuurlijk, maar die is al verhuisd, hoor! Ik breng ik u wel even naar haar toe” klonk het met een ietwat hoge stem. De dame liep maar mee, want hier leek ook niets meer te zijn. Met zachte dwang werd ze in de gereedstaande touringcar geduwd en op een plaats gezet. Een andere vrijwilligster bracht haar wat te snoepen en iedereen was opgewonden, alsof ze met een schoolreisje gingen. “Maar waar is mijn moeder?” probeerde ze nog even, maar niemand wilde haar horen en haar dementerende buurvrouw papegaaide: “Ja, waar is mijn moeder?” Een jongere dame, die haar vader aan de arm de bus binnenbracht zei: “We gaan allemaal naar onze moeder toe, toch, dames en heren?” Een vrijwilligster kon een glimlach niet onderdrukken, terwijl de bus vertrok.
Na een korte busreis kwamen ze bij het nieuwe verzorgingshuis, dat was verrezen op de plek, waar het oude tehuis had gestaan. Ze herkenden niets en begrepen er nog minder van, maar volgens hun begeleiders was het allemaal geweldig. Ze kregen koffie met gebak en dat vonden ze wel fijn. “Ben ik nou alweer jarig?” zei de één, “Is het vandaag Koninginnedag?” vroeg de ander. De dame zocht inmiddels in de nieuwe lange gang naar haar moeder.
Het oude pand was inmiddels leeg. Bijna leeg. In de geheel lege kamer 201 zat een héle oude dame op een oude keukenstoel met haar tas op schoot te wachten op haar dochter, die haar zou komen helpen met verhuizen…
G van de week
Het seizoen liep op zijn einde en alle pupillenteams hadden uitwedstrijden of toernooien. Voor de thuiswedstrijd van het eerste was het daardoor lastig een ‘pupil van de week’ te vinden. Toen kwam iemand op het lumineuze idee nu eens een ‘G van de week’ te kiezen. (Het G-team bestaat uit mensen met een beperking).
Het idee werd door iedereen uitstekend gevonden en men besloot Richard aan te wijzen als ‘G van de week’.
Dus onze uiterst fanatieke G-topper zat die zaterdag in de kleedkamer trots te wezen tussen ons elitekorps met een door alle spelers gesigneerde bal op zijn schoot. Trainer Rob (Ouwens) begon met de tactische bespreking voor de te spelen wedstrijd. Richard was een en al oor. Wanneer een speler iets durfde te zeggen keek onze G heel boos diens kant op en siste luid: “ssssttt!” Rob was wel een tikkie uit het veld geslagen door de bijval uit deze onverwachte hoek, maar maakte zijn praatje verder ongestoord af en besloot met de standaardvraag, waar eigenlijk geen antwoord op verwacht werd: “Nog vragen?” Richard stak enthousiast zijn vinger op: “Krijgen we in de rust ook ranja?” Er volgde een bulderend gelach.
Het is gebruikelijk, dat de pupil van de week aan de hand van de scheidsrechter het veld oploopt. De scheidsrechter van die zaterdag liep met een rood hoofd met een volwassen kerel (Richard was toen al in de twintig) hand in hand het veld op, gevolgd door 22 grijnzende voetballers.
Na alle formaliteiten mocht onze ster de aftrap nemen en met de bal aan de voet op het doel van de tegenstander afrennen en een doelpunt scoren. Dat ging niet geheel volgens plan, want onze Messi liep op het verkeerde doel af. Het publiek brulde, dat hij de verkeerde kant opliep, maar hij ging ijzeren-Heinig door, tot de laatste man van de zinkweg hem tot inkeer bracht en hem op het goede spoor bracht: richting doel van de tegenstander van die dag. Na enige omzwervingen arriveerde onze brave borst bij de vijandelijke doel, stopte bij de penaltystip en dacht aan de woorden van trainer Daan: “Bij een penalty gewoon keihard door het midden schieten, want die keeper kiest altijd een hoek” en schoot. Keihard. Door het midden. Maar deze keeper dook niet naar een hoek en had zeker niet op zo’n harde pegel gerekend. Hij werd vol geraakt op de oorsprong van de kinderbijslag. Hij kon slechts een hoge piep voortbrengen en stortte ter aarde, happend naar lucht. De bal stuitte terug en werd alsnog door Richard tegen de touwen gejaagd, De doelpuntenmaker rende vervolgens zijn ereronde, al zwaaiend met zijn uitgetrokken shirt en algauw achterna gezeten door onze verzorger, die hem met vriendelijke dwang naar de dug-out sleepte, terwijl de verzorger van de tegenpartij de ongelukkige goalie van de tegenstander weer trachtte op te lappen.
Toen de wedstrijd uiteindelijk begon zat onze brave borst aan een flesje drinken te lurken en leek de wedstrijd verder ongestoord te kunnen gaan verlopen.
Dat viel tegen. Na een half uurtje gingen er tactisch een aantal zaken niet geheel volgens het door Rob uitvoerig uitgelegde plan. De trainer stond op en riep wat aanwijzingen, waarop Richard ook opstond om deze aanwijzingen nog even kracht bij te zetten. Het begon Rob aardig te irriteren. Maar toen Rob een opmerking richting scheidsrechter maakte en deze al met de hand aan zijn kaartenbroekzak ging, herhaalde onze hulpcoach de zojuist gemaakte verwerpelijke opmerking. Een duivels dilemma voor de man in het zwart: Wanneer hij de coach een gele kaart gaf, moest hij dan de pupil van de week ook een kaart geven? Hij liep naar de dug-out en zei tegen de coach: “Houdt u zich een beetje in” en fluisterde: “Kunt u iets bedenken om uw pupil een beetje in toom te houden?”
Één van de reserve-spelers hielp onze ongelukkige coach uit de brand: “Zeg Richard, heb je trek in een patatje?” Dat werkte, want deze had door al dat coachen toch wel trek gekregen. Samen gingen ze richting kantine.
Waarom dit verhaal? Omdat morgen er weer een G pupil van de week is. Alleen is het ditmaal een klein g-tje, Xander (10 jaar) Het enige wat me toch wel wat zorgen baart is, dat er bij zijn gegevens op de site van de Zinkwegse Boys staat, dat Xander hard kan schieten.
Die kleine van Boekee
We waren gisteren vroeg bij ’s Gravendeel voor de ‘streekderby’. Terwijl ik de verzorgerstas neerzette (Leo was een weekje weg) zag ik blauw-rode mannetjes en vrouwtjes voetballen op een half veld met kleine doeltjes. “Is dat een team van de Zinkwegse boys?” vroeg ik aan Sjaak, die naast me meegelopen was. Er zijn namelijk meer clubs, die in het blauwrood spelen. Sjaak twijfelde even en zei toen “Ja, want daar achterin loopt die kleine van Boekee” Die ‘kleine van Boekee’ bleek een meisje, dat met wapperende haartjes achter een seutertje (seuter=bijnaam voor ’s Gravendeler dan hoef ik niet steeds die ’s te typen) aanrende en hem succesvol de bal ontfutselde. Mijn aandacht was getrokken. Boekeetje gaf vervolgens een opvallend goede pass en er volgde na een prima combinatie een doelpunt voor ons Jo11-1 team. (vroeger heette dat nog gewoon E-tjes) Ik vroeg me af welke trainer die gastjes zo goed had leren voetballen!
Ik stond in het zonnetje te genieten van de wedstrijd en alles eromheen. Er werd niet negatief geschreeuwd door ouders, er werd door de kinderen zelf gewoon sportief en goed gevoetbald. Aan beide zijden. Een seutertje scoorde een prachtig doelpunt. Ik applaudisseerde, net als een wat oudere man naast me. “Mijn kleinzoon” glom hij. Even later scoorde een Zinkweggertje ook prachtig. Ik applaudisseerde weer. Opa keek opzij, glimlachte en klapte gewoon mee. We genoten allebei van deze ‘voorwedstrijd’ voor de wedstrijd van ’s Gravendeel tegen onze Boys.
Na de voor-wedstrijd aten alle voetballertjes gezamenlijk frietjes en gaven een geweldig voorbeeld voor de ‘grote jongens’. Daarna mochten ze als in een Champions League wedstrijd hand in hand met een grote voetballer het veld oplopen. Een feest.
De wedstrijd van de ‘grote jongens’ verliep gunstig voor onze boys. Alsof ze gekeken hadden naar de ‘groten van de toekomst’. Geen gezeur, goed voetballen en met respect voor elkaar.
Na de wedstrijd zaten Seuters en Zinkweggers naast elkaar in het zonnetje op de grond met hun rug tegen de muur van de kleedkamers. Roberto, onze elftalleider, kwam langs met een kratje bier en gaf ook een biertje aan een paar Seuters. Zoals de ‘kleintjes’ samen patatjes aten, dronken de ‘groten’ samen een biertje.
‘Sport verbroedert toch nog steeds’, dacht ik en mijn dag kon niet meer stuk.
Puzzel
Zoals eerder beschreven op deze verhalensite was mijn vader een groot wetenschapper, die experimenteel de penetratie-snelheid van de geur van leverworst door de normale huiskamer-atmosfeer trachtte vast te stellen. Het experiment mislukte door de vermeende intelligentie van onze teckel Court.
Helaas voor mijn vader is de intelligentie van teckels nooit helemaal vast komen te staan, daar het lastig is de IQ van zo’n beest te testen.
Inmiddels is het gegeven, dat onze kortpotige vriend ook beschikte over een goed zicht en prima gehoor een aannemelijker oorzaak voor het mislukken van pa’s onderzoek. Wanneer Court mijn vader naar de keuken zag of hoorde sluipen, werkte er een geconditioneerde reflex: Baas/keuken/eten.
Waarom deze geschiedenis? Omdat zich een geweldige kans voordeed om het onderzoek te perfectioneren: Puzzel.
Puzzel is het hondje van mijn zwager en schoonzus (Harm en Rita) Ze is een soort boerenfokje met veel vuilnisbak-eigenschappen. Haar vacht is zwart/wit en vertoont gelijkenis met een legpuzzel.
Wanneer Harm en Rita met vakantie gaan, komt Puzzel bij ons logeren. Dat is altijd erg gezellig. Ze hoort helemaal bij onze roedel en beschermt onze kleine hondjes zelfs tegen grote soortgenoten. Een stoer hondje. Maar ze wordt oud en een aantal functies worden beduidend minder. Vroeger blafte ze nog tegen iedere onweersdonder, die dan steevast gezellig terugdonderde. Dat kon onze nachtrust wel eens een beetje verstoren. Maar Puzzel is nu doof. Dus het gedonder kan haar geen donder meer schelen, want ze hoort het gewoon niet.
Puzzel ziet nog wel, maar er is wel sprake van enige staar op haar oogjes.
Haar neus werkt echter nog prima. En al die zaken bij elkaar maakt onze grand-old-lady uitermate geschikt voor de proef van Pa. Ik kon naar de ijskast lopen zonder dat ze ook maar iets in de gaten had, de ijskastdeur openen, en gelijktijdig de stopwatch indrukken. De afstand van de mand van ons proefdier en de ijskast had ik al nauwkeurig gemeten. Wanneer ik de tijd kon bepalen, welke verstreek tussen het openen van de leverworst bevattende koelkast en het plots opkijken van onze proefhond zou de penetratiesnelheid van de geur van leverworst mij bekend zijn in m/sec. Dus zo gezegd, zo gedaan. Terwijl ik de stopwatch indrukte stonden er drie hondjes achter me te kwispelen. Chico, Gizmo en, inderdaad: Puzzel. Ik had geen rekening gehouden met haar ‘roedelgevoel’: Zodra onze hondjes in beweging komen komt Puzzel ook in beweging, alhoewel ze geen idee heeft wat er aan de hand is.
Weer mislukt…
Magere Hein
Vorige week belde Magere Hein aan bij Heer Daan. Laatstgenoemde deed open en voordat Hein iets kon zeggen griste Daan de beruchte zeis uit diens knokige handen en zei: “Waar heb je dit waardeloze ding gekocht, bij van Cranenbroek zeker? Daar kun je toch niet mee werken! Ik zal hem eerst even voor je slijpen”, waarna hij naar zijn schuurtje liep, Hein met een brede grijns achterlatend, maar Hein grijnst altijd breed.
Er zullen mensen zijn, die vinden, dat ik niet de spot mag drijven met de dood. Dat had ik ook zeker gelaten, wanneer ik gisteravond geen geweldige avond had gehad met Heer Daan en zijn Tineke. Ik genoot van onze vriend, die zich moest bemoeien met het barbecuen en extra zijn best deed om voor Elly een perfecte hamburger te bakken. Als altijd, en hopelijk zal dat nog heel lang duren, genoot ik van het lachen, het plagen, zelfs van het soms lastige discussiëren, maar vooral van het zijn met vrienden. Ik bracht onze gasten na het feestmaal terug naar huis, en hoorde later van Tineke, dat ze bij thuiskomst een prachtige fruitmand van onze Zinkwegse Boys voor de deur hadden aangetroffen. Geweldig!
Het moge duidelijk zijn, dat Hein vorige week zijn zeis geslepen terug had gekregen, Daan voor het slijpen niets had hoeven hebben en de deur had dichtgedaan met de woorden: “Die is weer voor zeker 20 jaar scherp”
4 mei
Iemand wil vanavond schreeuwen op de Dam. Als protest.
Dat schreeuwen als eenling tussen een zwijgende menigte zal heel indrukwekkend zijn.
Zoals het schreeuwen van onschuldige mensen, die werden gemarteld tot een bekentenis.
Zoals het schreeuwen van onschuldige mensen in gaskamers, alleen vanwege hun geloof
Zoals het schreeuwen van onschuldige mensen, die werden verbrand in een kerk als vergelding
Zoals het schreeuwen van onschuldige moeders van omgekomen soldaten
Zoals het schreeuwen van jonge mensen voor een vuurpeloton
Zoals het schreeuwen van hele volkeren onder de druk van duivelse heersers
Heel indrukwekkend.
Maar, iemand, als je slechts schreeuwt uit domheid:
Houdt dan gewoon je mond.
Koningsdag
Haar dochter zou voor het eerst in 3 maanden weer eens op de koffie komen. Ze was helemaal blij en opgewonden. Ze had oranje-tompoezen gehaald, want morgen, vrijdag, was het Koningsdag en ze zat met een verse pot koffie voor zich op tafel verwachtingsvol naar buiten te kijken.
Dochterlief kwam met een grote auto voorrijden en opende met een knopje de enorme achterklep. Daar kwamen haar twee bakbeesten van honden uit, een erfenis uit haar voorlaatste huwelijk. De oude dame zuchtte, want ze vond die beesten, Rottweilers, eigenlijk best een beetje eng.
“Hallo moeder, kus kus”, kwam vol bombarie haar meisje binnen. Ze herinnerde zich nog dat kleine meisje, dat toen altijd al precies wist, wat ze wilde. De honden volgden, vrolijk kwispelend. “Af, meiden!’ klonk het en de bakbeesten gingen liggen. “Hoe vind je me, moedertje?” zei de wervelwind en ze draaide zich rond als een mannequin. Voordat moedertje iets kon vinden volgde het van haar verwachte antwoord: “Een speciale bodywarmer van het rode kruis voor morgen! Chique, toch? Op de voorkant het logo van het rode kruis en op de achterkant het evenement: Koningsdag Groningen, 2018”, weer draaide ze zich rond, “Wordt nog een collectors’ item, moeder!”
Moedertje deed net, of ze het ook belangrijk vond en ging maar koffie inschenken. Dochterlief pakte een royalty-magazine van de salontafel en riep naar de keuken: “Morgen sta ik als rode-kruis-medewerkster bij het volleyball-veldje. Stel je voor, dat Amalia haar enkel verzwikt, dan ben ik er als eerste bij om er ijs op te doen!” Ze haalde haar bril van boven op haar hoofd en zette hem op haar neus. Inmiddels kwam de koffie met het gebak naar binnen. Dochterlief nam haar bril van haar neus en mopperde: “Ik moet eens van die speciale shampoo kopen, waar je bril niet zo vet van wordt”, en schoof achteloos de tompoes naar binnen.
Vervolgens goot ze de hete koffie met een moordend tempo door haar keelgat, waarna ze opstond, haar bril weer op haar hoofd schoof en zei: “Lekkere koffie, ma, maar ik hoef geen tweede bakkie, want ik ga zo naar Groningen. We hebben vanavond een breefing in het hotel. “O, en jij kunt wel even op de hondjes passen, toch? Fijn” en ze stormde de deur uit, en riep vlak voordat ze haar auto inklom: “Ik heb een flesje dettol in de tas van de honden gedaan, want Emanuelle is een beetje loops”. Ze deed snel de deur dicht, haar riem om en scheurde de straat uit. Achter moeder stonden twee Rottweilers. ‘Drup’ deed Emanuelle, op de nieuwe vloerbedekking.
Nou bestaat ‘een beetje loops’ net zomin als ‘een beetje dood’, dus Emanuelle lag de hele tijd voor de deur te zeuren, dat ze naar buiten wilde. Ze had een duidelijke puppy-wens. En het maakte haar weinig uit van welke reu.
Na enige uren gaf moedertje zuchtend toe, deed beide honden de halsband om, pakte haar rollator, en schuifelde de straat op. Het leek goed te gaan, tot Emanuelle een plas deed en aan de overkant van de straat de neus van teckel Rocky omhoogging. Deze deed direct een antwoordplas. (Honden schijnen urinaal te kunnen communiceren.) Emanuelle’s neus ging omhoog en ze was gelijk niet meer te houden. Ze nam een run richting reu. Moedertje deed nog een verkrampte poging het geile teefje met de lijn tegen te houden, maar dat resulteerde slechts in een kapseizen van de rollator en moedertje zelf. Bij het neerkomen wist ze het al: het ging fout. Ze brak haar schouder.
Zoals ik al in een eerder stukkie vertelde, heeft mijn zus als nieuwe roeping het oprapen van gevallen bejaarden, dus onze hulpverleenster was als eerste ter plaatse, omdat de baas van Rocky verbijsterd met zijn riem stond te jongleren om het verliefde stel uit elkaar te houden, hetgeen niet lukte, want Emanuelle was uiterst bereid voor Rocky door haar knieën gegaan. Ondertussen gilde de gevallen dame van de pijn. Zus Annemieke belde een ambulance, nadat ze de telefoon van de ongelukkige onder diens luide geschreeuw uit haar zak had gekregen. Daarin vond mijn zus het telefoonnummer van de dochter. Deze was inmiddels in Groningen gearriveerd. “Wat zegt u, heeft mijn moeder haar schouder gebroken? Wat vervelend voor haar! Maar de breefing begint zo, zeg maar, dat ik zaterdag gelijk uit Groningen wel even langs kom!” en vervolgens hing ze op.
Mijn zus was even stil. De baas van Rocky stond haar verbouwereerd met twee trekkende honden en één uitgeputte Rocky aan drie lijnen aan te kijken. De ongelukkige bejaarde werd ondertussen in de inmiddels gearriveerde ambulance gehesen.
De volgende morgen zag Annemieke de baas van Rocky met twee rottweilers, waarvan één er erg voldaan uitzag, lopen en even later alleen met Rocky. Ze durfde hem niet aan te spreken, bang, dat zij de enorme bakbeesten in haar maag gesplitst zou krijgen.
Ze was wel heel benieuwd naar de puppy’s: Rott-teckels, hoe zou dat eruit gaan zien? Dochterlief zal er waarschijnlijk niet erg blij mee zijn. Verdiende loon.
Bijscholing
Dit weekend was het weer zover; bijscholing. Ditmaal was het mijn tweejaarlijkse ‘onderhoudsbeurt’ van de Manuele LymfeDrainage ad modum Vodder. Zeg maar MLDV. Deze bijscholing volg ik altijd in Antwerpen, omdat het relatief dichtbij is en ik er goed kan parkeren. En vanwege Philippe. Philippe is een opa met de uitstraling van een kwajongen, die zich heel boos kan maken over pseudowetenschappers, die hun eigen ego belangrijker vinden dan het belang van al onze patienten. Ik geniet altijd van zijn boosheid, omdat er vuur uit spreekt, en dat heilige vuur dooft niet met de jaren. De Godmother van de MLDV, Virginia Cools, had dat vuur ook, en heeft dat gehouden tot aan haar dood. De fakkel is overgedragen aan de juiste persoon.
De ’terugkomdagen’ worden gedaan in een bijgebouw van een instelling voor kinderen in Wommelgem. Er staan oude houten massagebanken, die alleen in horizontale richtingen versteld kunnen worden: je kunt ze iets naar links of rechts zetten, en iets naar voren of achteren. Op zich is dat zinloos, dus meestal blijven ze gewoon in 3 lange rijen staan.
Ik was vroeg, deze zondag, en gelukkig was er al koffie. De cursisten druppelden binnen. Als laatste kwam er een kinderwagen de hoek om geduwd. Niemand keek verbaasd, omdat een kinderwagen nou eenmaal niet bijzonder is. Philippe begon te spreken en de baby viel in: er klonk een vragend huiltje. Niemand keek verstoord of geërgerd, want het gehuil van een baby kan nooit storend zijn. Het is het geluid van nieuw leven en dat kan slechts aanleiding geven tot een glimlach en aanzetten tot zorg. Dus Philippe nam al lesgevend de baby even over van de bijscholende moeder en wiegde de kleine door het lokaal. Zijn gezicht ging helemaal open. Hij is zelf bompa, zoals ze dat in Belgie zeggen. Het kind werd echter pas stil, toen Philippe het weer aan de moeder gaf en deze even apart ging zitten om het onderwerp van de bijscholing, de borst, aan de kleine te geven.
Ondertussen wandelde onze docent, met zijn brilletje op het puntje van zijn neus door het lokaal en instrueerde ons met zachte stem. Ik volgde hem en vroeg me af, wanneer dat brilletje van die neus af zou vallen, want het leek steeds verder van zijn ogen af te gaan staan. Of zou hij een Pinokkio-neus hebben en met ieder klein leugentje een beetje kunnen inzoomen? Alleen heb ik hem nog niet op kleine (of grote) leugentjes kunnen betrappen.
Doktersadvies
“Zitten is het nieuwe roken”, had de bril-esculaap (een brilslang-arts) gezegd, waarna ze zelfgenoegzaam achterover was geleund in de voor haar skeletterige lijf eigenlijk veel te grote bureaustoel. De oude baas had gezucht en was naar huis gegaan en had zijn oude racefiets opgezocht, een fietsbroek aangeschaft en op aanraden van zijn dochter ook een helmpje. Hij was er helemaal klaar voor, hoewel het scheren van zijn benen een waar bloedbad was geworden met al die spataderen. Gehuld in zijn nieuwe outfit en met zijn benen vol pleisters stond hij klaar voor de eerste stap naar een betere gezondheid.
Maar daar begon de ellende. Zijn fiets stond beneden in de parkeergarage van het luxe appartementen complex, waar hij in woonde. Die fiets mocht niet in de lift, daar was de voorzitter van de vereniging van huiseigenaren heel stellig in geweest. Daar zou die lift wellicht vies van worden. Het stalen ros van opa was ook te zwaar om de trap op te tillen, dus onze Eddie Merkx liet de grote garagedeur van het complex opengaan en nam een aanloop met zijn velo, want achter de enorme deur was een vrij venijnig colletje van de eerste categorie, te weten de oprit van de kelder naar openbare weg. Hij koos wijselijk voor het kleinste verzet en kroop tergend langzaam de helling op. Net voor het bereiken van zijn welverdiende bolletjestrui bleef hij even seconden lang ‘surplace’ staan alvorens hij omkieperde en met een vaartje weer naar beneden gleed om juist onder de inmiddels automatisch neerzakkende roldeur van de garage te blijven liggen. Wanneer ik Karin Slaughter was geweest, was dit verhaal nu tot een gruwelijke climax gekomen, waarin de enorme deur onze onfortuinlijke bejaarde had geplet, maar helaas voor onze horrorliefhebbers ging het goed; een toevallige voorbijganger kon de moorddeur nog net op tijd tegenhouden. Onze gevallen fietser bleek er wonderbaarlijk goed vanaf gekomen te zijn.
Dit verhaal heb ik van mijn zus, die tegenwoordig als tijdverdrijf bejaarden van de grond opraapt. Ze had deze sportman ook bijstand verleend. Het verhaal vertelt niet of de man inmiddels verstandig is geworden, van huisarts is gewisseld en gewoon weer in zijn luie stoel zit met een goed boek, zoals bijvoorbeeld een thriller van Karin Slaughter…