Vorige week belde Magere Hein aan bij Heer Daan. Laatstgenoemde deed open en voordat Hein iets kon zeggen griste Daan de beruchte zeis uit diens knokige handen en zei: “Waar heb je dit waardeloze ding gekocht, bij van Cranenbroek zeker? Daar kun je toch niet mee werken! Ik zal hem eerst even voor je slijpen”, waarna hij naar zijn schuurtje liep, Hein met een brede grijns achterlatend, maar Hein grijnst altijd breed.
Er zullen mensen zijn, die vinden, dat ik niet de spot mag drijven met de dood. Dat had ik ook zeker gelaten, wanneer ik gisteravond geen geweldige avond had gehad met Heer Daan en zijn Tineke. Ik genoot van onze vriend, die zich moest bemoeien met het barbecuen en extra zijn best deed om voor Elly een perfecte hamburger te bakken. Als altijd, en hopelijk zal dat nog heel lang duren, genoot ik van het lachen, het plagen, zelfs van het soms lastige discussiëren, maar vooral van het zijn met vrienden.  Ik bracht onze gasten na het feestmaal terug naar huis, en hoorde later van Tineke, dat ze bij thuiskomst een prachtige fruitmand van onze Zinkwegse Boys voor de deur hadden aangetroffen. Geweldig!
Het moge duidelijk zijn, dat Hein vorige week zijn zeis geslepen terug had gekregen, Daan voor het slijpen niets had hoeven hebben en de deur had dichtgedaan met de woorden: “Die is weer voor zeker 20 jaar scherp”