Online shoppen

Teckel Joseph lag besodemieterd te kijken, tenminste voor zover teckels besodemieterd kúnnen kijken, naast ons bankje bij de haven. Waarschijnlijk omdat het gure weer hem zelfs nog in april weer opgezadeld had met dat weerzinwekkende coltruitje. Ook ome Arie zat dik ingepakt in een winterjas  met een sjaal, zijn winterpet met oor-flappen en handschoenen met open vingers zijn pijp te stoppen. Ook ik had de nodige maatregelen getroffen tegen de kou. We hadden elkaar alweer een paar dagen niet gezien door onze wederzijdse ‘paas-verplichtingen’. En nieuwsgierig als ik was kon ik niet nalaten naar de uitwerking van zijn ‘puppy-grap’ te vragen. (Zie verhaal ‘teckbulls’) Hij stak zijn pijp op en van wal: “Toen ik vorige week woensdag thuiskwam zat Riek heel ingespannen voor de computer. Ik durfde niet te storen, want de combinatie Riek en computer is geen erg gelukkige. Meestal zit ze flink te mopperen op de hedendaagse techniek. Dit keer leek het mee te vallen, maar ze was zo ingespannen bezig, dat het me beter leek haar niet te storen tot ze vrolijk: ‘klaar!’ zei en het programma afsloot. Ik wilde haar net op de datum wijzen toen ze begon op te sommen: ‘Een hondenmand, een halsband, een drinkbakje, een voederbak, een bench voor in de auto, een hondenmandje voor op de fiets en wat leuke speeltjes! Allemaal besteld voor onze nieuwe pup. Je kunt er in deze coronatijd niet vroeg genoeg bij zijn!’ U begrijpt, meneer Ype, dat ik even met stomheid geslagen was…” Ik begreep het: “Was ze al van alles aan het bedenken voor die eerste nestkeus?” “Aan het bedenken? Ze had het al besteld! Ze zei, dat er zeker zes weken overheen gingen voordat die zooi uit China hier in Nederland aankwam, dus dat ze nog maar nèt op tijd was! U begrijpt, dat ik toen even niet durfde te zeggen, dat het een 1-aprilgrap was!” Ik begreep zijn probleem. “Ze had natuurlijk wel gelijk. Dat zag je natuurlijk ook toen dat schip dwars lag in het Suez-kanaal…” deed ik nog een schepje op zijn ellende. Er kwam een zuchtende rookwolk uit onze ome Arie: “En ze zei er ook nog bij, dat het mijn hond wordt en ik dus voor de kosten opdraai. Om er sadistisch aan toe te voegen, dat dat een mooie aanleiding is om te stoppen met roken.” Hij bekeek ter ondersteuning van deze trieste mededeling zijn pijp en vervolgens bijna smekend mijn kant op: “ Maar dan kan ik toch nog wel eens een pijpje tabak van u bietsen, meneer Ype?” Ik kreeg medelijden met hem en knikte bemoedigend. “Tuurlijk, ome Arie!” Zo zaten we nog even van onze luxe te genieten, tot mijn bank-genoot huiswaarts slofte met teckel Joseph achter zich aan. Hij liep iets gebogen alsof de toekomst zwaar op zijn schouders rustte. Mijn pijp was nog niet aan een retourtje naar de warme kachel toe, dus ik bleef nog even zitten.

Toevallig kwam Riek, ome Arie’s echtgenote, niet veel later op de fiets langs. “Is Arie al naar huis?” vroeg ze mij. Ik knikte: “Hij is net weg. Ik had met hem te doen; hij was best een beetje zielig. Misschien moet je hem nu maar eens vertellen, dat je hem teruggepakt hebt met die puppy-spullen…” Ze schoot in de lach: “dus u hebt me wèl door, meneer Ype!”

Teckbulls

Het beloofde een mooie dag te worden. Ik twijfelde over welke jas en besloot toch nog maar voor de zekerheid van de dikke. Op de scooter de juiste keuze, op het bankje bij de haven toch al gauw te warm. Ome Arie bleek hetzelfde probleem te hebben; hij zat met zijn winterjas los nog puffend zijn pijp te stoppen. Na de gebruikelijke begroetingen volgde ik zijn voorbeeld: jas los en puffend mijn pijp stoppen. De oude veehouder glimlachte: “Best wel warm, toch, meneer Ype..” Ik knikte: “Niks mis mee, ome Arie!” Zo genoten we van de eerste lentezon. Teckel Joseph was er bij gaan liggen. We staken onze pijpjes vrijwel gelijktijdig aan, hetgeen een behoorlijke rookwolk opleverde. Ome Arie keek omlaag naar Joseph: “Je hebt me weer behoorlijk in de problemen gewerkt, Don Juan!” Ik keek hem verbaasd aan: “De zwangere Pitbull Doortje?” Ome Arie knikte; “Hoe die hooligan het te weten is gekomen, weet ik niet, maar ik zit met de gebakken peren!” (Zie verhaal ‘Pitbull’ op swartboek.nl) Ik blies ook niet begrijpend een grote rookwolk uit; “En nu?” De oude veeboer zuchtte: “Die tattoo-gast was niet blij. Hij verwacht er niet veel van. Pittels of teckbulls. “Onverkoopbaar!” brieste hij. En daar kan hij wel een punt hebben…” Ik schudde mijn hoofd. Arme ome Arie. “Riek was ook razend! Vooral toen ik zei, dat ik verplicht eerste nestkeus had!” Hij keek bezorgd. “Eerste nestkeus? Maar Joseph is toch van Agaath?” “Ja, maar die zegt, dat ik dan maar beter had moeten opletten! En daar heeft ze wel een punt. Het gebeurde vlak voor mijn neus!” Ik begreep het probleem: “Dus binnenkort heb je een puppy, ome Arie! Dat is toch ook wel een beetje leuk?” De oude baas leek niet vrolijk: “Nou, Riek is er behoorlijk chagrijnig door. Ik ben dan ook vroeg de deur uit gevlucht. Het was even stil. “Wilt u misschien een leuk puppy, meneer Ype?” Hij keek me hoopvol aan. “Nee, bedankt, ome Arie; Ik heb al twee honden!” Weer was het even beklemmend stil. We rookten onze pijpjes tot ome Arie de zijne leeg klopte tegen de zijkant van ‘ons’ bankje aan de haven. “Ik ga maar eens op huis aan, kijken hoe het met Riek gaat.” En met een vette grijns erachteraan: “En haar maar eens opvrolijken door naar de kalender te wijzen!” Niet begrijpend keek ik op mijn horloge: één april! Schaterend liep Ome Arie richting huis gevolgd door een vrolijk kwispelende Joseph.

Weegschaal

Het was nog behoorlijk fris. Ome Arie zat diep ineengedoken in zijn winterjas zijn pijp te roken. Ik stalde mijn scooter en pakte mijn pijp. “Goeiemorgen, ome Arie, je bent er vroeg bij?” De oude baas blies een wolkje welriekende rook uit. “Goeiemorgen, meneer Ype! Inderdaad, ik was al vroeg hier. Ik ben gevlucht!” Ik ging zitten en stopte mijn pijp. “Het was crisis thuis: De badkamerdeur was op slot…” Ik keek verbaasd opzij: “De badkamerdeur was op slot? Hoelang zijn jullie getrouwd?” Ome Arie stampte de tabak in zijn pijp aan met een speciaal pijpenstampertje: “Lang genoeg.” Ik keek vragend. “Ze was zich aan het wegen. En dat duurde nogal lang!” Ik begreep het even niet: “Hoe kan dat nou lang duren?” Ome Arie trok zijn schouders op: “Ik hoorde haar steeds ‘shit’ roepen en een schuivend geluid alsof ze de weegschaal over de tegels aan het schuiven was. Dan was het weer even stil. Vervolgens nogmaals: ‘shit’ en weer een hoop geschuif. Toen heb ik maar preventief mijn hielen gelicht!” Ik schoot in de lach: “Dacht ze, dat ze op een andere plek minder zou wegen?” Ome Arie knikte; “Dat kan zomaar een pondje schelen.” en grinnikend erachteraan: “Dat is mij ook wel eens opgevallen…” Ik keek hem verbaasd aan. “Ik heb wel eens gekkere dingen geprobeerd. We hadden ooit voor de kleinkinderen  ballonnen opgeblazen met helium. Daar gaan ze van vliegen!” Ik knikte. “De volgende morgen, ik was alleen thuis, probeerde ik een flinke teug helium vòòr dat ik op de weegschaal ging staan in de hoop, dat de helium me een beetje op zou tillen!” Hij lachte er nu zelf ook om. “En net toen ik op de weegschaal wilde stappen ging de deurbel: Jehova-getuigen!” Nu gierde ik het uit: “En je had door de helium een piepstem?!” “En hoe! Ik stond met niet meer dan mijn badjas aan tegen twee verbijsterde dames Donald Duck te imiteren!” Ik sloeg op mijn knieën van de pret. “Daarna hebben we ook nooit meer Jehova’s aan de deur gehad!”  Hij stak opnieuw zijn gedoofde pijp aan, keek opzij en vroeg, nu een beetje bezorgd: “Heeft u nog wat van die cake van gisteren over, meneer Ype? Ik vrees, dat ik thuis voorlopig niet veel meer te eten ga krijgen…”

Medisch attest

Langs de verduisterende rolgordijnen verraadde een dunne felle streep licht de prachtige ochtend er achter. Lente! Ik verbeeldde me zingende merels en trok enthousiast een rolgordijn omhoog. Wellicht had ik er verstandig aan gedaan eerst een ochtendjas aan te trekken, want nu werd ik verbijsterd aangestaard door een dame, die daar juist haar hond liet poepen. Recht voor het door ons geplaatste bordje met het verzoek zulks niet toe te laten. Ze sleurde het keffertje onze voortuin uit, waarbij het beest al door-kakkend een langgerekt spoor van drolletjes achter zich liet. Lachend liet ik het rolgordijn toch maar weer zakken. Ze was zo wel genoeg gestraft. Na het gebruikelijke ochtendritueel startte ik mijn scootertje en tufte goedgemutst naar het pittoreske haventje van ons dorp. Ik had een thermosfles koffie en een paar plakken cake in mijn fietstas. Vanwege het jubileum: honderd verhalen over ome Arie! Niet dat hij dat hoefde te weten, maar toch…

Het onbewuste feestvarken zat, met teckel Joseph aan zijn voeten, vergenoegd zijn pijp te stoppen. Hij begroette me erg vrolijk: “Goeiemorgen, meneer Ype! Wat een heerlijke lentemorgen, vindt u niet?” Ik was het met hem eens: “Goeiemorgen, ome Arie! Het is inderdaad een heerlijke ochtend. En daarom heb ik koffie met wat lekkers meegenomen.” Ome Arie ging er eens goed voor zitten. “Vanwaar deze traktatie? U bent toch pas jarig geweest?” Ik hield de ware reden maar voor me: “Om de lente te vieren, gewoon om de lente te vieren!!” Ome Arie vroeg niet verder en deed suiker uit een meegebracht suikerstaafje in zijn dampende plastic bekertje. We genoten met kleine teugjes teneinde onze mond niet te branden aan de hete koffie en aten cake. Het leven is op zulke dagen altijd nèt even mooier dan op andere. En tot overmaat van tevredenheid staken we onze pijpjes op. Toen viel me op, dat ome Arie geen krantje bij zich had. “Geen huiswerk vandaag?” kon ik niet nalaten te vragen. Ome Arie keek heel gelukkig: “Nee, inderdaad. De :ingevulde crypto van maandag maakte veel indruk. En het was slim om hem niet helemaal in te vullen, want dan zou ze gelijk hebben doorgehad, dat het niet mijn eigen werk was!” Hij ging vergenoegd achterover zitten: “Maar dat was niet alles. Ik heb ook de belastingaangifte gedaan!” Ik was erg verrast: “Dat vind ik knap, ome Arie! Helemaal zelf? En op de computer?” Hij knikte. “Ik wist niet, dat je zo goed met een computer overweg kon?” Hij knikte: “Nou, goed… Goed genoeg om aangifte te doen!” Hij was oprecht trots. “En ik krijg nog geld terug ook!” Nu werd ik, behalve jaloers, toch nieuwsgierig. “Zo, dat is goed nieuws, hoe heb je dat voor elkaar gekregen?” Ome Arie boog weer voorover en fluisterde, alsof er iemand zou willen meeluisteren: “Nou, zelf; met een klein beetje hulp van een bijdehand nichtje.” Hij ging weer tevreden achterover zitten. Ik besloot maar niet te veel door te vragen. Ik heb een gezond wantrouwen tegen ‘bijdehante’ nichtjes en neefjes. “Vooral het idee onze elektrische fietsen op te voeren als ‘medische kosten’ was een vondst!” “De elektrische fietsen?” Ik was stomverbaasd. “Ik moest van de dokter veel bewegen en toen heb ik gevraagd, of zij wat oefeningen op zo’n recepten-papiertje wilde schrijven. En daar had ze met grote letters ‘fietsen’ op gezet! Dus ik heb een medische verklaring…” Ik keek waarschijnlijk niet echt enthousiast. “Op een elektrische fiets is het toch ook fietsen? Of had ze echt ‘elektrisch fietsen’ op moeten schrijven?”

Cryptogram (vervolg van ‘Kok Arie’)

Het was een beetje grauwe maandag. Ik was het door allerlei schoonmaak-bedrijvigheid nogal rumoerige appartement ontvlucht om rustig een pijpje te kunnen paffen op ‘ons bankje’ bij het prachtige haventje van ons dorp. Ome Arie zat daar al met teckel Joseph naast zich. De voormalige veehouder was druk in de weer met een krant. Hij keek op en begroette me enthousiast: “Meneer Ype! Ik ben blij u te zien!” Enigszins verbaasd ging ik zitten en pakte mijn pijp. “Goeiemorgen, ome Arie!” Hij legde de krant even opzij en pakte zijn pijp. Het had me al vreemd voorgekomen, dat ik hem trof zonder de vertrouwde rookwolken rond zijn verweerde boerenkop. “Riek is weer thuis?” constateerde ik, wijzend op Joseph. “Inderdaad Riek heeft Joseph weer meegenomen na haar weekendje ‘mantelzorgen’ bij Agaath.” Ik knikte. “Hoe gaat het met het been van je schoonzus?” Ome Arie bromde iets dat leek op “Wel goed…” terwijl hij zijn krant weer pakte en moeilijk begon te vouwen. Ik keek het getob met groeiende verbazing aan. “U kunt me helpen, meneer Ype.” Hij had de krant in drieën gevouwen en een pen uit zijn binnenzak gepakt. “Ik moet gaan puzzelen van Riek!” Ik schoot in de lach; “Waarom móet je opeens gaan puzzelen van je vrouw, ome Arie?” Hij gaf geen antwoord. “één  horizontaal: een voormalige open plek in het bos….” Hij keek vragend mijn kant op. Ik keek vragend terug. “Dat komt door het debacle van zondag met die macaroni in de fluitketel.” Ik begreep het nog niet helemaal. Hij legde verder uit: “Ik heb nog geprobeerd die troep er met een lang mes uit te krijgen, maar ook dat was hopeloos. Toen heb ik met een blikopener de bodem eruit gehaald, maar die kreeg ik er na het schoonmaken natuurlijk nooit meer goed in terug gelijmd. Hij bleef lekken… Dus ten einde raad heb ik mijn kook-foutje gewoon maar opgebiecht toen ze vanmorgen thuis kwam.” Ik begreep, dat dit even pijnlijk moet zijn geweest. “En ze werd niet eens kwaad…” Ik keek verbaasd: “Zo, dat viel zeker erg mee, ome Arie?” Hij zuchtte; “Haar reactie was veel erger!” Ik hield mijn mond maar verder. “Ze zei, dat ze zich toch wel ècht zorgen over mij ging maken…” Het begon me te dagen: “Net als mijn moeder vroeger, wanneer ik iets had uitgevreten: ‘Ik ben niet boos, maar wel erg verdrietig'” Hier kon ome Arie toch wel weer om lachen en hij voegde eraan toe: “De mijne was dan ‘erg teleurgesteld’!” Herinneringen uit een ver verleden. “Dus nou moet ik puzzelen om mijn luie hersenen te trainen. Als therapie. Tegen de Alzheimer!” Hij keek weer in zijn krant: “Even kijken: ‘vliegende vergeetachtigen in Harry Potter-film’?” Vervolgens keek hij, een klein beetje wanhopig en aandoenlijk hulpeloos mijn kant op. Ik dacht even na: “De eerste, één horizontaal, is ‘extra’, denk ik, en de tweede zal ‘Dementors’ zijn!” Dolgelukkig vulde ome Arie de woordjes in.

Kok Arie

We hadden besloten onszelf te verwennen met een nummer 23 en een nummer 36. Inderdaad; ik zat bij de afhaal-Chinees. Mijn bestelling was in behandeling en ik zat net verveeld in de Panorama van maart (2019) te bladeren toen ome Arie binnen kwam. “Ik had net gebeld voor een nummer 23.” De juffrouw vroeg: “Meneel Alie?” Ome Arie knikte en ging op anderhalve meter bij me vandaan op de houten bank zitten. Toen zag hij mij pas: “Hé, meneer Ype, heeft u ook geprobeerd zelf te koken?” Ik schudde lachend mijn hoofd: “Nee, ome Arie, daar waag ik me niet aan!” Ome Arie zuchtte: “Daar moet ik u gelijk in geven, meneer Ype!” Hij lachte niet met me mee. “Daarom zit ik nu hier…” Ik legde mijn Panorama weer terug op de rommelige stapel. Ome Arie fluisterde nu haast, alsof hij zich schaamde voor de op de achtergrond zwoegende koks: “Riek is een paar dagen naar Agaath om haar te helpen in het huishouden en met die avondklok is het dan beter dat ze blijft slapen.” Ik knikte begrijpend. “En gisteren ging het goed: ik had aardappelen gekookt, boontjes gedopt, een karbonaadje in de Croma geflikkerd en prima gegeten!” Ik was vol bewondering: “Zoò, ome Arie, ik neem mijn petje voor u af!” Hij glimlachte licht; “Maar na vandaag kunt u uw petje wel weer opzetten, meneer Ype! Echt alles ging mis…” Hij keek om zich heen of er iemand meeluisterde, maar de koks spraken Chinees en de balie-juffrouw nam een telefonische bestelling op. “Ik had vandaag te weinig pannen omdat ik gisteren niet had afgewassen, dus ik moest improviseren.” Hij boog voorover: “Ik besloot macaroni te maken, en begon met de saus: uitje bakken, gehakt braden en zo’n pot tomatenspul erbij.” Ik knikte: “Klinkt lekker!” Ome Arie zag er evenwel niet gelukkig uit. “Maar wat ging er mis?” Want er was duidelijk iets misgegaan. “Te weinig pannen dus. Toen ik de macaroni moest gaan koken deed ik een verkeerde keuze.” Hij zuchtte: “En toen maakte ik dus een klein foutje…” Hij schoof ondanks de Corona-regels toch wat dichter naar me toe: “Ik stond met dat pak macaroni en zocht een pan om water aan de kook te brengen, zoals de instructies op de achterzijde waren: ‘giet de macaroni in ruim kokend water!’ Dus zo gezegd, zo gedaan!” Ik keek hem verbaasd aan: “Maar wat kan er dan fout gaan?” Ome Arie schoof nog iets dichterbij: “Ik kreeg de macaroni, toen die klaar was, er niet meer uit!” Ik begreep er niets van: “Er niet uit? Waaruit?” “De enige pan, die ik nog over had!” Ik keek hem vragend aan: “De fluitketel!” En misschien verbeeld ik het me, maar het was net of er uit die keuken vol Chinezen een bulderend gelach klonk…

Verkiezingen

Ik was met mijn lief bij het stembureau toen ik ome Arie in een heftige discussie met een grote kale man met een onverzorgde baard zag. Aan diens voeten zat een dikke pitbull met opgezette tepels. Doortje. Toen ik voorzichtig dichterbij kwam hoorde ik tot mijn opluchting dat de discussie niks te maken met het aandeel van teckel Joseph in de ’toestand’ van het teefje. De hooligan stond met een papier voor de neus van ome Arie te zwaaien: “Op dit pamflet van onze beweging: ‘sta stil bij de toekomst’ staan onze standpunten heel duidelijk!” Ome Arie keek heel ongelukkig mijn kant op. Ik zei niks. “Gaat u nog stemmen?” Ome Arie schudde zijn hoofd: “Ik heb mijn shit al opgestuurd! Mijn vrouw is nu aan het stemmen.” Hij wees naar de deur van het stembureau. Ik grijnsde om zijn woordkeuze. (zie verhaal ‘Stemmen’) De baard keek mij doordringend aan: “En u?” Ik stamelde dat ik met dat doel inderdaad naar het stembureau gekomen was. “Leest u dan vóór u een grote fout maakt eerst dit belangrijke papier even!” Hij duwde me een a-viertje met opzichtig veel hoofdletters in mijn handen. En schreeuwde met zijn handen als een toeter aan zijn mond in het rond: “LAAT DE NATUUR ZIJN GANG GAAN!!” Ik keek verbaasd ome Arie aan, ome Arie keek verbaasd mij aan. De hooligan zag de verbazing. “We moeten alle anti-Corona-maatregelen afschaffen en gewoon die Corona en dús de natuur zijn gang laten gaan! Nederland is toch óvervol; dit is dè kans om meer ruimte te creëren!” Hij keek alsof hij zojuist het buskruit had uitgevonden en toeterde: “VACCINEREN ALLEEN VOOR HEN DIE WERKEN OF LEREN!” Niemand reageerde. Wij waren ook zelden met zoveel stomheid geslagen. Zelfs Doortje leek afkeurend te kijken. “Kijk, heren, wanneer we selectief vaccineren zullen bepaalde bevolkingsgroepen aan een natuurlijke selectie worden onderworpen! En dan kunnen wij weer gewoon naar Feyenoord in  de kuip en naar de kroeg en feesten!” Wij keken elkaar aan. Wij behoorden als ouderen dus ook tot een bevolkingsgroep die volgens hem aan een ‘natuurlijke selectie’ onderworpen diende te worden. Onze activist zag de twijfel in onze ogen: “Jullie zijn toch gezond?” Wij durfden hem niet tegen te spreken. “Wanneer de gemiddelde levensverwachting omlaag gaat door een handjevol dooie bejaarden zal jullie pensioen een flink stuk omhoog kunnen!” Triomfantelijk hield hij even pauze om dit enorme voordeel bij ons te laten doordringen en nam een slok bier uit een blikje. “Bovendien komen er dan ook weer meer huizen vrij voor jongeren!” Wij voelden ons nu erg overbodig worden en probeerden ons zachtjes uit de eenrichtings-discussie terug te trekken. Helaas schuifelde de activist met ons mee. Tot ome Arie hem voorzichtig vroeg: “Moet jij niet werken of leren vandaag?” Hij bleef plots stokstijf staan. “Door de Corona heb ik nu even geen werk! En ik kon nooit erg goed leren…” En terwijl wij ‘m stiekem smeerden pakte hij één van zijn eigen pamfletten om alles nog eens goed na te lezen…

Stemmen per post

Het was een gewone maandagmorgen. Mijn scootertje had wat opstartproblemen, dus ik had het autootje maar genomen voor mijn weekopening met ome Arie. De oude baas had zijn pijp al opgestoken en zat tegen de naast hem op de grond zittende teckel Joseph te praten. Tot hij mij zag naderen: “Meneer Ype, goeiemorgen! Ik miste u al…” “Goeiemorgen ome Arie! De scooter wilde niet starten.” verklaarde ik mijn verlate komst. Ik pakte mijn pijp en nam plaats op anderhalve meter van ome Arie op ‘ons’ bankje aan het lieflijke haventje van ons dorp. Ik stopte mijn pijpje. Pijprokers gaan juist roken wanneer ze stoppen. Ik hield deze opmerking maar even voor me. Ome Arie was een beetje afwezig. Er zat hem iets dwars. Ik stak mijn pijp op en keek vragend opzij: “Waar zit je mee, ome Arie?” Hij zuchtte. Hij blies een wolkje uit. En zuchtte weer: “Hebt u iets aan mij gemerkt, meneer Ype? Dat ik…” hij maakte een draaiende beweging met zijn pijp bij zijn slaap, “… de boel niet meer op een rijtje heb?” Hij was echt bezorgd. “Nee, hoor, ome Arie, daar heb ik nog geen moment aan getwijfeld! Maar hoe kom je daar eigenlijk bij?” Ik was echt verbaasd. Ome Arie zuchtte weer, heel diep nu: “Nou, Riek trok mijn geestelijke vermogens in twijfel…” Ik ging er eens goed voor zitten. “Ik had echt alles keurig gedaan: vier keer geprikt, keurig in het potje gedaan, in een aparte envelop, stempas in de andere envelop en vòòr vrijdag 17:00 uur op de bus…” Ik begreep er niks van: “wat heb je dan op de bus gedaan?” “Poep…” antwoordde de oude baas. “Maar waarom heb je daar dan die stempas bij gedaan?” Hij keek erg ongelukkig: “Vergissinkje, ik moest dat bevolkingsonderzoek opsturen en die envelop van het per-post-stemmen lag ernaast, toen dacht: o,ja, dat moet ik ook nog doen…” Het begon me duidelijk te worden: “Je hebt je stempas naar het laboratorium voor darmonderzoek gestuurd?” Hij schudde zijn grijze hoofd: “Nee, nog erger: mijn poep naar het stembureau…”

Vulgaar

De storm was overgewaaid en het was droog. Welgemutst had ik mijn scooter gepakt en was met een kleine omweg naar ons haventje getuft. Ik zat net mijn pijpje te stoppen toen ome Arie kwam aangefietst. Hij stalde zijn fiets tegen een lantaarnpaal en pakte zijn pijp. “Goeiemorgen!” Hij klonk vrolijk. “Goeiemorgen, ome Arie! De teckel is weer terug bij je schoonzus?” “Voor het weekend is Joseph bij Agaath, inderdaad, meneer Ype.” Hij zocht naar zijn aansteker. Ik bood hem de mijne aan. Dankbaar blies hij een paar grote rookwolken uit. Even was het stil. Ik was erg nieuwsgierig hoe zijn ‘zegeltjes-actie’ van eerder deze week zou zijn afgelopen en kon niet laten er naar te vragen. Ome Arie zuchtte: “Er gaat bij mij nooit iets normaal!” Ik besloot hier niet op te reageren. Hij zou zelf heus wel weten, dat hijhij zèlf de oorzaak kon zijn van de loop der dingen. “Toen we Joseph naar Agaath brachten kreeg ik een wereld-idee!” Hij nam een vergenoegde trek van zijn pijp, “u moet weten, dat het al een stuk beter met haar been ging. Ze mocht  al met één kruk lopen!” Ik zag even de ‘rode lijn’ in zijn verhaal niet. Een voor mij geen nieuw euvel. Ome Arie vervolgde zijn ietwat onsamenhangende verhaal: “Dus zij had geen rollator meer nodig!” Ik was nu echt de draad kwijt. “Die heb ik meegenomen. Ik heb vervolgens thuis een oude slappe trainingsbroek aangetrokken en een nog oudere jas; zo’n gewatteerde Michelinmannetjes-jas. Die had ik twintig jaar geleden vaak in de winter op de trekker aan. Ik completeerde dit armoe-ensemble met mijn winterpet met bonten oorflappen!”
 Ik keek wellicht niet snugger, want enigszins ongeduldig voegde hij eraan toe: “Voor bij de Lidl, voor de jungle-mini-zegeltjes!” Het kwartje viel: “Bent u met die kleren en de rollator buiten bij de Lidl gaan staan?” Hij knikte. Ik schoot in de lach; “Was je niet bang herkend te worden?” “Ik had voor de zekerheid ook nog een zonnebril opgezet!” Ik keek even opzij: “Het was takkenweer!” Hij trok zijn schouders op: “Niemand heeft me herkend.” We bliezen simultaan een rookwolk uit. “Was die outfit een succes?”, verbrak ik de stilte. “Het werkte fantastisch! Ik had een oud conservenblik met de tekst: ‘alleen jungle-mini zegels a.u.b.!’ aan de rollator gehangen om niet te hoeven praten.” Ik kon wel lachen om dit beeld: “En, wat was de opbrengst?” “Het ging zo goed, dat dat nare concurrentje (zie vorig verhaal) binnen vijf minuten vertrokken was en binnen een half uurtje had ik twintig zegeltjes, €10,35 in losse muntjes en een pepermuntje!” Hij kreeg een grijns op zijn verweerde boerenkop: “En als ze belangstellend vroegen waar ik vandaan kwam zei ik in gebrekkig Nederlands: ‘Iek bien een ekte Vulgaar uit Vulgarije’!” We schoten nu allebei in de lach. Maar daarna werd onze ex-veehouder weer ernstig: “Helaas was ik vergeten, dat het verkiezingstijd is…” Ik keek vragend opzij. “Opeens kreeg ik een roos in mijn hand geduwd en een jongeheer begon heel vriendelijk tegen me te praten, waarop een bitsige dame heel boos werd en tegen hem snauwde: “Laat hij liever gaan werken in zijn eigen land!” Er ontstond een nogal grimmig sfeertje toen iedereen zich ermee ging bemoeien. Ik overwoog nog de boel ietwat te sussen door te grappen dat ik een vermomde ‘im-boreaal’ was, maar dat leek me toch niet echt verstandig; ze sloegen elkaar nu al zowat de hersens in!” Hij zuchtte: “Toen ben ik maar met mijn rollator onder mijn arm naar mijn auto gerend!” Ik zag het voor me en gierde het uit. Ome Arie kon er nu zelf ook wel om lachen…

Zegeltjes

Boodschappen doen laat ik het liefst aan mijn lief over. Ik vind het geen probleem om langs de diverse winkels te rijden, zolang ik maar niet mee naar binnen hoef. Die middag stond ik bij de Lidl op de invalideparkeerplaats naast de ingang dit verhaal te typen, toen ik opeens ome Arie zag staan. De pet strak over de kop getrokken vanwege de harde wind stond hij het niet echt naar de zin te hebben. Ik kreeg medelijden en besloot uit mijn luie auto te stappen voor een ditmaal pijploos praatje. “Goeiemiddag ome Arie”, opende ik niet echt origineel. Hij keek verbaasd: “Meneer Ype, ook goedemiddag!” Hij blies in zijn handen: “Het is veel te koud om hier te posten!” Nu was het mijn beurt verbaasd te zijn: “Posten?” Ome Arie knikte: “Voor mijn kleinzoon. Zegeltjes bietsen voor Junglemini’s!” Ik schoot in de lach. “Ja, lach maar! Ik zie er de lol niet meer van in…” En vervolgens tegen een passerende dame met een kar vol boodschappen: “Heeft u nog wat jungle-zegeltjes voor een oude opa?” Hij keek er nog echt zielig bij ook. De dame lachte en gaf hem nog een zegeltje ook! Een kind, dat door onze oude boer zojuist ruw opzij geduwd was kreeg er ook één. “Eerlijk delen, jongens!” zei de mevrouw en ze liep verder met haar winkelwagentje. Ome Arie keek het concurrerende ventje vernietigend aan. Het mannetje keek vernietigend terug. Ik had de grootste lol. Tot het opdondertje mij ook boos aankeek: “U gaat er toch óók niet bij staan, hoop ik?!!” Ik schudde ontkennend mijn hoofd. “Één zo’n ouwe lul bezorgt me al genoeg ellende..” mopperde het mannetje nog even zachtjes verder. Het was een uiterst  serieuze zaak. Inmiddels liep ome Arie een stukje de winkel in. Hij zwaaide naar een bekende: “Neef Tinus, mag ik straks je zegels?” De neef zwaaide vrolijk terug. Een medewerker van de winkel maande ome Arie naar buiten: “U kent de regels, ome Arie: alleen buiten zegels bietsen!” Zuchtend kwam onze bedelaar weer naar buiten. “Weet jij wel hoe koud het buiten is, snotaap!? Zou jij je oude opa ook zo in de kou laten staan?” De winkelbediende was niet onder de indruk van het gemopper. “Wacht maar tot jij zeurende kleinkinderen hebt…” gromde ome Arie nog. Ik kreeg toch een beetje medelijden: “Het personeel is niet erg meelevend, ome Arie!” De oude baas knikte: “Misschien omdat ze me doorhadden…” “Doorhadden?” Ik begreep er weer eens niets van. “Ik had vier heggenscharen gekocht vanwege die klotezegels en die vervolgens de volgende dag weer teruggebracht en mijn geld teruggekregen.” Ik begon het te snappen; hij had de zegeltjes wel gehouden…. “Toen ik vervolgens met twee boormachines bij de kassa stond wilden ze me geen junglemini-zegeltjes geven!” Hij klonk erg verontwaardigd; “die barcode-schuifdoos zei dat ik de zegeltjes van de net daarvoor ingeleverde heggenscharen daarvoor in de plaats mocht houden!” Ik schoot in de lach. “Ik heb Riek die boormachines bij een ander filiaal terug laten brengen.” Hij liep op een jongedame met een volle kar af, maar die maakte een afwerend gebaar. Ome Arie kwam teleurgesteld terug. “Die heeft vast zelf kinderen…” Vervolgens keek hij mij hoopvol aan: “Is uw vrouw boodschappen aan het doen, meneer Ype? Mag ik haar zegeltjes?” Ik moest hem teleurstellen. Ook onze zegeltjes hadden al een bestemming. Beledigd draaide ome Arie zich om en wist een stukje verderop een paar zegeltjes van een alleenstaande oudere heer te bemachtigen. “Dank u, meneer”, hoorde ik hem nog zeggen terwijl ik Elly hielp de boodschappen in te laden. “Staat die oude baas nou ook om zegeltjes te bedelen?” zei ze; “Hier geef hem deze twee maar, wij hebben er nu toch genoeg!” Mijn vriendschap was gered.