Tribune

Bij uitwedstrijden van onze Zinkwegse boys is me vaak opgevallen, dat er best veel verenigingen zijn met een heuse tribune. En zo’n bouwsel is dan ook vaak naar iemand vernoemd. Naar een ome Henk of een ome Jan. Bij onze Zinkweg hebben we geen omes, zelfs geen hoge, en wellicht daarom ook geen tribune. Dat is niet zo erg, want over het algemeen zijn de tribunes, welke ik zag bij andere verenigingen verveloos en akelig leeg. Die ome is vast ook al overleden en ligt zich iedere week om te draaien in zijn graf.

Bij sommige clubs wordt dan ook nog entree gevraagd. Bij Rozenburg zaten twee jongedames zich stierlijk te vervelen in zo’n hokje met loket. Wanneer je een kaartje kocht boog één hunner voorover om het geld aan te pakken en verschafte de klant daarmee een heel diep inzicht. De €2.00 meer dan waard.

Bij de Zinkweg staan we gewoon langs de lijn naar de verrichtingen van onze boys te kijken. Met onze poten stevig in de klei. Wij hebben geen loket met rondborstige dames achter een raampje. Bij ons kun je gewoon langskomen en is er prima koffie in de kantine. Of wat anders. Wij hebben geen veel te hoog gegrepen ambities. En daarom hebben we ook geen tribune nodig.

stamtafel

Er liep een labradoedel met een soort hulphondentuigje door de kantine. “Zo te zien, is de scheidsrechter ook gearrriveerd”, zei ik, “z’n blindegeleidehond is er in ieder geval al wel”. Niemand lachte. Ik zat het helemaal naar mijn zin te hebben aan de stamtafel van de Blauw Rode Heerenclub in de kantine van de Zinkwegse boys. Die tafel is aan het raam gesitueerd, zodat de daar gezeten Heeren de wedstrijd vanuit de kantine goed kunnen volgen onder het genot van een al dan niet alcoholische versnapering. Er hangt een bordje bij: ‘Stamtafel van de BRHC’. Over het algemeen trekt niemand zich wat van dat bordje aan, waardoor het noodzakelijk is, dat Heer Vos zaterdagochtend heel vroeg zijn bekertje koffie er neer gaat zetten, als een handdoekje van een bejaarde op een strandstoel in Benidorm.
Er zaten nog een paar andere Heeren aan de stamtafel en er werd veel gepraat en weinig geluisterd.
Ik genoot rustig verder en bekeek alles zonder wat te zeggen. Buiten was de wedstrijd inmiddels begonnen en het ging prima, de Boys scoorden er op los en iedereen keek blij. Rob zat erbij, Jan en Melle. Bertus zat in zijn vertrouwde hoekje aan de bar. De rondjes volgden elkaar in rap tempo op. Er werd gepraat over voetbal, de boys en natuurlijk de Heerenclub. Ontstaan uit een geintje langs de lijn van het veld. Doelstelling: geld bijeenbrengen voor de club, maar dan wel zelf mogen bepalen, wat er met dat geld gedaan moet worden. Daarom werd er gekozen voor een aparte club en werd ervoor gekozen, dat de voetbalvereniging niet zomaar geld krijgt, maar bij de Heerenclub verzoeken om subsidie kan indienen. De vergadering van Heeren beoordeelt daarop zo’n aanvraag. En een besluit om een verzoek te honoreren moet unaniem genomen worden volgens de statuten!! Zodat er geen geld wordt verspild of slechts gebruikt wordt om problemen, ontstaan door wanbeleid van een bestuur van de Zinkwegse Boys, op te lossen. En die onafhankelijkheid is de kracht van de Heerenclub.
De andere grote kracht is, dat er regelmatig vergaderingen zijn om die beslissingen te nemen. En die vergaderingen verlopen in een aparte sfeer. Die sfeer moeten we koesteren. Want de Heerenclub is één van de oorzaken, dat de Zinkwegse boys zo’n aparte club is, met gewone, maar toch hele bijzondere mensen. En met goeie stoelen in de kantine, dus ook bij de stamtafel. Inderdaad; betaald door de BRHC.

Kabouter Puntmuts

Het was rust bij een regenachtige wedstrijd van mijn geliefde voetbalclub Zinkwegse Boys. Bij het damestoilet stond een lange rij. Soms is het prettig om een man te zijn en er nog geen sprake is van genderneutrale toiletten. Of toch? Bij het binnengaan van het herengemak zag ik in de hoek een dame met een rood hoofd bij een urinoir staan te tobben met een plastuit. Ik nam de plasbak het verst bij haar vandaan om haar en mezelf niet in verlegenheid te brengen. “Sorry, hoor”, zei ze, “Ik hield het echt niet langer”. “Maakt niet uit”, mompelde ik begripvol en ging verder met de dingen, die nodig waren.
Toen kwam een klein mannetje binnen, zijn vader achter zich meesleurend. Hoge nood zo te zien. Hij dribbelde naar de pisbak tussen mij en plastuitje in. Zijn vader hielp hem met zijn broekje en met een zucht van verlichting begon het ventje te plassen. Toen keek hij opzij. De plastuit zat voor hem op ooghoogte. Vervolgens keek hij verbaasd omhoog. “Kijk, papa, die mevrouw heeft een puntmuts!” Toe keek de vader ook en direct weer voor zich en probeerde het mannetje af te leiden. “Nou moet je proberen met je plas die vlieg daar te raken!” Tevergeefs. Het ventje was volledig geobsedeerd door de puntmuts. Hij keek omhoog. “Wat is dat?” vroeg hij aan de dame, die inmiddels een rood hoofd had en even geen antwoord wist. De vader probeerde de situatie te redden: “Dat is een kabouter, die was zijn parapluutje vergeten en nu heeft’ie door al die regen van daarnet allemaal water in zijn mutsje gekregen, en dat giet die mevrouw er weer uit” Deze man verdiende de Nobelprijs voor de beste leugen. Het kereltje was nog niet tevreden. “Maar waarom zit’ie daaronder?” Ik kreeg medelijden met de vader. “Hij heeft het heel koud gekregen en nou probeert die mevrouw hem weer warm te krijgen” De dame moest ondanks haar lastige situatie nu toch even glimlachen. Ze maakte aanstalten om de plastuit weg te halen en pakte een tissue om even na te dweilen. De vader zag haar aarzeling en zei tegen onze jonge onderzoeker: “Maar nu mag je even niet kijken, want die mevrouw moet even de kabouter zijn neusje snuiten, want hij is verkouden. En dan moet zijn mutsje af en hij schaamt zich voor zijn krullen” Het mannetje leek zich af te laten leiden. Mevrouw Plastuit werkte discreet haar hulpstuk weg en vertrok uit het mannenbolwerk. Het bleef even stil. Je zag hem nadenken.  “Je hebt gejokt” Het kwam er verwijtend uit. “Hoezo?” De vader klonk verbaasd. “Hij schaamt zich helemaal niet” De vader deed het broekje van het mannetje weer dicht en keek hem vragend aan. “Die Kabouter had helemaal geen krullen.” Had hij dus toch stiekem even gekeken.

De veeg

Vriend Rob wordt binnenkort 75 jaar. Om dat te vieren waren we uitgenodigd voor een ‘surprise-etentje’ bij een echt Indonesisch restaurant. Niet zomaar een gemiddelde Chinees die ook sateetjes verkoopt, dus. De jarige, oorspronkelijk afkomstig uit Den Haag, had vroeger tantes, die echte Indonesische roots hadden. En Den Haag is natuurlijk de stad met een Indische historie. Tempoe Doeloe; vrij vertaald: die goede oude tijd.
Na wat omzwervingen kwamen we bij het restaurant met de typisch Indonesische naam ‘Mooi Zeist’ Wij hadden de feestneus en zijn echtgenote opgehaald en besloten vanwege allerlei versleten heupen en knieën de lift te nemen. Deze was er waarschijnlijk nog niet aan gewend meerdere malen per avond te worden genomen, want weigerde iedere dienst. Niet op en niet neer. We zaten vast. Het alarmbelletje bracht geen soelaas. Na veel gebonk op de deur werden we na een kwartier bevrijd. Ik nam me voor voortaan eerst naar de wc te gaan, voordat ik een lift zou nemen. Nu zat ik met een duivels dilemma: Ik moest erg plassen, maar ook een windje. Het windje zou de druk van onderen wellicht wat doen afnemen, maar de liftruimte was erg beperkt. en allemaal bekenden. En in mijn broek plassen was zeker geen optie. Gelukkig kwam de bevrijding op tijd. Het toilet was tegenover de lift.
We strompelden dus uiteindelijk toch maar de trap op. We werden verwelkomd door een erg blonde dame. Op onze opmerking over het uitblijven van een reactie op ons herhaaldelijke gebruik van de alarmknop in de lift was haar commentaar: “O, was dat dat gepiep, wat we de hele tijd hoorden! We dachten al, dat er iets in de keuken niet goed ging.” Geen woord van excuus of troost voor deze toch wel enigszins traumatische ervaring. Ze was in ieder geval wel écht blond.
Het feestvarken liet zijn humeur gelukkig niet negatief beïnvloeden door deze on-Indische lompheid.
Aan de gereserveerde tafel zaten veel familieleden en er werd naar hartelust omhelst, geknuffeld en gekust. Rob genoot.
Restaurants, welke zichzelf willen onderscheiden van de gemiddelde friettent hanteren steevast ‘de veeg’. Te pas en te onpas. ‘De veeg’ is een creatief bedoelde over je bord uitgesmeerde willekeurige substantie. In de ene hoek ligt een verdwaalde spruit, in de andere hoek 2 kriel-aardappeltjes en daartussen dan ‘de veeg’: Pastinaak-mousse of zoiets. En dan nog ergens een verdwaald hertenbiefstukje, waarover op de menukaart is beschreven, dat het afkomstig is van een uniek hert, onlangs geschoten in het woud van Madurodam.
En inderdaad, Mooi Zeist wilde ook Mooi Meedoen. Dus bij het voorgerecht: De veeg. Tussen een paar mini-loempiaatjes. Geen idee, wat er geveegd was, maar het was een veeg teken, en ik vreesde het ergste voor de rest van het diner. Zouden we ook 2 stukjes saté krijgen, met een veeg pindasaus en een los stokje in de andere hoek van het bord?
Het viel gelukkig mee. De ‘grote rijsttafel’ bleek te bestaan uit een behoorlijk aantal wel hele kleine bakjes. Voor ieder één soepballetje in pittige saus. Drie sperzieboontjes per persoon, weer met pittige saus. Een ei met, u raadt het al: pittige saus. Allemaal prima te eten, vooral de saté ayam, gelukkig ouderwets op een stokje. Daar had ik er wel twee van gelust. On-Indisch kleine porties, maar wel heel modern.
Bij het dessert was er weer naar hartelust geveegd. Een bolletje ijs, een veeg met een soort onbestemd zoet smakende mousse, en een stukje spekkoek.
Het was allemaal wel lekker, maar soms heb ik wat meer dan een veeg nodig om echt te kunnen proeven, wat er nu eigenlijk geveegd is.
Klinkt dit als een veeg uit de pan?
Het prettige gezelschap maakte dit alles onbelangrijk. Want daar gaat het toch om? En ouwe Rob zat als een vorst aan het hoofd van zíjn tafel en zag, dat het goed was…

Mevrouw Beersma

Er wordt veel geschreven over probleemkinderen in het middelbaar onderwijs, maar vrijwel niets over de probleemdocenten. Iedere middelbare school heeft er één of zelfs meerdere. Gevreesd door vrijwel alle ouders. De eerste schooldag is voor hen altijd erg spannend: “Wie heb je voor wiskunde, toch niet Jacobs?” Bij een bevestigend antwoord wordt dan al direct zuchtend op internet gezocht naar een bijles-docent.
Onze dochter kwam zo eens thuis met de mededeling dat ze ene mevrouw Beersma voor Duits zou krijgen. Deze had ook een twijfelachtige reputatie. Daar Maartje behoorlijk goed in haar talen was, maakten wij ons onterecht geen echte zorgen, hetgeen resulteerde in een 5 voor Duits op haar kerstrapport. Ik vond het knap van deze docente dat ze deze op taalgebied behoorlijk begaafde leerlinge een onvoldoende had kunnen aansmeren. Hoe had ze dat voor elkaar gekregen? Waren de toetsen mogelijk veel te moeilijk? (Mijn vader, die ook docent was, had een collega, Dhr. Poldermans, die zulke moeilijke sommen voor zijn tentamens bedacht, dat de behaalde cijfers standaard met √2 vermenigvuldigd moesten worden om tot een acceptabel klasseresultaat te komen)
Ik besloot samen met Elly naar de ouderavond te gaan om over het magere resultaat van Maartje met mevrouw Beersma in gesprek te gaan.
In de gang voor het lokaal van onze docente Duits waren extra stoelen neergezet. Het was er drukker dan bij alle andere docenten. Dat beloofde niet veel goeds. We gingen zitten en zagen steeds de één na de andere ouder met geknakte oortjes, licht voorovergebogen het lokaal verlaten. De onvoldoendes lagen natuurlijk altijd aan de luiheid en gebrek aan inzet van hun kind. Beersma had jaren ervaring in het afzeiken van ouders. Zelfs de meest zelfverzekerde stoere kerels schuifelden bedremmeld naar buiten.
De docente aanspreken op haar gebrekkige didactische vermogens leek dus geen optie, bedacht ik.
“Laat mij straks maar het woord doen”, fluisterde ik tegen Elly. Ze keek verbaasd opzij. “Wat ben je van plan tegen die heks te gaan zeggen dan?” “Laat mij nou maar”
Bij het betreden van het lokaal gaf ik mevrouw Beersma een warme hand en ging met een bezorgd hoofd zitten. “Even kijken,” zei de grijzende dame in een lange spijkerrok en cowboy-laarsjes eronder, “U bent de ouders van Maartje.” ze bladerde wat in papieren op haar bureau. “Ik maak me ernstig zorgen over mijn dochter” zei ik, “Ze heeft een 5 voor Duits” Beersma keek me iets verbaasd aan. Een ouder, die niet begon met haar aan te vallen? Dat was nieuw. Ik ging verder: “En aan het eind van dit schooljaar moet ze een keuze maken voor de bovenbouw, en ik zou het vreselijk vinden, wanneer ze het vak Duits zou laten vallen” Er werd verbaasd gekeken, ook door Elly. “Maar u hoeft zich over Maartje toch niet echt zorgen te maken, meneer Swart…” Ik onderbrak haar: “Mevrouw Beersma, dat zou toch vreselijk zijn! Dan zou ze nooit kennis kunnen maken met het enorme cultuurgoed van de Duitse literatuur. Borchert, Goethe, Böll, maar vooral Kafka!” Ik haalde diep adem, “Die Verwandlung, das Schloss, Amerika, wereldliteratuur! Ondenkbaar dat mijn dochter dat zou moeten missen!” Elly zat me nu met halfopen mond aan te kijken, Beersma leefde helemaal op. “U houdt van Kafka?” “Mevrouw Beersma, hoe kunt u dat vragen? Geweldige boeken, stuk voor stuk, met ‘Der Process’ als hoogtepunt.”
Elly’s mond viel inmiddels helemaal open. Onze docente werd opeens erg positief over Maartje. “Maartje is erg leergierig, dus maakt u zich geen zorgen, hoor. Ik denk, dat die 5 slechts een incident is!”
Het klopte. Dochterlief heeft sindsdien geen onvoldoendes voor Duits meer gehaald. Vreemd was wel, dat haar repetities na die dag minder nauwkeurig werden gecorrigeerd.

Pruimabel

Je bent rijk en ongelukkig. Gelukkig ben je dan rijk genoeg om met je probleem naar een ander te gaan. Die dan gelukkig nog niet rijk is, maar dat graag wil worden door jouw ellende aan te horen.
Kortom: je zit niet lekker in je vel, en diverse ingrepen door de plastisch chirurg om dat vel in te nemen hebben ook weinig geholpen. Je moet met een maskertje slapen, omdat je door de vele faceliften je ogen niet meer dicht kunt krijgen en dat slaapt nogal lastig. En door dat slaapgebrek krijg je weer wallen onder je ogen. Wanneer je hier lang mee doorgaat ga je steeds verbaasder kijken en eindigen je wenkbrauwen uiteindelijk bovenop je kop.
En daar je wederhelft te druk is met het uitgeven van je geld en alleen nog maar met je communiceert via een beeldscherm, heb je niemand om mee te praten. Tijd voor de consultant. Dat is iemand, die heel goed kan doen of hij/zij luistert. En zich daar nog beter voor laat betalen.
Consultants weten, dat ze weinig meer te bieden hebben dan twee luisterende oren, en ze feitelijk vervangen zouden kunnen worden door iedere gemiddelde kroegbaas, en om dit te verdoezelen spreken ze een soort geheimtaal. Dit is mede om hun hoge salaris te rechtvaardigen. En om lastige vragen te voorkomen. Deze taal ontwikkelt zich voortdurend en steeds iets sneller dan de ongelukkige clienten kunnen volgen, zodat die het nooit helemaal kunnen begrijpen…
En altijd werken ze volgens een nieuwe methode, die steevast uit Amerika komt. Nooit uit bijvoorbeeld België. En dat is wellicht terminologisch ook beter. ‘Helikopterview’ klinkt toch veel beter dan ‘hefschroefvliegtuig-uitzicht’
Zo wordt onze (?) taal steeds verrijkt met allerlei kreten, zoals ‘Tools’ en ‘commitment’
Mijn vader had een hobby. Dat was het bewust verzinnen van een onzin-woord, dat in een gesprek met een hele ernstige kop gebruiken om vervolgens af te wachten hoelang het duurde voordat zo’n flauwekulgezegde terugkwam. Zijn bekendste was: “Dat is een heel pruimabele vent” (In het engels/frans: ‘He is prunable’ dan wel: ‘il est prunable’.) Betekenis: Die vent is te pruimen. Het heeft een halfjaar geduurd voordat hij het woord via een heel ander kanaal terugkreeg. We hebben er die avond een glaasje wijn op gedronken.
Ik stel voor de term: ‘Droneview’ te gaan proberen, als goedkopere variant van de ‘helikopterview’.

Panenka

Wanneer ik uit mijn auto stap en het terrein van de Zinkwegse Boys betreed, beent een jeugdbestuurslid me heel belangrijk voorbij. Op de achterzijde van het trainingspak staat met grote letters vermeld hoe belangrijk ze is. Het is nog vroeg, en ’s ochtends voetbalt de jeugd, dus er lopen verschillende belangrijke trainingspakkies rond. Ik moet er altijd een klein beetje om grinniken, maar besef wel, dat die kleine bobootjes er wel iedere week zíjn in hun uniformpjes. En dat zonder deze mensen er niets is.
De kleinsten voetballen op een klein drassig veldje. Het zijn net jonge honden, die achter een bal aanrennen, deze voortduwend met hun neus. De bal gaat alle kanten op en belandt soms enigszins per ongeluk in het doel. Ouders en grootouders staan te kijken, trots als pauwen. Hun kind is vast de volgende Cruyff of Miedema.
Dan worden er penalty’s genomen. Een klein manneke met hele dunne beentjes, die uit een iets te groot rood broekje steken, neemt een enorme aanloop en schiet de bal met al zijn kracht op het doeltje. Het keepertje duikt een kant op, zoals hij dat altijd ‘zijn’ Cillesen op zijn playstation laat doen en de bal gaat met een pisboogje het doel in. Langs de kant staat een vader helemaal uit zijn dak te gaan: “Zie je dat! Een echte Panenka, en dat op die leeftijd!”
Lachend ga ik naar de kantine voor een bak koffie.
Later zit ik aan de bar met Melle, de voorzitter van de Heerenclub gezellig na te kletsen over de vergadering van gisteravond, wanneer er een bestuurslid een heel gesprek met hem aangaat over het ‘sleutelplan’ van het clubgebouw. Ik hoor het met groeiende verbazing aan. Het gaat over MK4 of MK6 sleutels of zoiets. Maar volgens mij gaat het over veel meer; het gaat over status. Je status wordt afgemeten aan de hand van je Sleutel! Er zijn maar een paar Generale Sleutels, waarmee alle deuren opengaan en de dragers daarvan zijn natuurlijk erg belangrijk.
Wanneer de sleutelfiguur wegloopt, valt me weer op, dat zijn loopje iets minder belangrijk is geworden, omdat Melle een te ingewikkeld ‘sleutelplan’ gewoon te duur heeft gevonden. (En de Heerenclub dit niet zomaar gaat financieren.)
Aan een tafeltje zit inmiddels de vader van Panenka met zijn zoontje te genieten van warme chocomel met een speculaaskoek. De sleutel tot intens geluk.

Echte Heeren

Bij het tekenen van de presentielijst van de jaarvergadering schudde voorzitter Melle me de hand met de woorden: “Ik verwacht wel een positief stukkie over de Heerenclub, natuurlijk!” Naast hem zat vice-voorzitter Vos met een grote grijns op zijn gezicht. “Er valt soms niets te schrijven,” verontschuldigde ik me. Want zoveel gebeurt er niet. Gewoon een stel kerels bij elkaar, die zichzelf en hun BlauwRodeHeerenclub totaal niet serieus nemen.
Het valt me op, dat iedereen er opeens zo oud uitziet. Melle, Arne, Arie.
Ik bestel een bak koffie en ga aan een tafeltje zitten. Naast me zit Jan Erwich, tegenover me good old Aad Vink. Mannen van het eerste uur. Mannen met een enorme staat van dienst, waarvoor ik veel respect heb.
De vergadering duurt nooit lang. Het is alweer de 19e jaarvergadering. De uit een grap ontstane Heerenclub (inderdaad met dubbel e…) heeft de Zinkwegse boys geen windeieren gelegd. Meer dan een ton brachten de Heeren bij elkaar. Inmiddels zijn er 141 Heeren. Inderdaad: honderdenéénenveertig. Welke simpele boerenvoetbalvereniging heeft zo’n grote extra sponsorclub, die zoveel geld binnen heeft gehaald met een ‘grap’?
Boerenvoetbalvereniging. Inderdaad, en daar moeten we trots op zijn. Met het Beijerse-Polder-model van het vorige bestuur en de steun van sponsors, Heeren (en niet te vergeten poldermeiden!) staat de club als een huis.
Ik zit bij het raam. Buiten wordt het veld verlicht door een bleek maantje.
Dan wordt onder luid applaus de oude Heer Bas Meinster benoemd tot erelid. De kleine grote man, ooit penningmeester van de Zinkwegse boys in een moeilijke periode, is er zelf niet bij. Hij is in de 90, en het gaat niet zo goed met hem. Hem erelid maken is een zeer charmante wijze om te voorkomen, dat we hem zouden moeten royeren, omdat hij, door zijn dementie, gewoon vergeet zijn contributie te betalen. De Heerenclub is zijn naam waardig.

Strooigoed

“Uitzendburo SintenPietvoorelkwatwils.nl, wat kan ik voor u doen?”
“….”
“Natuurlijk weet ik dat nog, mevrouw Tuynbroeck, u had geboekt voor zondag en dan de groene pieten-variant.”
“….”
“De milieuPieten, inderdaad. Ik heb het hier staan. 4 kinderen; Roderick, Boudewijn, Elsemieke en Marjolijn. Klopt toch?”
“….”
“Waar kan ik u mee helpen?”
“……”
Of wij gedifferentieerd kunnen strooien? Hoe bedoelt u?”
“…..”
“O, Elsemieke mag alleen glutenvrij, en voor Boudewijn wilt u speltnoten… Dat kan. En voor Roderick en Marjolijn?”
“….”
“Gezonde noten? In pepernoten en kruidnoten zitten teveel suikers en E-nummers? Dat klopt, daarom hebben we als alternatief ook verantwoorde noten zoals cashewnoten en hazelnoten. Walnoten zijn niet practisch vanwege het kraken en kokosnoten maken van die putten in uw parketvloer..”
“…”
“En bovendien hebben we ook nog cherrytomaatjes, maar dat adviseer ik u alleen, wanneer u afwasbaar behang heeft…”
“…”
“Dus even noteren. Dus speltnoten in de linkerhoek vóór, de glutenvrije noten in de rechterhoek vóór, de cashew- en hazelnoten in de linkerhoek achter, en de biologische cherrytomaatjes in de rechterhoek achter. Wanneer u er dan voor zorgt, dat het juiste kind in de juiste hoek staat…”
“….”
“Inderdaad, goed op de notenscheiding letten en niet zomaar in de één of andere hoek”
“…”
“En u wilt zwart betalen? De groene Pieten zijn wel iets duurder dan de zwarte, mevrouw”
“…”
“Ja, inderdaad, mevrouw Tuynbroeck, dat ben ik helemaal met u eens: het is nog steeds een geweldig leuk, spontaan kinderfeest…”

Pietenkeuze

“Goedenavond, mevrouw, u spreekt met uitzendburo SintenPietvoorelkwatwils.nl. U had het aanvraagformulier op onze website ingevuld, zag ik”
“…”
“Inderdaad, dat was gisteren. Ik bel u even om onze planning goed op orde te krijgen. ‘Es even kijken, u wilde gewoon de traditionele zwarte Piet?” “Niet? O, dat was u vergeten in te vullen. We hebben namelijk diverse mogelijkheden. U kunt natuurlijk de traditionele Sint met zwarte Piet krijgen, maar we hebben nog veel meer aanbiedingen”
“…”
“Inderdaad, dat moet wel even gecoördineerd worden, want we kunnen natuurlijk niet tussen 2 adressen de Pieten even opnieuw in een andere kleur gaan schminken. We hebben in het weekend meerdere teams in meerdere kleuren, en op maandag de blauwe Piet, maar op de avond zelf, dat is dinsdag dus, hebben we maar een beperkt aanbod. En dan het meest in het zwart, dus”
“…”
“U wilt wat anders?”
“….”
“Regenboogpieten? Dat kan. Wordt veel geboekt door homobars, dat klopt”
“….”
“Het is dus voor een volwassen Sinterklaasfeest? Op zaterdagavond? Dat kan”
“…..”
Of het dan ook mogelijk is, dat er ook vrouwelijke pieten bijzitten? Dat kan, hoewel de hele Pieten-ellende natuurlijk met de vrouwelijke Pieten is begonnen. Dat was de eerste aanval op de traditionele Piet! Bovendien: de vrouw weer in een onderdanig rolmodel, dat kan toch niet!”
“…..!”
“Daar heeft u nooit bij stilgestaan? Dat geldt voor iedereen, mevrouw! Maar zeg nou zelf….”
“…..”
“Die vrouwelijke Piet is voor uzelf? Natuurlijk, zoals u wilt.”
“…”
“Met minimaal cupmaat D? Even noteren, hoor: een grotetietenPiet. Dat kan ook, dat is wel iets duurder, want wanneer een Piet met een cupmaat D+ een handstand doet, kunnen we weer opnieuw gaan schminken, en bij een regenboogmotief is dat een hele klus.”
“….”
U wilt die cupmaat wel controleren? Daar hangt wel een prijskaartje aan, natuurlijk.want dat is weer een hoop extra schminkwerk…”