Het was rust bij een regenachtige wedstrijd van mijn geliefde voetbalclub Zinkwegse Boys. Bij het damestoilet stond een lange rij. Soms is het prettig om een man te zijn en er nog geen sprake is van genderneutrale toiletten. Of toch? Bij het binnengaan van het herengemak zag ik in de hoek een dame met een rood hoofd bij een urinoir staan te tobben met een plastuit. Ik nam de plasbak het verst bij haar vandaan om haar en mezelf niet in verlegenheid te brengen. “Sorry, hoor”, zei ze, “Ik hield het echt niet langer”. “Maakt niet uit”, mompelde ik begripvol en ging verder met de dingen, die nodig waren.
Toen kwam een klein mannetje binnen, zijn vader achter zich meesleurend. Hoge nood zo te zien. Hij dribbelde naar de pisbak tussen mij en plastuitje in. Zijn vader hielp hem met zijn broekje en met een zucht van verlichting begon het ventje te plassen. Toen keek hij opzij. De plastuit zat voor hem op ooghoogte. Vervolgens keek hij verbaasd omhoog. “Kijk, papa, die mevrouw heeft een puntmuts!” Toe keek de vader ook en direct weer voor zich en probeerde het mannetje af te leiden. “Nou moet je proberen met je plas die vlieg daar te raken!” Tevergeefs. Het ventje was volledig geobsedeerd door de puntmuts. Hij keek omhoog. “Wat is dat?” vroeg hij aan de dame, die inmiddels een rood hoofd had en even geen antwoord wist. De vader probeerde de situatie te redden: “Dat is een kabouter, die was zijn parapluutje vergeten en nu heeft’ie door al die regen van daarnet allemaal water in zijn mutsje gekregen, en dat giet die mevrouw er weer uit” Deze man verdiende de Nobelprijs voor de beste leugen. Het kereltje was nog niet tevreden. “Maar waarom zit’ie daaronder?” Ik kreeg medelijden met de vader. “Hij heeft het heel koud gekregen en nou probeert die mevrouw hem weer warm te krijgen” De dame moest ondanks haar lastige situatie nu toch even glimlachen. Ze maakte aanstalten om de plastuit weg te halen en pakte een tissue om even na te dweilen. De vader zag haar aarzeling en zei tegen onze jonge onderzoeker: “Maar nu mag je even niet kijken, want die mevrouw moet even de kabouter zijn neusje snuiten, want hij is verkouden. En dan moet zijn mutsje af en hij schaamt zich voor zijn krullen” Het mannetje leek zich af te laten leiden. Mevrouw Plastuit werkte discreet haar hulpstuk weg en vertrok uit het mannenbolwerk. Het bleef even stil. Je zag hem nadenken. “Je hebt gejokt” Het kwam er verwijtend uit. “Hoezo?” De vader klonk verbaasd. “Hij schaamt zich helemaal niet” De vader deed het broekje van het mannetje weer dicht en keek hem vragend aan. “Die Kabouter had helemaal geen krullen.” Had hij dus toch stiekem even gekeken.