De veeg

Vriend Rob wordt binnenkort 75 jaar. Om dat te vieren waren we uitgenodigd voor een ‘surprise-etentje’ bij een echt Indonesisch restaurant. Niet zomaar een gemiddelde Chinees die ook sateetjes verkoopt, dus. De jarige, oorspronkelijk afkomstig uit Den Haag, had vroeger tantes, die echte Indonesische roots hadden. En Den Haag is natuurlijk de stad met een Indische historie. Tempoe Doeloe; vrij vertaald: die goede oude tijd.
Na wat omzwervingen kwamen we bij het restaurant met de typisch Indonesische naam ‘Mooi Zeist’ Wij hadden de feestneus en zijn echtgenote opgehaald en besloten vanwege allerlei versleten heupen en knieën de lift te nemen. Deze was er waarschijnlijk nog niet aan gewend meerdere malen per avond te worden genomen, want weigerde iedere dienst. Niet op en niet neer. We zaten vast. Het alarmbelletje bracht geen soelaas. Na veel gebonk op de deur werden we na een kwartier bevrijd. Ik nam me voor voortaan eerst naar de wc te gaan, voordat ik een lift zou nemen. Nu zat ik met een duivels dilemma: Ik moest erg plassen, maar ook een windje. Het windje zou de druk van onderen wellicht wat doen afnemen, maar de liftruimte was erg beperkt. en allemaal bekenden. En in mijn broek plassen was zeker geen optie. Gelukkig kwam de bevrijding op tijd. Het toilet was tegenover de lift.
We strompelden dus uiteindelijk toch maar de trap op. We werden verwelkomd door een erg blonde dame. Op onze opmerking over het uitblijven van een reactie op ons herhaaldelijke gebruik van de alarmknop in de lift was haar commentaar: “O, was dat dat gepiep, wat we de hele tijd hoorden! We dachten al, dat er iets in de keuken niet goed ging.” Geen woord van excuus of troost voor deze toch wel enigszins traumatische ervaring. Ze was in ieder geval wel écht blond.
Het feestvarken liet zijn humeur gelukkig niet negatief beïnvloeden door deze on-Indische lompheid.
Aan de gereserveerde tafel zaten veel familieleden en er werd naar hartelust omhelst, geknuffeld en gekust. Rob genoot.
Restaurants, welke zichzelf willen onderscheiden van de gemiddelde friettent hanteren steevast ‘de veeg’. Te pas en te onpas. ‘De veeg’ is een creatief bedoelde over je bord uitgesmeerde willekeurige substantie. In de ene hoek ligt een verdwaalde spruit, in de andere hoek 2 kriel-aardappeltjes en daartussen dan ‘de veeg’: Pastinaak-mousse of zoiets. En dan nog ergens een verdwaald hertenbiefstukje, waarover op de menukaart is beschreven, dat het afkomstig is van een uniek hert, onlangs geschoten in het woud van Madurodam.
En inderdaad, Mooi Zeist wilde ook Mooi Meedoen. Dus bij het voorgerecht: De veeg. Tussen een paar mini-loempiaatjes. Geen idee, wat er geveegd was, maar het was een veeg teken, en ik vreesde het ergste voor de rest van het diner. Zouden we ook 2 stukjes saté krijgen, met een veeg pindasaus en een los stokje in de andere hoek van het bord?
Het viel gelukkig mee. De ‘grote rijsttafel’ bleek te bestaan uit een behoorlijk aantal wel hele kleine bakjes. Voor ieder één soepballetje in pittige saus. Drie sperzieboontjes per persoon, weer met pittige saus. Een ei met, u raadt het al: pittige saus. Allemaal prima te eten, vooral de saté ayam, gelukkig ouderwets op een stokje. Daar had ik er wel twee van gelust. On-Indisch kleine porties, maar wel heel modern.
Bij het dessert was er weer naar hartelust geveegd. Een bolletje ijs, een veeg met een soort onbestemd zoet smakende mousse, en een stukje spekkoek.
Het was allemaal wel lekker, maar soms heb ik wat meer dan een veeg nodig om echt te kunnen proeven, wat er nu eigenlijk geveegd is.
Klinkt dit als een veeg uit de pan?
Het prettige gezelschap maakte dit alles onbelangrijk. Want daar gaat het toch om? En ouwe Rob zat als een vorst aan het hoofd van zíjn tafel en zag, dat het goed was…