Echte Heeren

Bij het tekenen van de presentielijst van de jaarvergadering schudde voorzitter Melle me de hand met de woorden: “Ik verwacht wel een positief stukkie over de Heerenclub, natuurlijk!” Naast hem zat vice-voorzitter Vos met een grote grijns op zijn gezicht. “Er valt soms niets te schrijven,” verontschuldigde ik me. Want zoveel gebeurt er niet. Gewoon een stel kerels bij elkaar, die zichzelf en hun BlauwRodeHeerenclub totaal niet serieus nemen.
Het valt me op, dat iedereen er opeens zo oud uitziet. Melle, Arne, Arie.
Ik bestel een bak koffie en ga aan een tafeltje zitten. Naast me zit Jan Erwich, tegenover me good old Aad Vink. Mannen van het eerste uur. Mannen met een enorme staat van dienst, waarvoor ik veel respect heb.
De vergadering duurt nooit lang. Het is alweer de 19e jaarvergadering. De uit een grap ontstane Heerenclub (inderdaad met dubbel e…) heeft de Zinkwegse boys geen windeieren gelegd. Meer dan een ton brachten de Heeren bij elkaar. Inmiddels zijn er 141 Heeren. Inderdaad: honderdenéénenveertig. Welke simpele boerenvoetbalvereniging heeft zo’n grote extra sponsorclub, die zoveel geld binnen heeft gehaald met een ‘grap’?
Boerenvoetbalvereniging. Inderdaad, en daar moeten we trots op zijn. Met het Beijerse-Polder-model van het vorige bestuur en de steun van sponsors, Heeren (en niet te vergeten poldermeiden!) staat de club als een huis.
Ik zit bij het raam. Buiten wordt het veld verlicht door een bleek maantje.
Dan wordt onder luid applaus de oude Heer Bas Meinster benoemd tot erelid. De kleine grote man, ooit penningmeester van de Zinkwegse boys in een moeilijke periode, is er zelf niet bij. Hij is in de 90, en het gaat niet zo goed met hem. Hem erelid maken is een zeer charmante wijze om te voorkomen, dat we hem zouden moeten royeren, omdat hij, door zijn dementie, gewoon vergeet zijn contributie te betalen. De Heerenclub is zijn naam waardig.