Dirk

Wanneer ik sta te wachten op ‘The Queen Jacqueline’, hier vlakbij op de veerstoep van het veer naar Hekelingen, krijg ik altijd het ultieme eilandgevoel. Dat gevoel wordt slechts overtroffen door het eilandverlangen, dat ik heb wanneer ik aan de overkant sta te wachten op het pontje terug. De  kolkende waterstroom van het Spui, op dit smalle deel vaak erg sterk,  bezorgt mij regelmatig een lichte huivering, wanneer het veer krachtig van wal steekt. 

Ik heb ooit aan een kaartjesverkoper gevraagd hoe diep het Spui bij de pont was, en zijn antwoord; “Bijna 30 meter”, vervulde me met enorm ontzag. De pont-medewerker was een wat oudere man, die altijd reageerde op een vriendelijk woord. In weer en wind, terwijl ik me schuldig voelde in mijn droge auto, boog hij even iets voorover om door het voorportier-raam in mijn warme binnen het aantal meerijders te tellen en draaide aan zijn onbegrijpelijke buikkassa, die leek op een kleine fruitautomaat. Hij trok aan de hendel. De uitkomst was verrassend. Het leek of  ik meer moest betalen voor de reis naar huis dan van het eiland af. Ik vond dat eigenlijk best logisch en geen reden om te zeuren bij die vriendelijke man met een druppel aan zijn neus van de kou of de regen.  Vóór ik hem zijn naam kon vragen was hij al bij het volgende autoraam, want de overkant naderde snel.

Vorige week zag ik een dankwoord bij de rouwadvertenties in het Kompas. Er stond een foto bij van een man met een dikke bril, welke een lichtplek onder zijn rechter oog projecteerde.  Het gezicht kwam me bekend voor. De veerman. Dirk bleek hij te heten. Hij keek stuurs in de lens. Een man met zoveel diepgang lacht niet vlak voor de laatste overtocht.  

Damestoernooi

Vanmorgen ging ik bij mijn geliefde voetbalvereniging ‘Zinkwegse Boys’ een bakkie koffie drinken. Er was een toernooi van de dames en het was er gezellig als altijd. Otman en Gertjan stonden te genieten van het uitzicht vanachter hun bakplaat, waarop de uitjes en de hamburgers een heerlijke geur verspreidden. Er was een verloting, en achter de bar stond Ton in zijn korte broek, want het weer werkte geweldig mee. De Zinkwegse Boys, zoals ik de Zinkwegse Boys het liefste zie; gemoedelijk en met een groot relativerend vermogen. Toch was er een wanklank. De dames van NSVV hadden een paar dagen geleden afgezegd, waarmee ze alle deelnemende ploegen dupeerden, want een vervangend team is op zo’n korte termijn niet te vinden. Ze hadden zich als een van de eerste ploegen opgegeven bij onze organiserende vrijwilligers, nu twee maanden geleden, maar hadden nu boos opgezegd. ‘Boos?’ zult u zich afvragen. Ja, boos. Ze hadden onze dames vorige week uitgenodigd voor een toernooi in Numansdorp, maar onze dames hadden al verplichtingen elders. “Als jullie niet bij ons komen, komen wij ook niet bij jullie”, had de afbeller gezegd. Het was onze organisator niet bekend, dat er voor het verschijnen van de NSVV-dames voorwaarden gesteld waren. En het stellen van voorwaarden in deze lijkt ook een tikkie vreemd, zelfs arrogant. Ik moest wel even denken aan het grote artikel in het AD van zaterdag jl, waarin de voorzitter van NSVV aandrong op het instellen van een zwarte lijst voor voetballers, die om onduidelijke redenen hun ploeg op de wedstrijddag lieten zitten. Ik neem aan, dat deze damesploeg per direct op deze lijst komt.
Trouwens, dames van NSVV, jullie hebben wel een heerlijke dag gemist. Terwijl jullie verveeld de tweede paasdag doorbrachten bij Ikea of een tuincentrum met een chagrijnige vent, hadden wij de grootste lol!

ANBO

Een uitwedstrijd van de Zinkwegse Boys begint qua supporters steeds meer op een uitstapje van de ANBO te lijken. De Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen. Alleen de bus met Geer en Goor ontbreken. 
Het is wel altijd een heel gezellig samenzijn. De meeste oudgedienden zijn al ver vóór aanvang van de wedstrijd aanwezig. Dan worden de zieken en dooien doorgenomen. Voor de laatste categorie is vrijdagavond ‘Het Kompas’ nauwgezet bestudeerd. Voor de eerste is nieuwsgaring wat lastiger. 
Bij de wedstrijd van gisteren, ergens in Spijkenisse, ging het niet anders. Ik luister doorgaans maar half, omdat veel namen me zelfs na al die jaren nog weinig zeiden. Ook al verzekerde de verteller me, dat ik zo’n figuur wel moest kennen: “Je weet wel, van Nel en Piet…” Ik knikte dan maar begrijpend, mezelf afvragend, of ik al begon te dementeren. 
“….ze moet nu zelfs naar Dijkzigt..” vertelde inmiddels iemand, met veel ontzag in zijn stem. ‘Dijkzigt’ is bij veel ouderen nog steeds de naam voor het Erasmus Medisch Centrum en opname daarin staat garant voor veel ziekte-ontzag. Iemand die daarheen moet, moet wel erg ingewikkeld ziek zijn. Meestal wordt er dan nog fluisterend aan toegevoegd, dat er in ‘Dijkzigt’ een erg gespecialiseerde Professor de gelukkige gaat helpen. 
De koffie was op. De klaaglijst afgewerkt. De wedstrijd kon beginnen. Eerst deden alle oude heertjes nog een plas, waarbij de beschikbaarheid van slechts één zitplé voor een wachtrij zorgde. 
En daarna schuifelde het veelal slecht ter been zijnde gezelschap richting veld. Aad Vink had zijn scootmobiel niet mee kunnen nemen. Bovendien was het ding te laag; hij had dan niet over de reclameborden kunnen kijken… Voorzitter Stephen Steijger ging voor erelid Tineke een stoel halen, omdat deze niet zo lang kon staan. Samen met mijn Elly hompelde ik gezellig mee. De wedstrijd verliep matig rampzalig. Matig tot de rust; toen was het 1-1, rampzalig daarna; er werd met 4-1 verloren. Tineke zat links naast/onder ons en praatte honderduit. Elly kletste gezellig mee en ik probeerde de wedstrijd te volgen. Een paar meter verderop stond een supporter van de thuisploeg. Ook een oudere man. Hij was erg aanwezig en riep van alles: “Scheids, dat is toch een gele kaart!!!” riep hij, zijn hand omhooghoudend, als was hij zelf arbiter, die een kaart omhoog hield. “Ik heb toch zo’n hekel aan onsportievelingen, die om gele kaarten vragen”, zei Tineke, goed hoorbaar. De man keek boos onze kant op. Ik keek bezorgd zijn kant op. En zocht vervolgens de rij Zinkweggers af, of ik Tineke’s lijfwacht Daan ergens zag staan. Maar zag hem nergens. Die stond vast nog in de rij met prostaatlijders voor het privaat. Ik besloot net te doen of ik er niet bij hoorde. 
“Zullen we maar een biertje gaan halen?” vroeg ik mijn lief een kwartier voor het eindsignaal, bij een hopeloze 4-1 achterstand. Het zonnetje was weg en het begon knap koud te worden en de zijlijn-scheids liep ook richting kantine, alwaar hij door een schattig kleinkind-meisje in de armen gevlogen werd. Tineke bleef als trouwe supporter nog even zitten. Tot het ging sneeuwen.

Uurfout

k was vanmorgen een uur te vroeg wakker. Niks in de gaten, gewoon de wekker uitgedaan, met mijn suffe kop opgestaan en op de plé mijn puzzeltje opgelost. (De krant is bij ons altijd erg vroeg) Het viel me wel op, dat het buiten nog zo donker was. Maar dat kwam natuurlijk door die verrekte zomertijd. Daarna lekker gedoucht, en pas toen ik op het randje van mijn bed met mijn rechter sok in de aanslag zat, zag ik, dat het niet later dan 06.27 uur was. Gewoon een uur te vroeg. Normaal sta ik pas om 06.27 uur op. Nu was ik al bijna klaar met mijn uur-durende ochtendrituelen. Teruggaan in bed was geen optie, dus ging ik toch maar gewoon verder met de dagelijkse opstartprocedure. Brood pakken, schoenen aan en heel zachtjes mijn lief gedag kussen, die ook iets minder dan normaal gromde, dat ik haar met rust moest laten. En dan zul je altijd zien, dat ik ook geen autoruiten hoefde te schrappen, er geen landbouwtrekker of vuilniswagen voor me uit traagde over de Oud-Beijerlandse Langeweg en ik in recordtijd in het halletje van de praktijk de code van het alarm stond in te toetsen. En nu zit ik duf en verveeld aan mijn koffie. Zelfs die schijnt niet te helpen tegen deze uurfout. Bah.

Paaseitjes

Het kunstwerkje aan de muur van de oefenzaal van het verpleeghuis was de ultieme uiting van het sadisme van een therapeutische brilslang. Het was de figuur van een molen, gemaakt van ragfijne zilverpapiertjes, die met uiterste preciezie van chocolade-paas-eitjes waren gepulkt. Zonder ze te beschadigen. En nu komt het: het was gemaakt door patiënten van het Parkinsoncafe. Ik kon me er even geen voorstelling van maken. Mensen, die moeite hebben om een paaseitje uberhaupt gewoon vast te houden de opdracht geven er het flinterdunne zilverpapiertje af te halen, zonder het te beschadigen. Hoe vals kan een mens zijn? In onze praktijk in Rotterdam stond een grote schaal met van die kleine kut-eitjes. Het kost mij normaliter al moeite om die papiertjes er überhaupt af te krijgen, laat staan in één stuk. En toch zou het me lukken om het voor elkaar te krijgen. Als Parkinsonpatienten het met hun trillende en bevende handen voor mekaar kregen, moest het mij zeker lukken… Poging twaalf kwam in de buurt, maar had toch een klein scheurtje in de hoek. Bij poging twee-en-dertig begon ik toch al een tikkie misselijk van al die chocolade te worden, want weggooien doe je die eitjes natuurlijk ook niet.  Toen ik bij eitje drie-en-veertig ook nog op een achtergebleven schilfertje zilverpapier beet en mijn vulling het daar uitermate mee oneens was, ben ik ermee gestopt. Ik hoef geen molen van zilverpapier aan mijn muur.

Welke stapelgekke, zwaar sadistische gekkin heeft dit bedacht? Het moet wel haast een vrouw geweest zijn. Cruella, met een jas van Dalmatierpuppy-bont. En eronder een jurk van paas-eitjes zilverpapier…

Krediet

Hij is al veertig en een vaste waarde in het eerste. Op de bank. Al heel wat jaren traint hij trouw twee keer per week met de eerste keeper, die mogelijk alleen de eerste keeper is, omdat’ie gewoon wat langer is. Zo’n tien centimeter zeker, en voor een keeper is dat een groot voordeel. Verder is er weinig verschil; ze zijn ongeveer even goed in het keepen. Maar iedere zaterdag zit onze kleinere goalie weer in de dug-out, ook wel het mok-hok genoemd. Met naast hem gepasseerde spelers, die zitten te mokken. Omdat ze zichzelf toch veel beter vinden dan de voetballers, die wel ‘in de basis staan’. Hij mokt niet. Natuurlijk wil hij graag spelen en zegt daar ook wel eens iets over tegen de trainer of diens assistent. Maar hij stapt niet boos op of dreigt daarmee, zoals anderen soms doen. Hij traint gewoon twee keer per week fanatiek met die andere keeper en zorgt ervoor, dat die zelfs steeds beter wordt. Die eerste keeper was een paar jaar geleden zelfs zo goed, dat een veel hoger geklasseerde club hem graag wilde hebben. Onze stand-in kreeg toen zijn kans in het eerste. En deed dat voortreffelijk. De overloper zat vervolgens bij die mooie club een jaar lang op de bank. Toen die lange daarna, ietwat teleurgesteld, terugkwam, begreep hij in ieder geval, wat zijn korte trainingsmaat voor de club over had. En het respect groeide. Inmiddels is de oude situatie in ere hersteld. Zonder mokken zit die ouwe weer op de bank. Want die lange is nou eenmaal een stuk langer…

Brommobiel

Het was hem niet meegevallen. Met de brommobiel vanuit Spijkenisse naar de Zinkwegse boys. En dan was de wachttijd bij het pontje tussen Hekelingen en Nieuw-Beijerland nog meegevallen. Maar uiteindelijk was hij toch bij onze club gearriveerd, onze scheidsrechter van dinsdagavond jongstleden. De jongens van het eerste, die hem van de dijk naar beneden zagen tuffen keken wel wat verbaasd, want doorgaans komen scheidsrechters niet per brommobiel. Hij parkeerde zijn bolide niet op de invalidenparkeerplaats, want dat had voor nog meer verbazing gezorgd. De fluitenist bleek een zeer ervaren kracht van 70 jaar. 
De wedstrijd tegen Rijnmond/Hoogvliet sport begon wat later, daar de verlichting van het veld net zo slecht startte als de brommobiel van de scheids na 3 jaar achterstallig onderhoud. De partij, die redelijk gemoedelijk verliep, was in het kader van de een of andere vage cup, waar geen van beide ploegen op zat te wachten, en pas op maandag aangekondigd. Wellicht was onze leidsman ergens opgediept uit een stoffige kaartenbak, want de leiding van onze Pierluigi Collina was niet bepaald van wereldniveau.
Toen het ver in de tweede helft 2-2 werd, keek onze man in het zwart benauwd op zijn horloge. Hij had geen rekening gehouden met de mogelijkheid op een verlenging en het laatste pontje ging om 23.00 uur. Met het brommobieltje omrijden door de Heinenoordtunnel zou hem zeker 3 uur gaan kosten! Er zat maar één ding op: Nog vager gaan fluiten en bij de eerste de beste schermutseling of protest de wedstrijd staken. Zo gezegd, zo gedaan. Zodra hij zijn kans schoon zag blies hij driemaal venijnig op zijn fluit en haastte zich richting brommobiel. Het laatste, wat we van hem zagen was een verhitte kop achter de beslagen ruitjes van een zich moeizaam de oprit van dijk omhoog zwoegend brommobieltje.
Het is niet duidelijk wat hij op het wedstrijdformulier heeft ingevuld als reden, waarom hij de wedstrijd staakte en of hij de pont nog heeft gehaald.

Appartement

Het duo Schnabbel en Babbel speelde ouderwetse jazz op de contrabas en de gitaar. En zong er ook nog bij, gekleed in een keurige smoking. Toen we binnenkwamen in een oude fabriekshal, waar allemaal plattegronden en afbeeldingen van het te bouwen ‘project’ hingen, had het net met vol enthousiasme ‘O, when the saints’ ingezet en stampte de maat met keurig gepoetste lakschoentjes.  Niemand luisterde.
We waren afgekomen op de ‘open dag’ van een appartementencomplex, door mij vaak ‘flatgebouw voor rijken’ geschamperd, dat moest worden ‘gerealiseerd’ (wat ik gewoon ‘gebouwd’ noem) op de plek van de voormalige fabriek. 
En die ‘rijken’ waren er. Zwarte kousen met knotjes schuifelden gedwee mee achter zwarte pakken en ‘the scene’ van de plaatselijke tennisclub was ook ruim vertegenwoordigd. Net als wij afgekomen op de gratis koffie met gebak. Ik spotte zelfs een voormalige voorzitter van de ‘tánnis’ die was gepromoveerd tot voorzitter van de golfclub. “Die zal wel voorzitter van de Vereniging van Eigenaren worden”, fluisterde ik tegen mijn lief. Hij was al met zijn lobby bij de project-ontwikkelaar begonnen. 
En daar stonden wij, als een soort heer en mevrouw de Bok. Er liepen ook wat makelaars los rond, te herkennen aan puntschoenen, naambordjes en haviksogen. Ze zochten prooi. De voorzitter was direct gespot, want die kwam vast voor het penthouse van 1,2 miljoen. Wij werden stelselmatig niet gezien. Wellicht had dat ook iets te maken met het feit, dat Elly heel belangstellend stond te kijken bij één van de weinige voor ons betaalbare stukken onroerend goed en uitleg vroeg aan een voorbijlopende nette domoor met naamkaartje. “Ik begrijp deze tekening niet helemaal, waar zit de badkamer?” De knul keek minzaam op haar neer en zei: “De garageboxen zijn helaas allemaal verkocht, mevrouw!”, en beende richting een zeer waarschijnlijk vermogender kandidaatkoper. Ik probeerde niet te lachen. 
Buiten stond een slungelig jongmens bij een grappige Piaggo-driewieler ijsjes uit te delen. Ik vroeg een bolletje yoghurt-kersen ijs. Hij waarschuwde: “U weet, dat dit ijs van yoghurt is gemaakt?” “Dat lijkt me logisch”, antwoordde ik verbaasd, “Hoezo?” De knul zei, nu heel zachtjes, al om zich heen kijkend, of iemand hem kon horen: “Ik kreeg klachten, dat het teveel naar yoghurt smaakte.”
Typerend. Klagen over gratis ijsjes. Ik wil gewoon niet tussen dergelijke droeftoeters wonen. Zelfs al zou ik het kunnen betalen…

Rijbewijs

Morgen zijn er verkiezingen. Mijn wederhelft twijfelt erover of ze haar burgerplicht zal gaan vervullen. Omdat ze het belang van deze verkiezingen niet goed inziet? Nee, omdat ze een nieuw rijbewijs heeft. En dan vooral de foto op dat rijbewijs. Stel je voor, dat de stembuschauffeur die foto echt bekijkt. Ze moet er niet aan denken. Dat zou een blamage zijn. De foto is genomen in zo’n hokje met gordijntje, dat in de hal van een gemeentehuis neergezet is. Je moet ergens geld instoppen en dan in dat hokje proberen zelf de goede hoogte van het portret in te stellen. De gebruiksaanwijzing is gesteld in een soort hottentots, waar geen touw aan vast te knopen is. Je mag drie pogingen doen. Uiteindelijk was het onze Elly gelukt een opname te maken, maar die zag er niet uit. Ze zat te laag. Poging twee was goed qua hoogte, maar ze had haar ogen dicht. Dus toen kwam het er op aan. Het resultaat van nummer drie stemde haar redelijk tevreden, dus zij ermee naar de dienstdoende ambtenaar. Deze keek naar de foto en vervolgens naar Elly en schudde zijn hoofd. “Helaas, deze foto kan ik niet goedkeuren”, zei de man met de nadruk op “Niet”. De tegenover hem staande burgeres werd hier niet vrolijk van. “Kijk”, zei de ambtenaar, “Dat is beter”, en liet haar haar eigen fotootje nog eens zien. “U mag niet lachen, zoals op het door u ingeleverde portret. Houdt u vooral uw huidige gelaatsuitdrukking vast”. Mijn zachtmoedige lieve echtgenote keek inmiddels inderdaad diep chagrijnig en kreeg moordneigingen, want ze had geen kleingeld meer voor die foto-poppenkast in de hal. “Kunt u wisselen voor het apparaat?” vroeg ze de ambtenaar. “Nee, helaas, dat mogen we niet doen”, zei de Dorknoper met een ietwat vals glimlachje, “maar dat kunt u wel bij de winkel even verderop doen. Daarnaast kunt u trouwens, bij de Primera, ook pasfoto’s laten maken. Dan gaat het vast lukken. Dat is een neef van me, doe hem de groeten, goedenmiddag.” En hij richtte zich tot de volgende klant, onze Elly verbijsterd aan haar lot overlatend. Deze beende nu met een gezicht als een donderwolk weg. Gelukkig kwam ze op weg naar de uitgang een bekende tegen, die geld kon wisselen. Ze dook vervolgens stiekem het pasfotohokje in en poseerde voor een heel chagrijnige foto. Vervolgens wachtte ze, tot een andere ambtenaar achter de balie verscheen, en leverde het resultaat in met een kop, die geen tegenspraak duldde. Het eindresultaat op haar rijbewijs is niet erg flatterend. Dus of ze gaat stemmen….

Weerman

“Het is hier net zo als bij ons 20 jaar geleden”, zei Joop. Hij was trots op hetgeen er bij onze Zinkwegse Boys in die 20 jaar was bereikt. De kantine van de vv. Simonshaven was inderdaad ietwat gedateerd. Er was wel een groot overdekt terras, dat nog het meest deed denken aan een perron van een klein stoomtrein-stationnetje. Die gelijkenis had mogelijk te maken met de enorme stationsklok die hoog boven ons de tijd aangaf. 
Het stormde stevig. De wind stond precies in de lengte op het veld, dus het werd een toer voor de benedenwinds gelegen ploeg om het doel schoon te houden. Maar gelukkig wordt er doorgaans na de rust van helft gewisseld. 
Onze weerman, Otman Paulusma, had stellig voorspeld, dat de storm de tweede helft nog in kracht zou toenemen. Hij hield zijn bronnen natuurlijk wel angstvallig geheim, maar was erg zeker van zijn zaak. Dus de eerste helft tegenwind zien door te komen, dan zouden de Boys de tweede helft ‘los’ kunnen gaan op weg naar een goed doelsaldo. 
Bij rust was het 1-1. In de kantine stond een oudere tante Truus achter de bar. Ze was duidelijk geen familie van Ellen de Lange, want behoorlijk traag. Mogelijk had dat te maken met haar oplossing voor de KNVB-regel, dat er tijdens de wedstrijd geen flesjes bier mee naar buiten mochten worden genomen: Ze schonk telkens uiterst traag een flesje in een plastic bekertje. Maar dat bekertje was te klein, dus er bleef telkens iets achter in het flesje. En dat restje goot ze onverschillig in haar dorstige keelgat, alvorens ze het flesje terugzette in het krat. Deze werkwijze kwam haar werktempo niet ten goede. Na de rust slingerde ze vrolijk achter de bar rond, maar deed uren over een simpele rekensom.
De tweede helft begon met een enorme hoosbui, met zelfs hagel. Ik stond droog op het perron, met weerman Otman naast me. Toen de wind na de bui ging liggen werd hij behoorlijk stil. Hij lachte ietwat schaapachtig (En hij kan heel goed schaapachtig lachen…) en schuifelde steeds iets verder naar achteren. 
De wedstrijd eindigde uiteindelijk gelukkig toch nog in een 1-2 overwinning voor onze Boys. Otman stond bij de bar en was blij, dat hij heel lang moest wachten op zijn biertje…