De lifestylecoach

De zelfmoordpoging van de anorexiapatiënte was hopeloos mislukt; toen ze van de flat sprong dwarrelde ze als een herfstblaadje naar beneden, landde niet al te hard, stond op, veegde het stof van haar kleren en ging naar huis om eens flink te bunkeren, zodat haar volgende poging succesvoller zou zijn.
Dit is natuurlijk niet grappig, want anorexia is een ernstige ziekte. Men zal mij terecht aanvallen over deze wrange grap.
Wanneer een dikke dame van dezelfde flat springt en de vereniging van eigenaren besluit van de door de val veroorzaakte krater een zwembad te maken, en naar haar te vernoemen, wordt dit best leuk gevonden. Niemand gaat mij deze eveneens wrange grap kwalijk nemen.
Ik ben dus gelukkig geen anorexiapatiënt. Om mij mag gelachen worden.
Maar mede door mijn corpulentie wilde mijn rechter heup niet meer zo graag wandelen. Al zeurde de linker nog zoveel, hij wilde niet mee. Ik moest dus wat afvallen. Wanneer je de diverse televisieprogramma’s over dit onderwerp moet geloven moest ik naar een Lifestylecoach.
Wat is een lifestyle-coach? Dat is een superbrilslang. Een brilratelslang, ze vraagt je de oren van de kop.
“Wat zie je, wanneer je in de spiegel kijkt?” Ik: “huh?” De brilslang: “Wanneer heb je voor het laatst voor de spiegel gestaan?” “Vanmorgen” zei ik, een beetje verlegen. “En wat zag je?” Ik fronste mijn wenkbrauwen. Moest ik nu echt de werking van een spiegel gaan uitleggen? Wat dacht ze dat ik zou zien? De buurvrouw? Ze hield vol: “Wat dacht je over hetgeen je zag?” Ik dacht heel even na. “Ik dacht eigenlijk: Goh, de viagra van gisteravond is nog niet helemaal uitgewerkt!” Ik kon het niet helpen, brilslangen brengen het slechtste in mij boven.
Maar brilslangen hebben geen humor. Dus ze keek niet blij. Ik probeerde het te vergoelijken: “Maar zodra ik u zag, was dat over, hoor!” Mis. Ik kreeg een vernietigende blik.
“U neemt uw probleem niet echt serieussss, volgens mij” siste de slang. Ik probeerde maar weer mee te werken.
Volgens haar moest ik meer bewegen en anders gaan eten.
Ik kreeg een pot met één of ander poeder mee, als vervanging voor mijn overdadige maaltijden. Toevallig handelde de gratenbaal in dit spul. Het had me meer verbaasd als ze in moorkoppen had gehandeld. En als het spul beviel, mocht ik het zelf gaan verkopen, zo kon ik mijn eten zelf terugverdienen! Ik zou het dan bij haar kunnen inkopen. Jaja….
Ze werd nu erg enthousiast. Ik wat minder. Ik zag mezelf niet als dealer van het één of andere zwaar verslavend poeder. (Want zonder kunnen mensen immers niet in leven blijven?) Met mijn toekomstige hoofdmenu in een plastic tasje vertrok ik vertwijfeld huiswaarts.
Thuisgekomen maakte ik nieuwsgierig het gekochte blik open, pakte een lepel en nam een hap om te proeven. Getver, wat een droge zooi! Tot overmaat van ramp moest ik gelijk niesen. Heel de keuken was gelijk bedekt onder een laag roze stof. Aardbeiensmaak.
Na twee uur schoonmaken ben ik naar de friteskraam gegaan voor een lekkere zak patat. Op de fiets, want dan had ik in ieder geval nog bewogen.