Vandaag wordt mijn oude voetbalvriend Adrie Vink tachtig jaar. Hij ziet er nog best uit, maar de tijd heeft wel sporen nagelaten. We treffen elkaar nog regelmatig bij de herenclub van de Zinkwegse boys. De gesprekken gaan moeizaam door de herrie in de met veel mensen gevulde ruimte. Adrie hoort slecht, en dan vooral wanneer er veel lawaai is.
Het geeft niet. De verhalen uit ons voetbalverleden veranderen weinig, en we kennen ze allebei. Ze worden ieder jaar wel iets sterker. Als je ze zou geloven waren we geweldige voetballers. Onbegrijpelijk, dat we Oranje nooit gehaald hebben. Nou moet ik toegeven, dat dit in mijn geval zeker zwaar overdreven is. Ik kon gewoon niet voetballen. Ik deed gezellig mee. Maar vriend Adrie was één van de 4 à 5 echte voetballers in het team, onbegrijpelijk snel met zijn korte beentjes. Kees van Dijk, Daan van Hengel, Harry Dikmans, Kees Bakker (Kees van de havendam), dat waren de andere kanjers. Ze speelden in het vijfde in de nadagen van hun carrière. Aad was al vijftig in het jaar dat we kampioen werden! (1987-1988). Onze eigen sir Stanley Matthews. De avond, dat we ons kampioenschap vierden, in zaal Koster in Klaaswaal, was op de dag, dat Nederland Europees kampioen werd. Wat een feest! Pleun van de Mark kwam gekleed in een fel oranje ketelpak. Door het dolle heen.
Zoete herinneringen aan een mooie tijd. En herinneringen, die onuitwisbaar zijn. Herinneringen waar we elkaar voor moeten bedanken. Bedankt en van harte Aadje!