Stagiaire
Ook fysiotherapeuten moeten stage lopen. Zo hebben we in onze praktijk regelmatig stagiaires rondlopen. Vroeger begeleidde ik ook collega’s in spe.
Meestal gaf dat weinig problemen en was het erg leuk. Maar soms kreeg je een wat minder geslaagd figuur. En meestal zag je dat al heel snel; bij het kennismakingsgesprek.
Zo verscheen het onderwerp van dit verhaal, Sape, in een gescheurde spijkerbroek (In de tijd dat zulks nog geen mode was) en afgetrapte gympies. Het zag er niet uit. Hij werd in het voorbijgaan door een medewerkster van top tot teen geringschattend opgenomen. Vernietigend, zoals alleen vrouwen dat kunnen.
Sape begon al met een heel verhaal over de busdienstregeling en of hij niet een uurtje later dan 08.00 uur kon beginnen. Ons antwoord was redelijk kort: “Nee”
We wezen hem er nog op, dat zijn kleding niet geheel volgens onze normen was, waarop hij antwoordde, dat hij niet van ons verwachtte, dat we zijn mode zouden gaan volgen. Hij kon zelf smakelijk lachen om deze grap. Wij niet.
De volgende dag kwam hij om 09.00 uur aankakken. “Sorry, ik heb me een beetje verslapen, en die bussen rijden nou eenmaal best ver om, voordat ze hier in de buurt komen” mompelde hij.
Hij zag er iets beter uit dan tijdens zijn eerste bezoek aan de praktijk, maar verspreidde een penetrante lucht. Knoflook. Mijn collega maakte daar een opmerking over, maar dat vond de brave borst onzin: “Ik maak toch zelf uit, wat ik eet?”
De relatie stagiaire-begeleider kwam hierdoor enigszins onder druk te staan, zullen we maar zeggen.
De volgende dag belde onze vriend om 09.00 uur, dat hij wat later kwam, want hij had zich verslapen. Dat ‘ietsje later’ werd rond lunchtijd, welke hij dankbaar benutte om te brunchen. De druk op de ketel nam schrikbarend toe. Maar in die tijd waren we nog erg geduldig.
Sape was de derde van een drieling. Zijn broers waren psychiater in opleiding en psycholoog. Hijzelf was inmiddels bezig met zijn derde studie. Hij deed erg zijn best, maar kreeg al snel de bijnaam ‘Guust Flater’ naar een bekend stripfiguur.
Hij stapelde blunder op blunder. “Mevrouw, wat heeft u mooie ogen!” en dan: “Jammer, dat ze een beetje scheef staan…” Echt, af en toe stonden mijn tenen krom in mijn schoenen.
Zo had hij op een dag een patientenkaart mee naar huis genomen, ondanks mijn uitdrukkelijke verbod daartoe. (Hij moest een verslagje over de patiente maken) Toen de betreffende patiente op haar volgende afspraak kwam, kon ik nergens haar status vinden. Met moeite redde ik me uit deze penibele situatie. “Hoe gaat het met u? Kunt u al beter bewegen?” waarop de dame haar rechterarm optilde om haar vorderingen te laten zien. Toe wist ik weer, waar ze eigenlijk voor kwam…
Ik gaf Guust Flater flink op zijn donder voor deze blunder: “Ik stond voor gek, idioot, omdat ik door het ontbreken van de kaart niet wist, wat er met die mevrouw aan de hand was!” Hij leek onder de indruk.
De volgende dag zat onze schouder-patiente in de wachtkamer. Sape/Guust liep ons voorbij de volle wachtkamer in en verontschuldigde zich bij haar: “Excuses, mevrouw, dat ik uw kaart had meegenomen en door mij meneer Swart de vorige behandeling niet wist hoe hij u moest behandelen” Ik stond door de grond te zakken en de patiente zat er helemaal niets van te begrijpen.
Die week stond er een prachtige foto in het AD; een volle pagina groot (een reclame). Die knipte ik uit en hing hem op de binnenkant van de keukendeur. Alleen te zien, wanneer je in het piepkleine hok stond en de deur dichtdeed.
Bij de eerstvolgende blunder van onze brave borst zei ik: “Ga hier nou even goed over nadenken in de keuken. Doe de deur dicht, aan de binnenkant hangt een spiegel, en kijk jezelf nu eens diep in de ogen!”
Hij verdween. De keukendeur ging dicht. Dit was wat hij zag:
