Concert

We gingen cultureel doen. Dochter Janneke en haar Arno hadden ons en Arno’s ouders (Rob en Alexandra) uitgenodigd mee te gaan naar een concert annex lezing. Ze waren zelf bij de vorige matinee geweest en erg enthousiast. Elly keek al een tikkie moeilijk, maar wilde niet dwarsliggen, dus wij op zondagmiddag op weg naar Amersfoort.

De voorstelling bestond uit twee delen; vóór de pauze een lezing met oude foto’s, gemaakt door ene Charles Koechlin, componist en fotograaf. Nooit van gehoord, en naarmate de middag vorderde leek ik het steeds minder erg, wanneer dat zo gebleven zou zijn. Na de pauze zouden er wat composities van onze Charles op de dwarsfluit ten gehore worden gebracht. Het klonk erg cultureel. Heel erg cultureel.

Dit alles speelde zich af in het ruim van een oud binnenvaartschip, heel toepasselijk ‘de Inspiratieboot’ genaamd. Via een griezelig en smal trapje daalden we af in het redelijk lichte ruim. Luiken van plexiglas lieten voldoende licht door. De inrichting was sober maar netjes; er stonden drie rijen uiterst ongemakkelijke stoelen, neergezet in een optimistische bui over de te verwachten opkomst. We namen voorzichtig plaats op de tweede rij, want we wilden op voorhand niet al te enthousiast overkomen. Janneke en Arno hadden ons verteld over een eerder concert met gitaren, waar ze erg van hadden genoten.

De opkomst was matig. We waren met 18 personen een zeer uitgelezen cultureel publiek. Na nog even te hebben gewacht of er nog meer enthousiastelingen op deze unieke lezing af zouden komen begon Leendert, zo heette onze middagattractie, zijn verhaal.

Er was ergens op een zolder in Frankrijk een oude doos met vakantiekiekjes van fotograaf Koechlin gevonden. Wat een geluk, dat dit voor het nageslacht bewaard was gebleven! Op een projectieschermen verschenen vale dia-afbeeldingen van haventjes, boten en bruggen. Geloof ik, want ik was bij de tweede boot al redelijk onder zeil. Af en toe kreeg ik een liefdevol schopje tegen mijn scheen om me wakker te houden. Elly beheerst de techniek van het lateraal scheenschoppen. Het is best lastig om iemand, die naast je zit, te raken zonder daarbij zelf opvallend zijn kant op te draaien. Het worden dan een soort laterale hakjes. El kan het.

Het duurde maar en het duurde maar. De pauze kwam als een verlossing, maar daarna moesten we weer terug dat ruim in. We wilden wel weg, maar dat zou ook zielig zijn; we waren 1/3e deel van het publiek!

We stonden nog te twijfelen, toen een andere toeschouwer op ons afkwam en Rob vroeg of hij een shaggie van hem mocht draaien. Rob kon lastig weigeren. De man leek op een zwerver, die door het gratis concert een middagje onder dak was. Hij was net zo enthousiast als onsmakelijk. Het viel me op, dat Elly en Janneke ongeveer tegelijkertijd naar zijn kruis keken. Dat was ik niet van ze gewend. Toen zag ik het ook: Zijn donkere lederen broek was gerepareerd met ducttape. In het kruis. Janneke en El liepen even een stukje van het gezelschap weg, omdat ze moeite hadden zich goed te houden. De zwerver nam de voorstelling nog even met ons door terwijl hij de shag van Rob achteloos in zijn kontzak liet verdwijnen. Helaas voor hem had de gulle gever dit door. Met een teleurgestelde kop werd het rookgerei teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar en de zwerver verdween.

Na de onderbreking daalden we weer af naar onze ongemakkelijke stoeltjes. Het diascherm was opgeruimd, nu kwam het muzikale deel. Er stond een groot muziekboek op een lessenaartje met allemaal briefjes tussen de bladzijden. De fluitist sloeg het boek open bij het eerste briefje en begon gezellig in zijn dwarsfluit te spugen. Er kwamen wat onsamenhangende klanken uit, maar gezien het serene hoofd van onze artiest scheen dit zo te horen. Ook onze zwerver scheen het erg te waarderen. Al na enige minuten onsamenhangend gefluit zat hij met de ogen gesloten met zijn hoofd mee te deinen met de muziek, af en toe zachtjes “Mooi” mompelend. Ik keek opzij, maar Rob was toch zo te zien niet stoned, want ik begon toch behoorlijk aan diens shag te twijfelen.

Het gefluit duurde lang. Heel veel briefjes lang. Achter ons zaten twee zich voorbeeldig gedragende pubers. Broer en zus. Volgens mij niet helemaal normaal, want ze waren rustig en probeerden niet eens elkaar te pesten, knijpen of de hersens in te slaan. Toen onze fluitist de bladzijdenbriefjes van zijn boek bijna allemaal afgewerkt had, sloeg hij er één open met een uitklapvel. “Nee, he!” hoorde ik het meisje achter me zuchten. “Daar gaan we weer…” zei broer. Gelukkig, ze waren toch een beetje normaal.

Toen het uitklapnummer was afgelopen, probeerde ik de voorstelling voortijdig te laten aflopen door hevig te applaudisseren. In de hoop, dat anderen mijn voorbeeld zouden volgen en onze artiest niet anders kon dan te stoppen. Het plan mislukte. Er werd verstoord mijn kant op gekeken en lateraal schenen geschopt. Beschaamd onderbrak ik mijn blijk van waardering en glimlachte met een rood hoofd, terwijl ik tegen Elly siste: “klap dan mee!” Ze deed net of ze me niet hoorde.

Noodgedwongen zijn we tot het einde moeten blijven zitten. Na de aanfluiting klapte de zwerver het hardst onder het uitroepen van: “Bravo!” Wij klapten, omdat we blij waren, dat het afgelopen was.

We dronken nog een wijntje na afloop. Het was aardig warm geworden in het ruim. Ik moest naar het toilet en de zwerver stond naast me. Ik dacht, dat ik hem zachtjes “Oei, au” hoorde zeggen. Dat is het nadeel van ducttape in combinatie met schaamhaar.

Op weg naar huis vroeg ik El hoe zij de middag doorgekomen was, behalve met mij te schoppen. “Door bouten te tellen” zei ze. Achterin de auto werd gegniffeld. “Dat heb ik ook gedaan!” zei Janneke. En in zo’n schip zitten heel veel klinknagels, want die bedoelden ze. We moesten allemaal lachen.
We zijn en blijven cultuurbarbaren.