“Ik heb een verstandelijke beperking”, zei Ivo zenuwachtig, “Ik ook”, antwoordde ik. Hij keek me verbaasd aan. “Al word ik 100, ik ga nooit Chinees leren spreken”, verklaarde ik mezelf nader. Ivo moest er smakelijk om lachen en ontspande.
In mijn werk kom ik allerlei mensen tegen, dus ook mensen met een verstandelijke beperking. Zo heet dat tegenwoordig.
Jaren geleden had ik in de praktijk in Rotterdam aan de Kasteelweg drie dames onder behandeling met een verstandelijke beperking. Dicky, Lenie en Truus. Ze woonden in ‘de Zomerhoek’ een tehuis in Zomerland. Wanneer de meiden (Nou, meiden, Lenie was in de vijftig, Dicky in de veertig en Truus achter in de twintig) kwamen, was het altijd heel gezellig. Ze oefenden voor allerlei fysieke problemen, en zonodig werden ze apart behandeld.
De leukste tijd was rond Sinterklaas. Wanneer ze dan in de wachtkamer zaten te wachten kon ik het niet laten om even flink kabaal te maken door op de tussenwanden te slaan en vervolgens hard de wachtkamer in te rennen, de voordeur open te rukken onder het uitroepen van: “Sinterklaas! Zwarte Piet, kijk daar lopen ze, kom snel kijken!!” Truus stond dan al gauw naast me, Dicky twijfelde en volgde wat trager en Lenie zat, met de pop op schoot, zich rot te lachen, dat die andere twee zo dom waren om nog in Sinterklaas te geloven. Wanneer Truus naar buiten keek was er natuurlijk niks te zien. “Je bent te laat Truus, nou is hij net de hoek om!” zei ik dan. De rust keerde weer en iedereen ging weer zitten. En Lenie maar lachen.
Ik had deze vertoning al een aantal keren herhaald, tot zelfs Truus er niet meer intrapte.
Maar toen kreeg ik Willem onder behandeling. Willem was Sinterklaas bij de intocht van de goedheiligman in IJsselmonde. En ik had er nog eentje tegoed van Willem, dus ik met hem geregeld, dat hij langs zou komen op het moment, dat de meiden er waren.
Die woensdagmiddag werd het kabaalritueel weer opgevoerd. Niemand reageerde, zelfs Truus keek me afkeurend aan over zoveel drukte. “Je neemt ons in de maling..”
Maar toen ging de deur open en verscheen Sinterklaas met drie Pieten, die de hele praktijk op z’n kop zetten.
Toen ging zelfs Lenie twijfelen. Ze zocht troost bij haar pop.
We hadden natuurlijk wel gezorgd voor een paar kleine kadootjes voor onze trouwe gasten, en dus gingen ze, na bekomen te zijn van de schrik, helemaal gelukkig naar huis.
Ook wij (En ook Willem met zijn Pieten) werden er blij van. Wie was er nou verstandelijk beperkt?