Bij een polderclub als de Zinkwegse Boys vind ik kunstgras eigenlijk gewoon niet passen. Wij zijn de vereniging van de vrije-uitloopkeepers en de scharrelspitsen. Er is zelfs een grote back, die vroeger bij Greenpeace heeft gezeten en die volgens zijn ploegmaten een strandbal op zijn neus kan laten balanceren. En dat voor een visje…
Kunstgrasvoetbal is nep. Het is zaalvoetbal zonder zaal.
Vooral onze jeugd verdient beter. Omdat onze jeugd nu ook nog echt jeugd is en niet bestaat uit van die stijve jonge talentjes, die op hun zesde al ‘in het systeem’ moeten voetballen en ‘mediatraining’ krijgen. En na de wedstrijd rondlopen in pakkies met blauwrode stropdasjes. Stijf van de stress.
Onze jeugd moet het gras kunnen ruiken, voelen. Onze jeugd moet leren een lekkere sliding te maken op een nat grasveld, waarbij het gras zowat uit hun neus komt. Met een big-smile van oor tot oor… Stijf van de modder!
Wij zijn uit de klei getrokken, en niet uit de siliconen. Puur natuur, en daar zijn we trots op!
(De kikkershoek van die 2 andere voetbalverenigingen noemen we voortaan: Silicon-Valley…)