Donderdagavond was ik als assistent-verzorger uitgenodigd om Leo, de verzorger van de Zinkwegse boys, te helpen bij het behandelen van een aantal blessures van eerste-elftalspelers. Bij binnenkomst in de kantine keek ik enigszins verbaasd, want een aantal leden van deze club zaten geknield op de vloer van de kantine. Ze bogen richting bar, hetgeen ik wel begreep, maar me toch wat overdreven overkwam. Toen zag ik, dat ze daarbij op een pop aan het duwen waren. Ze deden een cursus reanimeren. (en omgaan met de AED) Heren van het bestuur, dames, die ik wel eens achter de bar had gezien en ouders van kinderen die bij de club voetbalden? Opeens voelde ik een diep respect. Zeker, toen ik hoorde, dat dit al de tweede groep was die avond. Allemaal mensen, die hun verantwoordelijkheid nemen. En opeens begreep ik weer, waarom ik er trots op ben een Zinkwegger te zijn. Vanwege de vrijwilligers, die bijvoorbeeld het G-voetbal (G-voetbal is voor mensen met een beperking) mogelijk maken, vanwege de G-s zelf, die gewoon meedoen met de club, vanwege alle leden, die gewoon samen met de G-s plezier hebben! En niet te vergeten de mensen die met de jeugd bezig zijn, of met het damesvoetbal. Een echte familieclub, Mijn vader had het wel eens over ‘innerlijke beschaving’. Dit heeft niets te maken met opleiding of titels of geld. Innerlijke beschaving zit in je. Hoe je je kinderen opvoedt, hoe je je gedraagt bij een voetbalwedstrijd. En dat je op je knieĆ«n gaat, omdat je met de daarmee opgedane kennis misschien ooit een mensenleven kunt redden.