kampioenswedstrijd

Bij een wedstrijd van de Boys sta ik het liefst achter de dug-out, die ze speciaal voor mij doorzichtig gemaakt hebben. Daar sta ik achter verzorger Leo, mijn maat. Zo ook zaterdag. De wedstrijd was net begonnen toen een klein meisje achter me langs huppelde. Helemaal in haar spel. Opeens stopte ze. Ze zag een nieuw speeltoestel: een klimrek! Tussen de dug-outs stond een stelling, waarop een camera met man, die de wedstrijd voor de Hoekse waard-tv stond te filmen. Het meisje zag alleen een klimrek en begon enthousiast te klimmen, want daar dienen klimrekken voor. De cameraman dacht even, dat hij in Groningen was, want hij voelde lichte aardschokken. De beelden van de wedstrijd werden ook wat minder stabiel. Toen zag hij het meisje aan zijn stelling hangen. Zachtjes zei hij tegen haar, dat het geen klimrek was. Hij zei het gelukkig heel vriendelijk. Het meisje keek verbaasd, liet zich uit het televisie-klimrek zakken om vervolgens vrolijk verder te huppelen. Ik kon niet anders dan glimlachen, net als de cameraman.
De twee mannen naast me hadden niets van het incidentje meegekregen. Ze hadden het te druk met zichzelf. Degene, die het dichtst bij me stond was een oud scheidsrechter. Toen ik opmerkte, dat de jonge scheids van een week geleden in mijn ogen redelijk goed gefloten had, werd ik afkeurend bekeken. “Hij liep zijn diagonaal niet goed!” De diagonaal is heilig. (De scheids moet zich diagonaal over het veld bewegen, zodat hij altijd goed zicht heeft op zijn grensrechters) Wanneer je de wedstrijd goed aanvoelt, steeds dicht bij het spel bent, maar je loopt je diagonaal niet goed, bak je er in mijn buurman’s ogen dus niets van. “Hij is daarom vorig jaar ook gedegradeerd” wist hij nog met een vals lachje te vertellen.
Vast een hele irritante man in het veld geweest, dacht ik. Door dit soort figuren zijn AED’s onontbeerlijk in kantine’s van 4e klassers geworden. Je houdt toch je hart vast, wanneer je weer zo’n pedante eikel als fluitist krijgt? Braaf z’n diagonaaltjes lopen en er verder niets van snappen…
Ik hield mijn mond maar en ergerde me gezellig verder aan de scheids van dienst in het veld, die ook keurig zijn diagonalen hobbelde en af en toe, redelijk willekeurig, wat op zijn fluit blies.
De eikel draaide zich om en ging het gesprek aan met zijn veel interessantere andere buurman, die vroeger bij Feijenoord gevoetbald scheen te hebben. In het eerste. Op de bank. Het hoe en waarom daarvan werd uitvoerig uitgelegd. Het viel me op, dat de heren net kikkers waren; ze bliezen zichzelf op. De één was een geweldige scheidsrechter in de eerste klasse amateurs geweest, de ander hét grote talent op de bank bij het grote Feijenoord. ‘Dus allebei nét niet’ dacht ik, en probeerde me weer op de wedstrijd van de boys te richten. Maar het gekwaak ging verder. Na de bank van Feijenoord was de Rabobank de werkplek van de voetballer geworden. ‘Eens bankzitter, altijd bankzitter’ dacht ik met een gemeen grijnsje. Toen het gesprek vervolgens ging over de hypotheekrentes in de jaren 80 van de vorige eeuw, werd het me teveel en ben ik even aan de andere kant van de dug-out gaan staan. Aan de kant van trainer Mark en assistent Henk. En niet te vergeten van ‘stille kracht’: elftalleider Roberto.
Aan de overkant van het veld probeerde het kleine meisje nu op de platte kar, die klaarstond voor de aanstaande kampioenen, te klimmen. Dat nieuwe speeltoestel was nog veel mooier dan die saaie stelling…