Zuurkoolstamppotpoeder

Jitske was een prachtige vrouw. Ze was een medestudente op de academie voor fysiotherapie. Tijdens een soos-avond kletste ik als Brugman (alhoewel, dat was een dominee, misschien meer als Cyrano de Bergerac..) en ouwehoerde zo een eerste kus bij elkaar. Meer niet. We spraken af elkaar de volgende dag weer wat verder te ontdekken, en Jitske ging naar huis.
De volgende morgen op de academie was ik weer nuchter en dronk samen met Jitske koffie. Het gesprek liep een tikkie stroef. Ze bleek iets minder leuk, dan ik dacht. Had ik de klassieke fout gemaakt veel zelf te praten en weinig te luisteren? Of was er niks te luisteren?
Ze was wel aardig en heel mooi, maar miste iets. Eigenlijk miste ze heel veel. Humor, bijvoorbeeld.
Maar ik vond het zielig om haar zomaar te dumpen. En voelde me een beetje schuldig, dat ik haar gezoend had. Tijdens het gesprek bleek, dat ik haar tijdens de soos-avond had uitgenodigd om bij mij op mijn studentenkamer te komen eten.
Dus ik moest iets bedenken om haar ervan te overtuigen, dat ik niet de ware voor haar was. Zonder haar erg te kwetsen.
Ik verstopte mijn borden en mijn bestek op 2 lepels een vork en 1 mes na. Ik kocht kant en klare zuurkoolstampot in poedervorm. ‘Maggi-wat-maak-je-me-nou’ heette dat. Daar nog een rookworst bij en het feestmaal kon bereid worden.
Jitske kwam, zoals dat bij veel dames schijnt te horen, een kwartiertje te laat in een mooie jurk en beklom het smalle, met een vale loper beklede trapje naar mijn kamer, nadat ik de deur met een touwtje had opengetrokken. Het was wel wat anders dan de twee-onder-één-kap van haar ouders. Ik nam galant haar jas aan en nodigde haar uit plaats te nemen op mijn gammele stoeltje. Op tafel stond een waxinelichtje romantisch te zijn, en ik had een muziekje opgezet. “Even koken”, zei ik, en zette een ketel water op. Ze keek verbaasd. Ik pakte een pan uit een kastje met een gordijn ervoor, en zette deze op de andere pit van mijn campinggasstelletje, deed er wat water in en de rookworst. De verbazing nam toe. “Ja, sorry, hoor, maar als arme student heb ik niet zoveel spullen” loog ik vrolijk verder. Ze deed, alsof ze het begreep. Het water in de ketel kookte. Ik haalde na een paar minuten de rookworst uit het pannetje en gooide er de ‘Maggi-wat-maak-je-me-nou’ in met een grote zuurkoolstofwolk. Nu was haar verbazing al overgegaan in verbijstering. Ik voegde nog wat kokend water uit het keteltje toe, al roerend en vrolijk babbelend over koetjes en kalfjes, tot er een smeuige brij ontstond. Daarna werd de rookworst in stukjes gehakt en bij de zuurkoolspecie gesmeten. Ik zette zout en peper op tafel en, als summum van luxe, een potje mosterd.
Jitske werd steeds roder. Haar verbijstering begon richting boosheid te gaan. Het plan ging lukken.
Ik overhandigde haar een lepel. Daar ik wist, dat ze nogal christelijk was en gezien het culinaire dieptepunt op tafel vroeg ik haar of ze voor het eten wilde bidden. Ze schudde ontkennend haar hoofd. Deze maaltijd verdiende haar zegen niet. “Nou, tast toe dan!” zei ik en begon zelf enthousiast uit de pan te lepelen. Ze keek vol afschuw naar de lepel, naar de zuurkoolsmurrie en vervolgens naar mij en zat nu echt donkerrood te wezen. “Heb je geen bord?” “Nee, sorry, gisteren mijn laatste bord uit mijn handen laten flikkeren”, jokte ik verontschuldigend, “Maar dit is toch juist romantisch?”
Jitske zei niets,legde langzaam haar lepel neer, stond op, pakte haar jas, strompelde op haar hoge hakjes de trap af en vertrok. Zonder iets te zeggen. Haar idee over romantiek strookte niet geheel met het mijne.
Toen ze weg was pakte ik mijn verstopte bord en schepte het vol zuurkool. Viel eigenlijk best mee, dat ‘Maggi-wat-maak-je-me-nou’…..