Kermis

Het is alweer een tijdje geleden, dat ik op een kermis was. Ik houd niet zo van kermissen. Kermispersoneel kijkt altijd zo sjagrijnig. Daar worden ze op getraind: Vooral niet te vrolijk kijken! Vroeger vond ik botsautootjes nog wel leuk en daarbij vooral het gegeven, dat het ding achteruit ging rijden, wanneer je je stuur ver doordraaide. Waanzinnig. Bij een gewone auto moet je dan allerlei handelingen verrichten, bij zo’n botsauto kun je alles met één hand doen, en die andere hand nonchalant over de rugleuning leggen. Het waren ook altijd cabriootjes. En dan was er ook zo’n knul van de kermis, altijd met zo’n matje in zijn nek (De kermiskapper kent maar één kapsel: het matje. Zelfs de vrouw van de zuurstokkentent heeft een matje.) die van de ene botsauto op de andere sprong en magische handelingen deed om vastgelopen wagentjes weer aan de gang te krijgen. (vooral, wanneer deze gevuld was met vrouwelijk schoon.)
Toen ik later met mijn dochters wel eens langs een kermis kwam, en dat dus nooit zonder financiële schade lukte, viel me ook steeds op, dat de draaimolenaar kaartjes uit kinderhandjes kon rukken, terwijl hij de andere kant opkeek. Ik heb dat wel eens geprobeerd, maar dat valt nog niet mee. Ook viel me op, dat hij een enkele keer een soort glimlach grimaste, wanneer een kind vergezeld werd door een opa dan wel oma, of liefst nog allebei. Opa’s en oma’s betekenen kassa. Moeders alleen geven hooguit 2 ritjes, om van het gejengel af te zijn. Vaders mogelijk 3. Maar grootouders vertegenwoordigen het grootkapitaal voor de draaimolen.
We waren net getrouwd, op 10 september. Na de huwelijksnacht, welke we, net als iedereen, al geldtellend hadden doorgebracht, waren we de volgende morgen vertrokken. Op huwelijksreis in ons Toyotaatje naar Frankrijk met de tent. De tweede nacht hingen we gezellig aan de tentstokken met windkracht 6 en bittere kou. Maar het deerde niet; we waren jong en gelukkig. De derde nacht verliep meer volgens de huwelijkse verwachtingen.
Die derde dag was er in één of ander dorp kermis. Een roestig, vaal kermisje. We liepen erover, vol van elkaar, zonder echt geïnteresseerd te zijn in grijpertjes, die nephorloges probeerden op te takelen (en daarmee het geld uit je portemonnee) of hard rondtollende octopussen. Opeens besefte ik, dat mijn verse echtgenote die dag jarig was. Ze had het zelf nog niet eens in de gaten op haar roze huwelijkswolk. Ik had geen kado, ik was hard op weg haar eerste verjaardag met mij als echtgenoot te verpesten! Paniek. De kermis bracht gelukkig uitkomst. Ik liep naar de suikerspinnentent, waar een ongeïnteresseerde middelbare dame suikerspinnen stond te draaien, met een sigaret in haar mondhoek. Ik kocht de grootste die ze kon leveren. “We zijn net getrouwd”, probeerde ik in mijn beste steenkolen-Frans, Het was net, of ze toch even uit haar kermisrol viel en glimlachte.
En Elly? Die was stomverbaasd, want ze was echt haar eigen verjaardag vergeten. Ze at de roze suikerwolk met een heerlijke lach op haar gezicht. En ik smolt weer…
Dus wanneer ik nu langs een kermis kom, kijk ik altijd even, of ik een suikerspin voor haar kan kopen. Helaas vindt ze suikerspinnen niet echt lekker…