Hij zat bij me op de massagebank met een dikke knie. Hij woonde tegenover de praktijk in ‘de gemsensprong’; een tehuis voor jongeren in de leeftijd van 12-16 jaar, die om diverse redenen niet meer thuis konden wonen. Ze leerden er voor zichzelf te zorgen. Vaak was er een nogal traumatische jeugd aan het verblijf daar voorafgegaan. Een aantal van hen waren gedetineerd geweest. Zoals dit mannetje, 14 jaar en nogal klein voor zijn leeftijd. “Hoe heb je je knie bezeerd?” vroeg ik. “Gestoten bij het klimmen” Hij was niet erg mededeelzaam. Ik behandelde hem en niet lang daarna functioneerde de knie weer als vanouds.
Niet veel later kreeg ik Charlie onder behandeling, een behoorlijk brede gast met een erg rustige uitstraling. Hij werkte in ‘de Gemsensprong’ als groepsleider en zijn sportverleden als karatekampioen kwam regelmatig goed van pas. Hij vertelde, dat hij bepaalde jongetjes nooit de rug toekeerde, omdat hij niet opgepakt wilde worden wegens ‘verboden wapenbezit’: Een mes in zijn rug. Ik lachte.
Hij vertelde, dat ze wekelijks de kasten van de bewoners doorzochten naar drugs en wapens. Laatst hadden ze nog een mes en een kleine koevoet gevonden. Dat laatste artikel was gebruikt bij een aantal inbraken. De werkwijze was steeds hetzelfde geweest: met een klein koevoetje werd een bovenlichtje opengebroken, het kleine mannetje moest naar binnen klimmen en van binnenuit de deur of een groter raam opendoen voor de ‘grote jongens’. Toen begreep ik de blessure van het kleine mannetje: Bij een inbraak in onze praktijk, enige weken eerder, waren de braaksporen volgens de politie ‘van een kleine koevoet’, bovendien was het raam-uitzettertje afgebroken. ‘Gestoten bij het klimmen’. Vanwege mijn beroepsgeheim mocht ik niks zeggen, maar dat was wel erg moeilijk.