Ik ging mijn patient uit de wachtkamer halen. De man was een vaste klant en een tikkie apart. Dit keer was hij vergezeld door zijn vrouw. Tot mijn verbazing hielp ze hem overeind en liep hij aan haar arm richting behandelkamer. De vorige keer had hij volgens mij nog redelijk fit en zelfstandig de praktijk verlaten. “Let u maar niet op mij, ik ben blind geworden” zei hij, alsof zoiets de gewoonste zaak van de wereld was. “Zomaar opeens?”zei ik, en ik herinnerde me daarover een passage in mijn neurologie-leerboek van de academie: ‘Bij MS kan één van de vroegsymptomen een voorbijgaande blindheid zijn’ Maar dan aan één oog.
“Bent u al bij uw huisarts geweest?” vroeg ik. “Nee, maar dat is niet nodig, want ik doe aan Kendo, en leef volgens de Chinese regels, en met mijn mentale energie, mijn Chi, kan ik mijzelf hiervan genezen” Ik was even met stomheid geslagen en dacht: ‘Waarom doe je dat dan niet bij die rugklachten waarvoor je al 6 keer bij mij onder behandeling bent geweest’, maar dit hield ik toch maar even voor me. De echtgenote keek me veelbetekenend aan en ik ging zijn rugklachten behandelen, alsof er verder niets aan de hand was.
Na zijn vertrek belde ik toch voor de zekerheid even met zijn huisarts, die slechts reageerde met: “O, die vent? Daar zou ik me als ik u was maar geen zorgen over maken!”
De week daarna kwam onze Martial artiest weer. Hij liep nu zonder zijn blindegeleide-vrouw, maar nog wat onzeker. “Het gaat al een stuk beter”, zei hij, “Sinds eergisteren zie ik alweer in zwart/wit” Ik schoot bijna in de lach, want dat stond nergens in ‘Klinische neurologie’ van Oosterhuis. Gelukkig kon ik mijn gezicht in de plooi houden en behandelde, nu zonder zorgen, zijn rug.