In mijn studententijd woonde ik enige jaren in de Vliegerstraat in Rotterdam. In een zogenaamd huisje onder de huurwaarde; een mooie benaming voor een afbraakpand. De vloer was zo scheef, dat ik ’s ochtends vanuit mijn slaapkamer de huiskamer in tuimelde. Ik woonde beneden, boven me woonden Jan en Bep. Ontzettend lieve mensen. En naast me woonden Rita en Kees. Het was een razend gezellige tijd, waarin ik ook Elly leerde kennen. Ik krijg nog kramp in mijn kaken als ik denk aan de avonden plezier, die we daar hadden.
Tegenover ons woonde Barendje, een Feijenoord-hooligan. Deze was bekend in heel Rotterdam, want overal stond met spuitbussen op muren, bruggen en electriciteitshuisjes gespoten : BAREND EN TINUS VAK S. Toen heel Rotterdam vol stond ging Barend zich vervelen. En dan vond hij het leuk om met zijn windbuks op de voordeur van Kees en Rita te schieten. Waarom? Geen idee, wellicht leek die deur het meest op een Ajacied. Wanneer Kees, Rita of hun zoontje Dion dan naar buiten wilde, staken ze een witte vlag op een stok door de brievenbus. En dan hield het schieten op, want Barend had niets tegen de overburen.
Kees vond het toch wel een tikkie vervelend en nam contact op met de wijkagent. Deze kwam op de koffie en vertelde, dat het probleem opgelost zou worden. Er waren in diezelfde periode wat auto’s van agenten van bureau Marconiplein zorgvuldig ontvet en van de verf ontdaan, daar dan de verf van de spuitbussen beter zou houden. Met zoutzuur.
In die tijd, het is zo’n 40 jaar geleden, wisten de wijkagenten nog van geen wijken. Dus na hun dienst gingen ze gezellig wat drinken in het clubhuis, waar Barend en Tinus regelmatig zaten. Voor een goed gesprek.
De daarop volgende weken heeft Barend niet meer op de voordeur van Rita en Kees geschoten. Dat ging ook lastig, want zijn oog zat dicht en zijn arm in het gips.