De directeur was een inspirerende man met vriendelijke ogen en een voortreffelijk zakelijk instinct, maar hij had een nogal slechte koude start. Iedere morgen duurde het even voor hij echt bij de les was en een beetje gewoon ging functioneren. Zo kon het gebeuren, dat hij naar een collega, die op een ochtend met pech langs de weg stond, als enige steun slechts vriendelijk zwaaide en gewoon doorreed. Vooral de maandagmorgen was moeizaam.
Op één van die lastige ochtenden reed hij weer volledig op de automatische piloot naar zijn werk. Eerst ging hij nog even langs het postkantoor, waar hij in de rij voor het loket nog een beetje stond uit te slapen. Uiteindelijk bereikte hij min of meer slaapwandelend zijn kantoor. Hij groette zijn secretaresse, die hem voorzichtig probeerde enigszins wakker te krijgen: “Eh, meneer, eh, misschien heeft uw vrouw haar ondersteuning vandaag nog nodig?” Hij fronste zijn wenkbrauwen, “Wat bazel jij nou?” De secretaresse wees naar iets achter hem. Hij keek om, maar zag eerst niets. Toen pakte de secretaresse heel voorzichtig, tussen 2 vingers de BH die als een staart achter uit zijn broek hing. Hij had vanmorgen in een staat van opperste bewustzijnsvernauwing zijn broek omhoog gehesen, zonder te bemerken, dat daar de lingerie van zijn echtgenote overheen hing.
De volgende dag had hij toch het idee, dat men bij het postkantoor ook wat lacherig tegen hem deed…