Ik had ome Arie al een tijdje niet gezien. Ons treffen berust op toeval. Soms komen we allebei ‘s ochtends, soms ‘s middags. ‘s Avonds heel zelden. We hebben hier geen duidelijke afspraken over. Maar dit keer trof ik mijn oude vriend in de middag. Het weer nodigde uit tot een pijpje op ons bankje, dus ik stalde mijn scootertje bij ons haventje. Niet veel later kwam ome Arie. “Goeiemiddag, meneer Ype”, klonk het welgemutst. “Goeiemiddag, ome Arie!”, antwoordde ik, blij hem weer eens te zien. We stopten onze pijpjes en genoten van het gedoe in de haven. Een in onze ogen lelijk jacht probeerde bij de passantensteiger te draaien. De haven bleek op dat punt echter te smal voor de pompeuze tupperware-bak (zo noemden wij polyester schepen meestal). Of het jacht te lang. We hoorden het hoge gegil van boegschroef en ook nog van een dwarse hekschroef (echt, dat bestaat!), maar de haven bleef even smal en de boot even lang. Bovenop de ‘flying bridge’ (een stuurstand bovenop het stuurhuis) stond een bebaarde schipper met kapiteinspet erg zijn best te doen. Hij keek neer op het veel lager gelegen dek, waar een vrouwelijke lichtmatroos nerveus heen weer huppelde met een stootwil aan een lijntje in haar gemanicuurde handen. Ze durfde duidelijk niets te zeggen. Ome Arie bekeek het gedoe met leedvermaak: “Kapitein Iglo kent de lengte van zijn eigen schip niet zo goed.” Hij trok aan zijn pijp. “De beste stuurlui zitten aan wal,” plaagde ik hem. “Dat kan, maar in ieder geval niet daar aan boord”, antwoordde de oude baas gevat. De schipper gaf de eerste poging op en probeerde het vervolgens andersom! Gedoemd te mislukken: de haven bleek linksom net zo smal als rechtsom. De lichtmatroos huppelde nu aan de andere kant het dek op en neer. “Ozosnel,” grapte ik, maar ome Arie leek deze verwijzing naar ‘s lands beroemdste schimmel niet te snappen. Eigenlijk best begrijpelijk. Inmiddels koos de visstick-schipper eieren voor zijn geld en meerde zonder te zijn gedraaid met veel hulpmotor-gegil met de boeg richting einde van de haven aan. “Ik ben benieuwd of hij de schuld van dit falen nu bij zijn bemanning legt”, lachte ome Arie. Daar gingen we niet achter komen, want het evaluatiegesprek tussen de bemanningsleden vond benedendeks plaats.