Valentijn

Een stralende dag sierde ons haventje. Op het ‘leugenbankje’ zat ome Arie duidelijk te genieten van zijn pijp. Het water stond laag, de jachtjes kwamen maar net boven de kade uit. Ik parkeerde mijn gouden koets en voegde me bij mijn vriend. “Goeiemorgen, meneer Ype!” Hij was duidelijk goedgemutst. “Goeiemorgen, ome Arie!”, antwoordde ik, “Vrolijk weertje, nietwaar?” De oude baas knikte. Ik pakte mijn pijp. Op het Spui voer een jachtje voorbij. “Die zijn er vroeg bij,” wees ome Arie met zijn pijp. “Valentijnsdag is best vroeg om te varen voor je lol,” beaamde ik. “Valentijnsdag,” herhaalde onze gepensioneerde veeboer, “vandaar die croissantjes en dat eitje bij mijn ontbijt!” Ik schoot in de lach: “Had je dat niet door?” Hij keek even opzij: “Ik ben niet zo goed in dat soort dingen…” Hij nam een trekje aan zijn pijp, “Wij zijn al heel lang samen, Riek en ik. Dan heb je geen speciale dagen meer nodig.” Ik knikte. We rookten even in stilte, denkend aan onze liefdes, die we iedere dag vierden. Ieder op zijn eigen wijze. Ik kan intens genieten van een simpele streling over mijn schouder, wanneer ik net doe of ik slaap. Kleine dingen. Ome Arie blies een wolkje uit. “Wanneer voelt u echte, pure, warme liefde, meneer Ype?” Die vraag had ik even niet verwacht van de oude veeboer. Ik moest toch maar heel even nadenken over mijn antwoord: “Die voel ik, wanneer mijn kleindochter Lilly (2 jaar) de door ons samen gebouwde duplo-toren gierend van het lachen omgooit!” Ome Arie keek even opzij. Hij zag de traan van geluk in mijn ogen en zweeg begrijpend.