Het zonnetje stemde de dag blijmoedig. Ik wilde net mijn pijp pakken, toen ik achter me de karakteristieke stem van ome Arie hoorde: “Wacht even met die pijp, meneer Ype!” Verbaasd haalde ik mijn hand zonder pijp terug uit mijn broekzak. “Ik heb wat beters!” Hij haalde een dikke sigaar uit een kistje in zijn fietstas. “Deze!” Met een groot gebaar overhandigde hij me het rookgenot. “Ik heb wat te vieren.” Hij had voor zichzelf ook zo’n dikke paffer gepakt. We staken simultaan de brand in deze traktatie. Dikke, welriekende rookwolken vulden de lucht. “Het onderzoek naar mijn prostaatklachten was relatief goed.” “Er is natuurlijk wel iets mis, maar het is in ieder geval geen kanker!” “Dat is goed nieuws, vriend!” Ik sloeg hem op de schouder, iets wat ik nog nooit gedaan had: “Dat is heel goed nieuws!” “Dat verdient zeker een dikke sigaar!” We leunden achterover en genoten van het moment. Het was net of het een beetje lente was geworden.