Prostaat

Het haventje van ons dorp was een oase van rust. Veel plezierjachtjes waren uit het water gehaald voor hun jaarlijkse onderhoud, waardoor veel ligplaatsen leeg waren. Ome Arie zat er al toen ik mijn gouden koets achter de GEBO parkeerde. Plek genoeg, want de ijsverkoop was waarschijnlijk ook op een winters niveau. “Goeiemorgen, ome Arie!”, groette ik. De oude baas tikte ter begroeting met het mondstuk van zijn pijp tegen zijn pet. Ik pakte mijn pijp. “Hoe gaat het zo, ome Arie?”, vroeg ik, echt geïnteresseerd, daar hij een beetje somber leek. “Ach,”, mompelde hij, “voorlopig gaat het goed.” Hij trok aan zijn pijp. Er zat hem duidelijk iets dwars. “Ik ben gisteren voor onderzoek naar het ziekenhuis geweest.” Ik schrok een beetje van zijn neerslachtige toon. Ik durfde niets te vragen. Het bleef even stil. Hij keek mijn kant op: “Oudemannenkwaal…” Hij keek omlaag, “Ik had opeens een rode straal, terwijl ik geen rode bietjes had gegeten.” Ik knikte, want begreep, dat hij bloed geplast had. “De huisarts stuurde me gelijk door naar de uroloog.” Hij zocht weer even troost in zijn pijp. “Dus daar was ik gisteren.” “Het onderzoek werd gedaan door een vriendelijke juffrouw met allerlei tatoeages op haar gespierde armen.” Ik kreeg er een beeld bij. Ome Arie vervolgde: “En die tattoo-mop ging met een dun buisje mijn gevalletje in om naar het binnenste van mijn blaas te kijken…” Hij keek opzij: “Het was niet pijnlijk, hoor, de handeling zelf, bedoel ik.” “Maar je ligt daar toch, eh, nogal bloot, zal ik maar zeggen.” Ik snapte het. Het was weer even stil. “En daarna moest ik op mijn zij gaan liggen, want ze wilde even…” Hij maakte een gebaar met zijn hand, wat niets aan mijn verbeelding overliet: Het inwendig onderzoek. Via de anus op zoek naar de prostaat. “En nu is Riek nijdig op me…” Deze wending overviel me:”Riek boos?” “Was zij er bij?” Hij knikte. “Ze had me gewaarschuwd, dat ik geen, zoals zij dat noemt: ‘zogenaamd’ geestige opmerkingen mocht maken.” “Want in mijn zenuwen gebeurt me weleens, dat ik er opeens wat uit flap!” Ik knikte begrijpend. “Dus die juffrouw zit in mijn gevoel tot haar elleboog in mijn achterste, vraagt ze: ‘heeft u ook wel eens erectieproblemen?’ Die vraag overviel me nogal, en ik was toch wat nerveus, meneer Ype. Dus ik flap er uit: ‘Normaal niet, maar op dit moment zou u hiervoor toch heel erg uw best moeten doen!’.” Ik schoot in de lach: “Dus nu is Riek een beetje pissig?”, zeg ik, zonder me de wat ongelukkige woordkeus te realiseren. Ome Arie kon er gelukkig wel om lachen.