Ome Arie had gelijk gekregen. Er was veel sneeuw gevallen. De omstandigheden waren hierdoor enige dagen niet echt optimaal voor ons pijprokers geweest. Gelukkig was de dooi weer ingetreden en konden we weer genieten van het uitzicht op het mooie haventje van ons dorp. De sluisdeuren waren open met daarachter een strook rustig Spui, met aan de overkant de boom. Het water stroomde amper. Het was kerend tij. Zo genoot ik van de rust en mijn pijpje. Ome Arie zat naast me. Hij genoot ook. Zijn gezicht betrok echter, toen de scootmobiel van zijn schoonzus de bocht om kwam zeilen. “Nee toch…”, zuchtte hij. Maar vluchten kon niet meer. “Ik kon wel raden, dat je hier je tijd zat te verdoen met dat daar!” Met ‘dat’ bedoelde ze mij? Ome Arie reageerde niet. Hij trok aan zijn pijp en blies een wolkje rook uit. “Daar zou je allereerst mee moeten stoppen,” klonk het streng. Ze wees op de pijp. “Ik ben zojuist bij zus Riek geweest en die maakt zich ernstig zorgen over je gezondheid!” Ome Arie keek verbaasd, maar hield verstandig zijn mond. De storm was echter nog niet over: “We zijn het erover eens, dat je in het nieuwe jaar je leefstijl zal moeten veranderen!” Ze zette haar handen in haar zij, hetgeen er redelijk belachelijk uitzag in een scootmobiel. “Je moet naar een lifestyle-coach!” “Een lifestyle-coach?”, verbrak ome Arie zijn stilzwijgen, “Is dat een omgebouwde methadonbus?” Ik schoot in de lach, hetgeen me een vernietigende blik van schoonzus Agaath opleverde. Ome Arie hield zich van de domme. De bezorgde schoonzus draaide haar wagentje, zei: “Ik zou nooit met zo’n sukkel getrouwd willen zijn!”, en reed in de hoogste versnelling weg. Ik keek ome Arie aan. Deze had een klein glimlachje op zijn verweerde gezicht: “Dat is het enige waarover ik het met mijn schoonzus eens ben!” Hij stak zijn pijp nog eens aan. Grote rookwolken verlieten zijn mond, alsof hij daarmee zijn woorden kracht wilde bijzetten.