Nieuwjaarsdag. Ome Arie zat al op zijn vertrouwde plek op ons bankje bij de haven. De straten waren bezaaid met rood vuurwerk-papier. Ik groette mijn oude vriend, die bij wijze van antwoord met zijn pijp aan de rand van zijn pet tikte. Het was stil. De roes van oudejaarsavond werd uitgeslapen. Het vuurwerk was verstomd. Ik stopte mijn pijp. Het voelde als een vredespijp. Ik heb een hekel aan vuurwerk. Altijd al gehad. Ome Arie had eens verteld, dat hij nog weleens met melkbussen en carbid in de weer was geweest. Lang geleden. Nu staken wij alleen nog pijpjes aan, of, bij speciale gelegenheden, een sigaar. Er viel van ons weinig vuurwerk meer te verwachten. Tot groot genoegen van onze echtgenotes. Op ons bankje zat zo’n honderd jaar huwelijk. Er zijn niet veel bankjes die dat mogen dragen. Zo zaten we nog even te havenstaren. “Ze geven sneeuw op,” zei ik om de stilte even te doorbreken. Ome Arie keek me verbaasd aan, stond op en keek naar de lucht. Eerst de lucht boven het Spui, daarna boven het dorp. Hij trok aan zijn pijp. “Ja, ja,” mompelde hij, “zo, zo,” en weer blies hij wat rook de lucht in. Hij krabde aan zijn baard en ging langzaam weer zitten. “Dat zou best een kunnen, meneer Ype, dat zou best eens kunnen!” Ik keek hem met enige bewondering aan. Die oude boeren konden, met hun jarenlange ervaring, aan subtiele tekens vaak formidabel het weer voorspellen. Toch een beetje nieuwsgierig kon ik niet nalaten hem op opheldering te vragen. “Hoe zie je dat dan, ome Arie?”, vroeg ik. De oude baas blies een wolkje uit. “Kijk, de rook gaat naar het oosten, dus er staat een westenwind.” Hij krabde aan zijn baard: “Maar die ruimt naar noordelijke richting…” Hij stond weer op en wees: “Daar zie je wat grijze bewolking, echt zo’n sneeuwlucht, je kunt het bijna ruiken!” Hij snoof de lucht op terwijl hij weer ging zitten. “Zo, dus!,” zei hij triomfantelijk. Hij leunde zelfvergenoegd achterover. Mijn bewondering was immens: “Geweldig! Ik zou het hooguit op buienradar kunnen zien, maar ome Arie rúikt het, fantastisch!” De Pelleboer van deze tijd genoot van zijn pijp. Even was het stil. Toen zei hij zachtjes: “En ik had vanmorgen ook eventjes op buienradar gekeken. Maar alleen ter controle hoor!”