G-training

Het is bewonderenswaardig hoe ouders, broers, zusters, vrienden en nog vele anderen ervoor zorgen, dat onze G-tjes kunnen voetballen en trainen. (G-s zijn voetballers met een verstandelijke beperking. Dat vind ik een lastig begrip, want al word ik 100, ik zal nooit Chinees leren. Dan ben ik toch ook verstandelijk beperkt?)  Inderdaad; trainen, want die gasten zijn vaak bloedfanatiek en komen vrijwel iedere woensdag naar de Zinkweg om onder leiding van geweldige mensen te leren. Ze leren hoe ze een bal moeten trappen, hoe ze in moeten gooien, hoe ze een bal moeten stoppen en nog veel meer. Maar het belangrijkste: Leren samen te spelen. Het maakt niet uit of de regen met bakken uit de hemel komt; op woensdag staan ze er gewoon. Formidabel. 

Op een dinsdagavond werd de trainer van de G-s gebeld door Jaco. “Trainer, ik kan morgen niet komen trainen.” De teleurstelling droop er vanaf. “Waarom niet?” reageerde Daan, want die trainde die gasten toen. “Er is niemand, die me kan brengen.” klonk het verdrietig. Daan was verbaasd, want als er één familie was, die altijd bereid was om iets te doen, was het die van Jaco wel. Maar het kwam die avond toevallig net voor iedereen slecht uit. Dat kan gebeuren. “Maar Jaco, ik zie jou toch altijd op die driewieler van je door het dorp scheuren?” “Ja, Daan.”, mompelde Jaco. “Waarom kom je dan niet gewoon op je driewieler naar de Zinkweg?” Het bleef even stil aan de andere kant van de telefoon. Wellicht schrok onze G van deze vraag of was hij toch een beetje bang om naar de Zinkwegse Boys te fietsen. Het veld ligt toch een stukkie buiten de bebouwde kom. 

Daan begreep zijn angst. “Weet je wat? Ik kom je morgen halen. Op de fiets, dan fietsen we samen naar de training!”  Zo gezegd, zo gedaan. Glunderend fietste Jaco naar de training, met zijn voetbaltas achter op de driewieler. Hij was vooral zo groots, omdat Daan naast hem fietste. 

Vanaf die dag heeft onze held nooit meer een training gemist tot hij vanwege zijn leeftijd stopte met voetballen.