“Je knijpt met je ogen!” zei mijn lief, terwijl ik nietsvermoedend zat te lezen. De toon beloofde niet veel goeds; ze ging in de ‘zorgmodus’. “En bij Hans Anders zijn de brilletjes in de aanbieding”. De aap uit de mouw zat me vals aan te grijnzen. “We gaan morgen gelijk even kijken.” Tegenspraak wordt in zo’n situatie niet geduld.
De volgende dag, vrijdag, mijn vrije dag, welke ik doorgaans uiterst lui verspil, werden er lakens van mijn lijf gerukt, terwijl ik juist een zeersmakelijke droom had. “We hebben een afspraak bij de opticien!” Licht mopperend stond ik op, want zonder dekens en lakens is zo’n bed toch minder aantrekkelijk, Ik werd wakker onder de douche en kleedde me aan.
Bij de brillenwinkel ging een juffrouw mijn ogen opmeten. Eerst zat er een machientje in mijn ogen te spugen en daarna moesten we naar het onderzoekskamertje. Terwijl de jongedame mijn stoel klaar zette leerde ik vast de onderste regel van de lichtbak met letters, die voor me aan de muur hing, uit mijn hoofd, want ik wilde wel graag goed voor de dag komen.
Toen ik zat kreeg ik een ding met gaten, waarin glaasjes zaten voor mijn hoofd, moest ik kijken naar de lichtbak en moest ik allerlei vragen beantwoorden. Gelukkig had ik die onderste regel goed uit mijn kop geleerd, want op deze afstand kon ik hem absoluut niet lezen. De dame verbaasde zich er wat over, dat ik de regel erboven niet geheel foutloos op kon lezen. Maar ik had niet voldoende tijd gehad om die ook nog in mijn geheugen op te slaan. Ze begon me al een beetje als een demente te behandelen en even twijfelde ik, of ik haar, gewoon om te pesten, ‘mevrouw Anders’ zou noemen. En op het antwoord van die brilslang: “Nee, zo heet ik niet!” direct, zonder aarzeling: “O, u heet anders?” te zeggen. En dat zonder te lachen. (Mijn vader noemde zichzelf op zo’n moment ‘Oost-Indisch dement’ …) Elly vindt mij in zo’n situatie niet grappig. Meestal krijg ik dat achteraf in de auto te horen.
Nadat er in een hoog tempo allerlei lensjes voor mijn ogen gedraaid waren en ik steeds allerlei vragen moest beantwoorden, keek de dame wat zorgelijk. Ze noteerde van alles en vroeg: “Zal ik nog even, geheel vrijblijvend, een gehoortest doen?” “Wat zegt u?”, vroeg ik en vond mezelf best grappig, maar de humor ontging haar volledig. Ik vond de gehoortest niet van belang. Gelukkig hoefde ik geen test te ondergaan voor het gevoel in mijn vingertoppen, omdat de metingen van mijn ogen hadden uitgewezen, dat een spoedcursus braille hier op zijn plaats was, en dus werd er vervolgens de nieuwe bril besteld.
Deze nieuwe bril is inmiddels binnen, en ik kan er prima mee lezen, alleen knijp ik nog wel met mijn ogen. Misschien is die leeslamp wat te fel…