Takkie hulst

Mijn opa Mulder was een bijzondere, charmante man. Altijd in voor een grapje, nooit chaprijnig. Ook toen hij al ernstig ziek was bleef hij een zeer prettig mens. Hj lag in het oude st. Jozefziekenhuis in Gouda en kreeg de ene bloedtransfusie na de andere. Leukemie. Er was geen houden meer aan, zijn toekomst was uiterst beperkt. Maar hij klaagde niet. Waarom klagen over het onvermijdelijke? Je kunt het niet veranderen en je maakt het leven er voor anderen niet gemakkelijker op. Dus opa maakte er het beste van. Zo zei hij tegen de patient, die naast hem lag en erg verdrietig was, omdat hij de kerstdagen niet thuis zou mogen doorbrengen: “Beste man, wees niet bedroefd! De kerst is hier fantastisch! Ze versieren de boel, je krijgt geweldig te eten en alle patienten krijgen een takkie hulst achter hun oren.!” De man lachte zo onbedaarlijk, dat ze hem bijna moesten reanimeren. En toen opa op een dag geholpen werd door een leerling verpleegster en deze trots vertelde, dat ze de volgende dag haar speld, het bewijs van haar gediplomeerd zijn, zou krijgen, zei hij: “Wanneer jij morgen hier binnenkomt met je speld op, neem ik mijn hoedje voor je af!” De jongedame bloosde een beetje en zei: “Meneer Mulder, u heeft geeneens een hoed!” en liep lachend de deur uit. De volgende dag had mijn opa al heel vroeg een krant bemachtigd en daar een steek van gevouwen. Toen de verse echte zuster trots de zaal opkwam met haar speld vooruit, zat opa rechtop in zijn bed en nam met een diepe buiging zijn steek voor haar af. De anderen op de zaal applaudisseerden voor het meisje, dat dieprood stond te glimmen van trots. Toen opa uiteindelijk zijn strijd verloor, en mijn ouders afscheid van hem namen, viel het hun op, dat veel verpleegsters met rode betraande ogen liepen.