Gisteravond was het twintigjarig jubileum van de BlauwRode Heerenclub. De BRHC is het laatste bastion van mannelijkheid in deze roze eeuw. Het was de honderdste vergadering en werd afgesloten met het toppunt van mannelijkheid: Spareribs vreten. Brokken vlees van het bot afscheuren, terwijl het vet langs je kin je baard inloopt. En zonder een paar kritische kraaloogjes die altijd zien, dat je mayonaise morst op je nieuwe trui. Heerlijk!
De enige dissonant was, dat het bestuur, in een onbegrijpelijke vlaag van zwakte, had besloten, dat er ook kipfileetjes besteld konden worden. KIPFILEETJES!! Ik vroeg me af voor wie deze malle keuze bedoeld was. Mannen met botte kunstgebitten? Dieetverslaafden? Voor watjes, die niet beseffen, dat teveel hormoonkip eten vreselijke gevolgen kan hebben? Zoals borsten en een voorkeur voor roze overhemden?
Gelukkig viel het aantal bestellingen mee, en durfden de meeste kipsukkels na mijn toespraakje geen fileetje meer te pakken. De andere nuggets verstopten zich met hun gevogelte in een ver hoekje, bang om gezien te worden. En er waren genoeg heerlijke spareribs (Van het schippershuis in Numansdorp, klasse!) om stiekem toch te doen alsof je een echte man bent.
Met voldoende bier om al het lekkers weg te spoelen en het enorme vrienden-gezelschap (93 man) was het weer een uiterst aangename Heeren-avond!
Robert probeerde nog wat acrobatiek op een wankele bank, viel en landde wat ongelukkig, waarbij hij zijn enkel bezeerde. Het knappe was, dat hij ondanks al deze capriolen zijn sigaar in zijn mond en brandend had weten te houden. Hij was gelukkig snel terug van de HAP waar letsel aan zijn enkelbanden werd vastgesteld. En op zo’n moment is er dan ook een Heer, die met het slachtoffer even op en neer rijdt naar de Huisartsenpost. Want Heer ben je in voor- en tegenspoed.