Volgens de heren Black en Decker kan een tuinbezitter niet goed functioneren zonder bladblazer. Ik ben het daar niet mee eens, maar mijn lieve echtgenote had ergens zo’n ding geleend en probeerde me met een lief stemmetje te paaien: “Probeer het nou toch gewoon eens! Je zult zien hoe gemakkelijk zo’n ding is…” Toen ik niet echt positief reageerde, ging ze vervolgens de tuin in met de woorden: “Wanneer je klaar bent gaan we lunchen”, mij weinig keuze latend.
Allereerst ging ik voorzichtig kijken welke buren niet thuis waren om de juiste blaasrichting te bepalen. Ik had pech; alleen de bovenwindse buren bleken afwezig, dus het werd nog een hele klus om al die zooi tegen de wind in bij hun over de schutting te blazen. Maar ik had trek, dus begon voortvarend aan het gevecht. Nu maar hopen, dat de buurman niet thuis zou komen en met zijn bladblazer de boel terug zou gaan blazen, want ik had het nadeel van wind tegen. Zo’n bladblazer brengt het slechtste in een mens naar boven.
“En wat ben je nou eigenlijk aan het doen?”, klonk het na een kwartiertje achter me, toen ik net lekker op dreef was. “Bladblazen”, was mijn antwoord. “Bij de buren over de schutting heen?” Ik zette het blaasmachien uit en keek om. “En dat is jouw oplossing van het bladprobleem?” Ik keek waarschijnlijk niet echt slim. “Je kunt met dat apparaat ook zúigen, wist je dat?” Dus niet. Zuchtend gaf mijn tuinwerk-verschaffer me een zak aan, die aan het ding bevestigd moest worden, waarop het functioneerde als stofzuiger. Zuchtend en inmiddels behoorlijk hongerig begon ik te zuigen. Volle kracht, want het was al ver na lunchtijd. Ik voelde me belachelijk, dat ik de tuin stond te stofzuigen en zoog behalve de bladeren ook een half filharmonisch orkest aan violen op, een scheepslading Afrikanen en was al begonnen aan de primula’s toen er werd ingegrepen. “Aan jou heb ik ook niet echt veel.” De lunch liet nog een dik uur op zich wachten. Misschien is een appartementje met alleen een balkon niet zo’n slecht idee…