proefkamperen

Vroeger, toen de kinderen nog klein waren, gingen we met onze caravan op vakantie. Dat was vooral voor de meiden leuk. Voor mij soms wat minder. Er ging vaak wat kapot aan die kartonnen doos op wielen. Gewoon omdat het begrip ‘degelijk’ bij caravans nogal betrekkelijk is. De scharniertjes zijn van plastic, de tafel van gefineerd bordkarton, de kranen van plastic, want het mag niets wegen. En mijn omvang behoeft wat meer kwaliteit, zullen we maar zeggen.
Toen we een keer gingen proefkamperen met onze gloednieuwe Wilk-caravan, die toch te boek staat als een van de degelijkere soorten, ging het al gauw hopeloos fout. Nadat we de sleurhut eindelijk waterpas hadden gezet en blij waren, dat er vrijwel niemand op de camping stond toen we voor de eerste keer met de volgens de verkoper uiterst gemakkelijk op te zetten voortent stonden te worstelen, liet ik me heerlijk in mijn bed vallen. Mis! Slechts een miniem krakje volgde en ik lag veel lager dan de juffrouw in de folder van ons nieuwe bezit. Door het bed gezakt! En daar werd ik dus niet echt vrolijk van. De meiden wel, die piesten zowat in hun bed van het lachen. Al mopperend kwam ik erachter, wat deze hilariteit had veroorzaakt: Het stripje, waar het bed inhing, was met een paar miniscule parkertjes onbegrijpelijk lullig aan de achterwand bevestigd. Uiteindelijk kon het bed met wat houten blokken, die ik altijd bij me had om de caravan op te zetten wanneer het kampeerterrein niet echt waterpas was, worden ondersteund. Ik had die nacht nachtmerries over in elkaar stortende kaartenhuizen op wielen.
De volgende dag was ik dus weer iets aan het repareren.
We hebben vorig jaar er nog eens over gedacht weer een caravan te kopen, maar terugdenkend aan dit soort voorvallen leek dat toch niet zo’n goed idee.