schoentje

Hij keek zijn opa aan met zijn allergrootste eerlijke ogen en zei, dat ‘een jongetje’ zijn schoentje had afgepakt en weggegooid. Toen opa aan zijn kleinzoon van zo’n jaar of drie vroeg, waar dat gebeurd was, keken die oogjes heel wanhopig, maar ozo eerlijk, en het mannetje zei, dat hij dat niet meer wist. Ook was zijn toch jonge geheugen niet in staat zich te herinneren, hoe ‘dat jongetje’ er dan wel uitgezien had.
We hadden het ventje al in de rust van de voetbalwedstrijd BZC ’97-Zinkwegse Boys voorbij zien lopen op één schoentje en ons er al over verbaasd, maar opa had het te druk met zijn vrienden en zijn biertje om het gemis aan schoeisel op te merken. Hij had het grootste woord over onze geweldige keeper, want die had zijn ploeg toch diverse keren van het scoren afgehouden. En zo huppelde kleinzoon vrolijk verder op één heel mooi nieuw sneakertje. Pas na de door de BZC nipt gewonnen wedstrijd en het uitbundig vieren daarvan, ging opa zijn kleinzoon zoeken en volgde de bovenstaande ondervraging. Het resultaat was nihil. Opa zocht met kleinzoon het hele complex af, droeg hem door de bosjes, al vragend of het geheugen al tekenen van herkenning begon te geven (“was het hier, of meer daar?”), maar zijn kleinzoon gaf geen krimp en genoot stiekem van alle aandacht.
Uiteindelijk liep opa met kleinzoon, die wat hompelde door het beenlengteverschil, aan zijn hand naast zich naar de auto. Hij had het opgegeven en aan zijn gezicht kon je de zorgen zien over wat volgen zou, wanneer hij bij zijn dochter moest uitleggen, hoe het kleintje met slechts één schoen weer werd ingeleverd. Ik denk, dat hij haar met zijn allergrootste eerlijke ogen zou aankijken en zou, zeggen, dat hij het mannetje, zoals beloofd, de hele tijd goed in de gaten had gehouden, en alleen heel even weg geweest was om een plas te doen. En dat er toen ‘een jongetje’ was geweest….