Godverdomme

“Ik wil graag weer op mijn eigen fiets kunnen fietsen”, had hij geantwoord op mijn vraag naar zijn therapie-doelstelling. Dat was nu vijf maanden geleden in zijn mooie huis vlakbij de praktijk. Door de chemo’s had hij geen kracht genoeg meer om naar de praktijk te komen. Ik noteerde het en had mijn twijfels. Maar hij bleek een bijter, een terrier. Na een paar thuis-sessies kon hij naar de praktijk komen, eerst werd hij gebracht, later voorzichtig lopend.
Hij trainde meerdere malen per week het zweet op zijn kop met dat ene doel voor ogen, die fiets. Toen hij met pijn en moeite de trappers van de hometrainer in de praktijk twee keer rond kreeg glom hij van het zweet en van trots.
Na drie maanden kwam hij berentrots de praktijk binnen en wees trots naar buiten. “De fiets van mijn vrouw, met lage instap en trapondersteuning!”
Hij bleef sterker worden, trainde als een topsporter, gemotiveerd tot op zijn aangetaste bot. Tot drie weken geleden. Hij bracht gebak mee. “Het is gelukt! Ik ben op mijn eigen fiets!” We waren samen blij, deelden even lief en even geen leed.
Gisteren was hij voor het laatst. De uitslag van het bloedonderzoek was niet goed geweest en hij was eerder van de week door de scanner gegaan. Maar hij wist het al.
Hij fietste op de hometrainer tegen beter weten in tot het zweet van zijn kop gutste, duwde op de legpress enorme gewichten tot grote hoogte en nam toen afscheid. “Ik ga eerst met vakantie naar Tenerife, daarna krijg ik de uitslag van de scan”, zei hij en kreeg tranen in zijn ogen,”maar ik weet het al”. Ik hield het ook niet droog en we gaven elkaar een hele warme hand. “Geniet van je vakantie’, zei ik, maar het klonk belachelijk. Hij begreep het wel, knikte, omdat hij geen woorden meer had, draaide zich om en sprong buiten op zijn fiets. Therapie-doelstelling gehaald. Godverdomme.