Het muisje keek om zich heen. Hij was verdwaald. Hij was leuk aan het rennen met zijn donkere vriendje tot ze buiten adem waren. Het vriendje achter hem stond net zo hard te hijgen als hij. Ze stonden midden in een open korenveld, en het was al laat. Van mama-muis mocht hij niet het open veld in, en zeker niet zo laat. Er waren veel gevaren in de open vlakte, dat had ze hem verteld.
“Het is jouw schuld!” piepte het muisje tegen het donkere vriendje. Ze sloegen naar elkaar, maar raakten elkaar niet. Hij zette de achtervolging in, maar kon het vriendje net niet te pakken krijgen. Ze renden tot ze weer buiten adem waren. Toen zag hij de rand van het bos; hij herkende het; hij was weer vlakbij huis! hij rende verder en merkte pas tussen de bomen, dat zijn vriendje ontsnapt was.
Zijn moeder was dolblij hem weer te zien. Ze was erg bezorgd geweest. Hij vertelde hijgend en met horten en stoten zijn avontuur.
Zijn moeder, een wijze vrouw, zei: “Laat je nooit opjagen door je duistere vriend, verjaag hem als was hij je vijand, en je zult veilig thuiskomen”
Hij snapte er geen moer van…..
Ype