“We gaan dikke dames schilderen”, zei mijn lief tegen me. Ik was net thuis en zat met een biertje bij te komen van een drukke dag. “Wie zijn het? Erika Terpstra en Rita Corita?” Ik kreeg een vernietigende blik. Mijn humor wordt niet altijd gewaardeerd. “Met de poldermeiden gaan we afbeeldingen schilderen van voluptueuze dames. Dat is leuk” Ik nam een slok en stelde me voor hoe leuk dit moest zijn en kwam tot de conclusie, dat smaken nu eenmaal verschillen. Waar de dames niet kunnen begrijpen, dat we bij de heerenclub het lollig vinden om met zo min mogelijk klappen met een hamer proberen een spijker in een houten balk te slaan.
De Zinkwegse boys is meer dan een simpele voetbalclub; het is een gezelligheidsvereniging, een familie. Er wordt geklaverjast, er wordt gefeest, er wordt veel gelachen en soms samen verdriet gedragen.
’s Avonds krijg ik al de eerste foto’s doorgestuurd van lange tafels met poldermeiden, die met hun tongpunt uit hun mond ingespannen zitten te schilderen. Heel serieus. Maar vooral heel gezellig, heel eensgezind.
(Toen Elly ’s avonds thuiskwam en ik die foto’s zag, vroeg ik: “waren er geen ezels?” Haar antwoord: “Nee, die moesten thuis op de kinderen passen…”)
Toch had ik het ook wel lollig gevonden wanneer ze Erica Terpstra, schaars gekleed zittend op een krukje, aan het vol-kliederen waren geweest.