Cocktails

Achter de bestuurstafel van de Blauwrode Heerenclub was een open plek. De voorzitter deelde mee, dat de eeuwige tweede ziek was. Vos had kennelkuch of zoiets. Hij was niet de enige afwezige; de avond werd matig bezocht, wat vaker het geval is bij avonden waar geen copieuze maaltijden op het programma staan. We zouden ons moeten behelpen met een sateetje van Bertus.
Deze liet zich assisteren door Nick, die, behulpzaam als altijd, de sateetjes in de frituur liet zakken. Vroeger werden sateetjes nog wel eens op een houtskoolvuurtje gebakken. (Ik begin een ouwe zeur te worden.)
Ik zat aan de bar te genieten van barkeeper Antonie Farchurch (voor intimi Ton Verkerk) die cocktails stond te maken. Met de professionele grijns, die bij een echte barkeeper hoort, maar zonder het uitsloverige gooi- en smijt-werk, dat je wel eens in films ziet. De man naast me vroeg om een kkckaipiranje of zoiets. Ik grapte, dat hij de naam van het sappie aan het einde van de avond feilloos zou kunnen uitspreken. Antonie grijnsde iets harder en liet een ijsblokje uit zijn handen flikkeren. Het drankje smaakte er niet minder om.
Aan de andere kant naast me vertelde Jan, dat hij opa ging worden. Ik keek eens opzij, Hij heeft al heel lang een echte opa-kop. Kaal van boven en grijs op de vleugels. Hij glom, hetgeen ik begreep. Stiekem was ik een tikkie jaloers, want mijn opaschap zal nog even op zich laten wachten. Ik bestelde een drankje met een exotische Engelse naam, die ik vergeten ben. Meestal zit er een plaats, wijk en een vrucht of ander ingredient in zo’n dranknaam: een Blueberry Manhattan, een Coconut Curacao of zoiets. Een Aardbeien Zoomwijk klinkt ook niet echt smakelijk.
De man naast me keek me wat lodderig aan. “Ik heb ze allemaal gepjobeerd”, zei hij met iets dubbele tong. “Djan beginnen we maar weer bij de eersjte; Doe mij maar een Caiparinha, Anthonie!” Hij sprak het feilloos uit. Anthonie en ik keken elkaar veelbetekenend aan, en lachten.