Op de folder van de zeilschool scheen het zonnetje. Opvallend was, dat het een behoorlijk oude foto was, gezien de kleding en de haardracht van de vrolijk lachende zeilers op de plaat. De foto was volgens ons instructeurs op de laatste zonnige dag in Zeeland gemaakt.
Inderdaad, ik heb vroeger (opa verteld) les gegeven op een zeilschool. En inderdaad, vaak regende het. Dan lag je zeilboot, bemand met jouzelf en 5 drijfnatte kinderen in een enorme hoosbui te dobberen ergens op het Veerse meer. De stemming diep onder NAP. Als schipper moest je dan iets verzinnen. Ik ging vaak heel hard hele vrolijke liedjes zingen, in de hoop, dat ik de rest van de bemanning mee kon krijgen. Ondertussen zaten die gastjes zich kleurenblind te hozen, omdat ik had gezegd, dat er absoluut géén druppel water in de boot mocht komen te staan. Omdat we dan mogelijk zouden zinken… Dat hield ze lekker bezig.
Soms hadden we geen kinderen, maar volwassenen, die wilden leren zeilen aan boord. Dat was een stuk lucratiever. Vooral wanneer je het slim aanpakte kon je aan het einde van de week een behoorlijke fooi incasseren.
Wanneer je een cursiste aan boord kreeg, die verliefd op je werd, kon zulks aardig oplopen. Een doorgaans niet erg knappe verschijning (tenminste in mijn geval), die heel erg haar best deed om aardig gevonden te worden en alles wat je zei opschreef in een notitieboek. (Uiterst lollige bezigheid was, om bij het voordoen van een manoeuvre, dat boek drijfnat te krijgen)
Wanneer je het goed speelde, ging zo’n bakvis aan het einde van de cursusweek met de pet rond bij alle cursisten om voor jou een kado te kopen of om jou een fooi te geven, en ze liet zich niet afschepen met een schamel muntje. Je kon de hoogte van de fooien zelf ook nog wel beinvloeden. Wanneer je zei, dat je student medicijnen was, haalde je absoluut de grootste fooienbuit binnen. Student fysiotherapie deed het redelijk, maar student belastingrecht scoorde dramatisch. Dus alle instructeurs waren opeens artsen in spé. (Wel was er een risico: Wanneer één van de cursisten zelf arts was. Dat kon vervelende vragen opleveren. Dus je moest altijd eerst de beroepen van de bemanning inventariseren)
Ook belangrijk was dat je de collectante nooit mocht zoenen. Want wanneer er in haar ogen sprake was van een relatie ging ze vaak niet meer aan je fooi werken en de andere cursisten gingen dan ook echt niks meer in de pet gooien. Bovendien vond de baas van de zeilschool relaties van instructeurs met cursistes niet wenselijk.
Ook hielp het, wanneer je je cursisten deed geloven, dat er sprake was van een unieke week. “Echt jongens, dit is de léukste bemanning, die ik ooit aan boord heb gehad!!” Het werd graag geloofd, en het fooienniveau schoot omhoog.
Jaren later ben ik ooit een keer op wintersport geweest en heb me kostelijk vermaakt om de skileraar, inderdaad: een student medicijnen…