Cursus Claudicatio

Soms moet ik voor mijn werk naar een cursus. Als fysiotherapeut ben ik verplicht een bepaald aantal dagen per jaar bij te scholen. Als acupuncturist ook en voor mijn werk als Claudicatio-therapeut (claudicatio intermittens is beter bekend onder de naam: ‘etalagebenen’) en oedeemtherapeut ook. Dat zijn heel wat dagen bij elkaar. Ik heb dan ook al heel wat cursusjes bij elkaar gesprokkeld. Maar of ik er veel wijzer van ben geworden?
Niet lang geleden moest ik leren hoe ik een patient van zijn slechte gewoontes af moest zien te lullen. Motiverende gespreksvoering heet dat. Erg gewild bij brilslangen zoals dieetistes en huisarts-assistentes. Er werd ons geleerd hoe we iemand ertoe moesten brengen zijn leefstijl aan te passen. Bijvoorbeeld iemand zien te motiveren om te stoppen met roken.
Zoals bij veel cursussen had de docent niet genoeg stof om het hele weekend (inderdaad, deze cursussen zijn vaak in het weekend) te vullen, dus hij gebruikte veelvuldig de truc van ‘het opdelen in groepjes’. Dat kost veel tijd. In de groepjes moesten rollenspellen gespeeld worden. Er werd een vrijwilliger aangewezen, die de rol van patient moest spelen, een ander moest deze om zien te kletsen en weer een ander moest opschrijven of de ’therapeut’ het wel goed gedaan had. De resultaten moesten dan ‘plenair’ besproken worden. Dat kost toch zeker een dagdeel en de cursusleider hoeft zelf alleen maar, al koffiedrinkend langs de groepjes te lopen en belangstellend te vragen hoe het gaat, en dan, al slurpend aan zijn bakkie, bedachtzaam knikkend “Heel interessant” te mompelen.
Ik was de patient en mocht zelf mijn ‘gedragsprobleem’ kiezen.
Dat was dé kans om nog wat van mijn verspilde weekend te maken! De omluller vroeg mij wat mijn probleem was. “Ik heb last van anorexia” zei ik, zonder een moment te aarzelen. Mijn interviewer keek mij aan, vervolgens naar mijn imposante buik en toen weer naar mijn gezicht, dat volkomen in de plooi bleef. En begon te stotteren. De schrijver zat te proesten van het lachen. De cursusleider vond het natuurlijk “heel interessant”
Het is dat weekend niet meer echt goed gekomen.