Er werd op het raam geklopt. Het was al laat en we waren de rommel van Elly’s zestigste verjaardagsfeest aan het opruimen. We openden nieuwsgierig de deur en daar stonden Suus en Frits, de overburen, allebei met een glas wijn in de hand. “Gefeliciteerd!” klonk het, en ze hieven het glas, staande voor de voordeur. We konden er wel om lachen. Dus we deden alle lichten maar weer aan en pakten zelf ook nog een drankje.
Soms kunnen onverwachte (na-)feestjes erg gezellig zijn. Het werd laat, ook omdat ze even hun ei kwijt moesten. Het gaat niet goed met hun Didi, een stoere Old English Bulldog. Dat is een hond, die lijkt op Churchill, maar dan zonder sigaar. Een vervaarlijk uitziend gevaarte met een heel lief karakter. Het beest is pas vier en zal mogelijk niet te genezen zijn. Frits had het er duidelijk moeilijk mee. Hij bleef hoop houden, eigenlijk een beetje tegen beter weten in. Suus deed net of ze het ‘zakelijk’ kon benaderen, maar haar toneelspel was matig. Een hond is toch een lid van je gezin.
Het werd steeds later en het gesprek werd steeds beter.
Diep in de nacht gingen ze met hun lege glas in de hand terug naar de overkant. Licht slingerend. Het viel me op, dat de stoere Frits er, ondanks zijn tattoos en oorringen, opeens veel minder vervaarlijk uitzag, een beetje breekbaar zelfs. Een Old English Bulldog met een klein hartje.