Het potkacheltje snorde tevreden, vol warme vlammetjes. Uit de keuken blies de oven heerlijke geuren de kamer in. Ik zat in een hoekje stil te genieten. Het is nog maar een paar maanden geleden, misschien net een jaar. Tante Riet en haar dochter Margo waren voor een lunch naar het nieuwe huis van Harm en Rita gekomen, die als altijd hadden gezorgd voor een warm welkom. Lekkere hapjes en een heerlijke soep, zoals volgens mij alleen Rita en Elly die kunnen maken.
Tante Riet genoot, ondanks dat ze haast niets meer kon proeven. Haar smaak deed het niet meer. Het maakte niet uit; ze genoot van haar nichtjes, die geluk uitstraalden. Van de soms heerlijke slappe flauwekul, die uitgekraamd werd, van het ophalen van familiedingen. In Margo’s iets droevige ogen glommen pretlichtjes. Er werd veel gelachen, zoals vaak bij zoete herinneringen.
Nel was er met Kimmy, Elly, Harm en Rita, en er kwamen jongens van Rita langs. Het was de ongedwongen chaos, die gezellig maakt.
Tante Riet kwam gewoon voor de lunch, en als ‘Housewarming’. Alhoewel dat house warm genoeg was.
Ik bekeek het allemaal vanuit mijn hoekje, want Tante Riet was geen echte familie van mij, maar van Elly en Rita. Alhoewel tante zelf geen verschil maakte. Ze knuffelde ons jongens net zo stevig. Misschien zelfs iets steviger, als een soort waarschuwing, dat we goed voor onze meisjes moesten blijven zorgen.
Ik mocht tante Riet erg graag. Mocht, inderdaad. Ze is dood.
Bij één van onze laatste bezoeken zat ze fier in haar bed te grappen, dat ze die Magere Hein nu wel eens wilde ontmoeten. “Misschien is het wel een hele knappe vent!” zei ze, langzaam, met haar wat krakende stem. Weer kreeg ze ons aan het lachen.
Zondag, juist voor etenstijd heeft ze hem ontmoet. Hij droeg een zwarte mantel met daaronder de naakte waarheid. Hij had een witte roos bij zich. Tante Riet keek hem aan. Hij was adembenemend mooi. Hij pakte zijn gouden zakhorloge en zei slechts: “Het is tijd, lieve Riet”
Hij nam haar bij de hand en samen vertrokken ze naar het diner. Het zou haar weer heerlijk smaken, de kaviaar, de speklapjes, het ijs. Net als vroeger.
Rust zacht, lieve tante Riet.