Dansles

Tim en ik volgen dansles. We zijn nu voor de vierde keer bezig om zilverster te doen en het gaat geweldig: eindelijk zijn we niet de kneusjes van de klas.

We vallen daarentegen wel een beetje op.

De meeste dansparen zien er zo normaal uit. De dames dragen jurkjes of rokken en hakjes, de heren een spijkerbroek met een overhemd of net t-shirt. De meeste mensen hebben een normaal postuur, de dames dragen hun haar lang, de heren kort.

Ik ben altijd de dikste van de klas. Ik draag wat ik die dag aanheb (vaak een iets te strakke spijkerbroek en gek t-shirt), en platte sandalen of bergschoenen. Ik hèb wel echte dansschoenen met een hak en een gladde zool, maar ik ben bang dat ik mijn enkel zal verzwikken op die dingen.

Tim draagt een veel te grote kreukelige camo-broek, maar dan wel met glimmende bruine veterschoenen eronder. Hij is meestal de enige man met gezichtsbeharing en altijd de enige man met een paardenstaart.

En we dollen met elkaar, dansen veel te dicht bij elkaar, ik kietel hem, hij knijpt in mijn vetrolletjes, en we dansen al meer dan twee jaar zonder ook maar één certificaat. Tim is te zenuwachtig en ik te vergeetachtig om een test door te komen. We proberen het dus niet eens.

Maar we hebben wel de grootste lol. Grote, gek uitziende, slecht geklede, snel afgeleide lol.

Mishandoline

Ik heb twee ukuleles, die ik redelijk goed kan bespelen. Ik heb lessen gevolgd, ik kan meezingen terwijl ik speel (moeilijker dan je zou denken), er komt muziek uit.

En ik heb een mandoline.

De mandoline bespeel ik niet, ik worstel ermee. Ik probeer haar te dwingen te zingen en dat weigert ze.

In de handen van mijn muziekleraar, die OOK nog maar één keer eerder een mandoline had vastgehouden, klonk ze geweldig. Wat heeft hij dat ik niet heb? Behalve jarenlange ervaring met snaarinstrumenten, lessen in muziektheorie en een cum laude bul van het conservatorium?

Niet eerlijk.

Ondertussen plaagt mijn familie me met ‘Jo met de banjo’, vindt mijn man dat ik me op de ukulele moet concentreren zodat ik daar echt gevorderd in raak, en speel ik ‘Twinkel twinkel kleine ster’ terwijl ik droom van rockmuziek. Een mandoline kan heel cool klinken… alleen voorlopig nog niet bij mij, vrees ik.

Maartje

(PS: dit vind ik dus coole muziek met een mandoline erin.)

Jager

Als Rambo besluip ik de indringers, mijn wapen in de aanslag. Ik hoop dat ze me niet opmerken, anders zijn ze razendsnel vertrokken. Mijn tegenstanders zijn uit op mijn bloed, het is zij of ik.

Af en toe krijg ik zo’n mug met de blote hand te pakken. Ik plet ze tegen de muur of ik grijp ze in mijn vingers. Maar meestal gaan ze eraan dankzij een theedoek of een opgerold kledingstuk. Dat ik dat kledingstuk net heb uitgedaan is waarom ze mij moeten hebben, denk ik.

Dieren waarvan ik geen last heb, zoals spinnen, laat ik met rust. Maar zodra ik gezoem hoor komt mijn jachtinstinct boven. Meestal kan ik er wel een paar verschalken. Ik verdedig mezelf tegen een jeukende bult en ik voel me alsof ik een tijgeraanval weersta. Met mijn verbeten kop, theedoek en authentieke krijgerspose moet ik er maar mal uitzien.

Dat ik er een overwinningsdansje bij doe als er een muggenlijkje neerdwarrelt helpt mijn imago ook niet.

Maartje

Klein Balkonië

Landgoed Klein Balkonië is een heerlijk oord, waar ik, Maartje, een moestuin heb (drie cherrytomatenplanten), medicinale kruiden (een aloë vera), geurige sierplanten (citroengeranium) en een gastenverblijf (insektenhotel).

Een groot deel van deze voorzieningen staat op de balkonrand, waar ook mijn waslijn hangt. Dit vereist een hoop schuiven met potten en insektenhotel bij het uithangen van de was. Dat ik korte benen en armen heb en dus altijd op mijn tenen moet staan als ik dat doe maakt het niet makkelijker.

De tomaten staan verankerd aan het balkon met stormbestendige constructies. Op de derde verdieping kan het stevig waaien en de stelen zijn kwetsbaar. Die kan ik dus niet verplaatsen.

Ik doe mijn best om de planten en het hotel niet om te stoten maar ik ben lui. Zeker met het warme weer van de afgelopen dagen, perfect om wasgoed in te laten drogen, maak ik liever geen beweging teveel. Alles op de grond zetten met je arm vol wasgoed is natuurlijk veel teveel werk.

De citroengeranium heeft de zwaartekracht al getest… en ik hoop maar dat het hotel nog geen gasten heeft, anders hebben die laatst ook een flinke bijenbeving gehad.

Maartje