de limousine

Leo de wegenwachter komt wel eens trainen in de praktijk. Dat is altijd gezellig. Hij heeft door zijn werk net als ik altijd wel wat te vertellen. Zoals het verhaal van de limousine met pech.
Tijdens een nachtdienst, die redelijk rustig was verlopen werd Leo verzocht hulp te bieden aan een imposante limousine, die met panne ergens gestrand was. Dus werd er met het bekende gele wagentje koers gezet naar de onfortuinlijke rijkaard, die niet verder kon. Leo was meer benieuwd naar de inzittende van het gevaarte dan naar de aard van de storing.
Dat viel tegen; de limousine bleek een oud wrak, dat in zijn nadagen werd afgeragd door een stel studenten. Het oude lijk stond met een uitgeputte accu en vertoonde geen enkel teken van leven meer. Het merendeel van de ingezetenen trouwens ook niet; de heren hadden duidelijk een feestje gehad en nog duidelijker geen spaatjes rood gedronken. De ballen waren als balletjes. Leo had wel vaker onbekwame studenten gezien, trok zich er niks van aan en ging aan de slag. Hij laadde de accu op en vroeg aan de Bob van het gezelschap of hij wilde proberen te starten. “Die vraag had ik al verwacht!” klonk het antwoord. Leo keek verbaasd. “De sleutel is een beetje zoek”, verontschuldigde de gast zich. Er werden een paar ballen wakkergeschud en de limo werd doorzocht op zoek naar de sleutel. Zonder resultaat. Zelfs de vloermatten werden uitgeschud, niet geheel handig boven de sloot, maar er werd geen plons gehoord. Een van de minder frisse passagiers had een idee: “Misjschien heeft Roderick, hem wel, die isj naar huisj gaan lopen toen de minibar leeg was. Hij had thuisj nog een fles w-hik-sjky, die ging hij halen” mompelde deze student. Leo probeerde de studentenlogica niet te begrijpen. “Weet je waar die Roderick woont?” vroeg Leo, die toch wel die limo weer aan de praat wilde krijgen. “Nou, zjo ongeveer”, klonk het niet overtuigend. Leo besloot het erop te wagen. De bal werd in het gele autootje gepropt en ze gingen op zoek. Na wat omzwervingen door een uitgestorven binnenstad zei de brave borst opeens: “Hier wasj het ergensj” Hij wees: “Volgensj mij zjag zijn huisj er ongeveer zjo uit” Het klonk niet echt overtuigend. Ze stonden in de binnenstad met oude bouwvallige panden, die vaak als studentensilo’s worden gebruikt. Voordat Leo had kunnen vragen of de lullo het wel zeker wist, was deze uitgestapt en belde ergens aan. Mis! Er werd een raam opengeschoven en gevraagd naar de gezondheid van de bal: “Ben jij wel helemaal lekker? Het is drie uur in de nacht, idioot!” De lullo vroeg nog aan de raamhanger of die wist waar Roderick woonde en kreeg nog antwoord ook. Leo zat inmiddels met zijn hoofd in zijn handen, want die zag de klacht bij zijn baas al, want met een wegenwachtautootje ben je nu niet bepaald anoniem.
De lullo kwam tevreden terug, “Het isj hier vlakbij!”
Twee straten verder waren ze bij het huis van vriend Roderick. Leo ging voor de zekerheid maar mee met de bal om meer klachten t voorkomen. Het aanbellen leverde geen resultaat op. Dus Leo keek eens door de brievenbus de hal in. Daar zag hij de brave borst liggen; op de trap in diepe slaap. Hij had zijn bed niet gehaald. Leo probeerde Doornroosje zachtjes wakker te roepen, en daarna iets harder. Tevergeefs. Hard roepen was geen optie, want het hele studentenhuis wakker maken leek geen goed plan. Maar een wegenwachter zou geen wegenwachter zijn, wanneer hij geen oplossing in zijn gele werkplaatsje zou hebben. Een bezem werd met behulp van tape verlengd met nog een stok, die ze ergens vonden, en het por-gereedschap werd door de brievenbus gepropt om de schone slaper wakker te porren. Het lukte. Een lodderig oogje ging open en er kwam beweging in de alcoholhoudende berg. Roderick werd wakker.
Gelukkig bleek de trapslaper inderdaad de sleutel te hebben meegenomen. Dus Leo met sleutel weer terug naar de ballenbak om zijn reparatie te kunnen voltooien.
Gelukkig hoefden de heren niet ver meer, want onze wegenwacht maakte zich toch wel zorgen over de betrouwbaarheid van de accu.
Hij reed voor de zekerheid maar achter de limo aan en zuchtte van verlichting toen de Bob het gevaarte zonder verdere storingen bij het studentenhuis had geparkeerd. ‘Weer een goede daad verricht’, dacht hij, toen hij zijn gele autootje weer richting snelweg stuurde…
Er is de volgende dag geen klacht bij de wegenwacht binnengekomen