Mijn lieve echtgenote mocht vroeger graag een potje tennissen. Ze speelde vaak allerlei huisvrouwencompetities, waarbij het vooral om de gezelligheid ging. Op een mooie zomerdag speelde ze een dames-dubbelpartij met een voor haar tot dan toe onbekende speelster. Het was mooi weer en ze hadden het prima naar de zin.
Op een bepaald moment moest El’s partner serveren. Elly stond geconcentreerd aan het net te wachten op de dingen die komen gingen. Dat duurde nogal. Er kwam niks. Elly keek om en zag hoe haar tennismaatje glazig voor zich uitkeek en plots als een plank voorover viel, met haar gezicht het gravel in.
Iedereen schrok natuurlijk, maar El bleef rustig en ging aan het EHBO-en: Stabiele zijligging, zorgen dat de luchtwegen vrij zijn en dus, dat de tong niet in haar keel kon zakken, mond controleren.
Toen beet het slachtoffer toe.
Ze had een epileptische aanval en daar horen onwillekeurige spiertrekkingen en kaakkramp soms bij. Elly kwam daar pijnlijk achter: haar duim zat behoorlijk vast tussen de kaken van de patient. En die pitbull liet niet los.
Loek, de tennisleraar, die het schouwspel vanaf de baan ernaast had gadegeslagen, bracht redding met een lepel uit de kantine. Met dit stuk gereedschap werd de kaak van het ene slachtoffer iets opengewrikt teneinde het andere slachtoffer, onze onfortuinlijke EHBO-ster, te bevrijden.
Nadat de epilepsie-patiente was afgevoerd, zat El beteuterd te kijken met een verbandje om haar gekwetste duim. Game-over.
Toen ze me ’s avonds het verhaal vertelde vond ze het minder geslaagd, dat ik er om moest lachen. Het ging al veel beter met haar duim, maar mijn geschater deed ook pijn. Wel prees ik haar om het feit, dat ze in ieder geval iets gedaan had, terwijl veel mensen slechts toekeken.
Maar Elly zou Elly niet zijn, als ze geen medelijden zou hebben met het oorspronkelijke slachtoffer, mevrouw Pitbull.
“Hoe zou het nou met haar gaan”, vroeg ze zich af. Ze besloot toch even te bellen.
De tennismaat was inmiddels allang weer terug uit het ziekenhuis, want had daar dus eigenlijk niks te zoeken. Ze wist van haar epilepsie, maar wilde niet iedereen daarmee lastig vallen. Ze begreep ook, dat anderen kunnen schrikken van een insult, zeker, wanneer het er zo dramatisch uitziet.
“En hoe is het nu met je gezicht?”, vroeg Ellie bezorgd, “en vooral met je neus, want die was helemaal opgezwollen na je val”
Het bleef even stil.
“Die neus is altijd zo” was het antwoord.
Onze hulpverleenster had nu behalve een rode duim ook een donkerrood hoofd. Ze stotterde nog iets van: “O, eh, o, eh, sorry, ,maar Je viel zo ongelukkig op je gezicht, en, eh..” “Het geeft niets hoor, maar die neus is nou eenmaal zo”, zei mevrouw Pitbull.
El rondde het gesprek beleefd af, en zat daarna behoorlijk lullig voor zich uit te kijken. Ze had die grote gok niet eens opgemerkt, voor ze met de tenniswedstrijd was begonnen. Ze vertelde me haar blunder en vond het vreselijk. Ik had met haar te doen en durfde niet hardop te lachen.
Een halfjaar later kwamen we op vakantie in Gran Canaria mevrouw Pitbull en haar man tegen. Ze zaten in hetzelfde hotel als waar wij verbleven. We hebben samen wat gedronken, en nagelachen over het tennisvoorval. Het waren gewoon erg aardige mensen.
Maar die neus was inderdaad imposant.