Hij was 92 jaar en al geruime tijd patient bij Willemijn, een collega in onze praktijk in Rotterdam. Een bedaarde bejaarde. Altijd rustig en altijd vriendelijk, beetje stil. Hij kwam samen met zijn vrouw, die 2 kamertjes verderop behandeld werd door Marieke.
Op een dag vertelde hij met trieste stem, dat hij bijna 70 jaar getrouwd was en dat zijn kinderen en kleinkinderen dat groots wilden vieren. “Maar dat is toch leuk?” zei Willemijn. “Ja, leuk” zei de man, zonder het te menen. “Al 70 jaar niet gelukkig, terwijl ik een schat van een vrouw heb en heerlijke kinderen…” Willemijn zweeg, hetgeen voor Willemijn bijzonder is. Ze voelde, dat er iets mis was. De oude man vervolgde met een zucht: “Maar je wilt niemand kwetsen, niemand verdriet doen” Nu hield onze collega het niet meer, “Waarmee zou u hen dan verdriet kunnen doen?” vroeg ze, stiknieuwsgierig.
Zachtjes, bijna fluisterend, alsof hij bang was, dat iemand hem kon horen, zei hij: “Ik weet al 70 jaar, dat ik meer op mannen val”
Er viel een diepe, trieste stilte. “Maar dat kon in die tijd niet, dat was vies en dan was je ziek. Dus ik trouwde met een geweldige vriendin, zonder dat ik sexueel iets voor haar voelde. We kregen zelfs kinderen, want dat wilde ze zo graag.” Willemijn voelde zich nu ook verdrietig. 70 jaar niet jezelf mogen zijn. 70 jaar moeten huichelen, jezelf moeten wegcijferen.
Even schokten de oude schouders, waarop deze zware last zolang gerust had. “Ze weet het nog steeds niet.” Hij zei verder niets meer, maar huilde droge tranen, stiekem, want een echte man mag niet huilen.